nieuws

‘Holle heipaal’ makkelijk uit grond te trekken

bouwbreed Premium

Heipalen uit de bodem verwijderen is vaak een hels karwei. Als alternatief bedacht Johan de Groot van ingenieursbureau Wagemaker de Regain.

Dit is een verwijderbare heipaal die ook nog eens opnieuw kan worden gebruikt. De Regain is over nagenoeg de hele lengte in het midden open. Onder in de paal is de opening wat wijder. Als de paal de grond uit moet zakt een soort keilbout aan een kabel of een trekstang in de opening. Beneden aangekomen spreiden de vleugels van de ‘bout’ zich en zetten zich vast in de holle ruimte. Een kraan of ander materieel trekt de paal vervolgens uit de grond. “De paal zal tijdens het verwijderen niet breken”, zegt De Groot. De ‘bout’ duwt de paal als het ware uit de grond.

Vooralsnog bestaat de Regain alleen in theorie. Wagemaker wil de veronderstellingen op ware grootte beproeven. Het bureau zoekt om die reden fabrikanten en andere geïnteresseerden voor een praktijkproef. Schaalmodellen zijn wat De Groot betreft niet bruikbaar. “De omstandigheden in de bodem zijn moeilijk na te bootsen.”

Mede daardoor is het niet eenvoudig om na te gaan welk materieel het beste geschikt is om de palen uit de grond te trekken. Problemen zullen zich daarmee in zijn verwachting nauwelijks voordoen.

Het gat over nagenoeg de hele lengte kan de paal enigszins zwakker maken in vergelijking met massieve heipalen. De grootste krachten ontstaan evenwel aan de onder- en bovenkant. Die zullen om die reden ook dicht zijn. De praktijk moet leren hoe zulke palen kunnen worden gemaakt. Bijzonder is die uitvoering volgens De Groot niet. “De Pluspaal bijvoorbeeld heeft ook een opening in het midden om het gewicht te verminderen.”

Bestaande heipalen openboren en via een soort keilbout verwijderen is geen optie. “Afgezet tegen de kosten van betonboren ben je goedkoper uit om palen uit te graven”, vindt De Groot.

De Regain is één van de achttien genomineerden voor De Vernufteling, een prijs van ingenieursvereniging Kivi Niria, brancheorganisatie NLingenieurs en de uitgevers van De Ingenieur en Technisch Weekblad.

Reageer op dit artikel