nieuws

Molenmaffia restaureertondeskundig

bouwbreed Premium

Voor de restauratie van een molenrestant wordt vaak gekozen voor een reconstructie van een molen, inclusief kap en wieken. Maar wie wil dat nou eigenlijk, vraagt molendeskundige en bouwkundige Frank Terpstra zich af. Hij weet het antwoord ook wel. “Ik noem ze de molenmaffia”.

De molenstomp in het Friese Ulesprong is een mooi voorbeeld, vindt Terpstra. “Het is een van de molens die in 1856 werd gebouwd voor de bemaling van de veenpolder. Maar een halve eeuw later werden ze overbodig door een nieuw gemaal en op een na afgebroken. Dit restant is toen verbouwd tot woning. Het gebouw staat er dus al een eeuw in deze vorm.”

Maar er is nu een plan om de molen weer te voorzien van een kap en wieken. Een waardeloos plan, vindt Terpstra. “Daarmee negeer je het verhaal dat een molenromp te vertellen heeft, namelijk dat de tijd van molens in dit gebied eigenlijk maar heel kort is geweest. En bovendien: molens hebben we genoeg in Nederland, want er zijn er nog zo’n 1100. Mooie molenrestanten zijn er veel minder.”

Het probleem speelt niet alleen in Friesland. Ook elders worden molens (verkeerd) herbouwd waarbij restanten van een latere geschiedenis verdwijnen. “Het is eigenlijk opmerkelijk dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die reconstructiebouw bij alle andere monumenten zoveel mogelijk wil terugdringen, maar dat het bij de molens tot dit jaar werd vrijgelaten. En dat heeft geleid tot een soort “molenmaffia”, mensen die adviesbureaus beginnen en onwetende bestuurders en eigenaren ervan overtuigen dat er makkelijk subsidie verkregen kan worden voor een reconstructie van de molen. Die bureaus hebben een hoop kennis over subsidietrajecten, maar hebben geen oog voor cultuur- en bouwhistorie. En het is zonde van het geld. Met de subsidie die nodig is voor de reconstructie van een molen, kunnen heel wat bestaande molens beter worden onderhouden.”

Reageer op dit artikel