nieuws

Bloemkoolwijken gerehabiliteerd

bouwbreed Premium

Het opknappen van huizen is niet voldoende om wijken met woonerven, de zogeheten bloemkoolwijken, weer aantrekkelijk te maken. Ook de binnenruimten die door de bewoners collectief worden gebruikt, moeten op de schop. Toch zijn dit soort wijken niet per definitie de achterbuurten van de toekomst. Dat blijkt uit de studie Woonerven Lunetten.

Het onderzoek is een initiatief van het Utrechtse Architectuurcentrum Aorta. Het werd uitgevoerd door stadssocioloog Ivan Nio en de architecten Willemijn Lofvers en Nynke Jutten. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting was medefinancier. Ondanks dat het rapport zich beperkt tot de situatie in de Utrechtse wijk Lunetten met 5600 woningen, stellen de rapporteurs dat de onderzoeksresultaten ook gelden voor vergelijkbare wijken.

Voor woningcorporaties is bij het opknappen van de collectieve ruimten een belangrijke taak weggelegd, vinden de onderzoekers. Ze voegen daaraan toe dat de sociale verhuurders hun taak in deze vaak verzuimen. Dat komt omdat ze ervan uitgaan dat buurtbewoners vooral oog hebben voor de kwaliteit van hun woning. Dat blijkt echter niet zo te zijn. “Corporaties mogen wel meer verantwoordelijkheid voor de woonomgeving op zich nemen”, luidt een van de conclusies uit het rapport.

De onderzoekers zijn erg optimistisch over de mogelijkheden van de wijken met woonerven. Er is volgens hen geen reden aan te nemen dat de bloemkoolwijken toekomstige achterbuurten zullen worden. “Er zijn onmiskenbaar op een aantal plaatsen tekenen van downgrading te signaleren”, stellen zij. “Maar dat zijn vaak stukjes probleembuurt van een grotere wijk. Op de meeste plekken zijn de woningen populair en is hun kwaliteit zodanig dat grootschalig herstel vooralsnog niet nodig is.”

Tevreden

Een onderzoek onder 25 gezinnen die in het gebied wonen, wijst uit dat bewoners doorgaans tevreden zijn over Lunetten. Ze prijzen het voorzieningenniveau en de aanwezigheid van groen. Ook de prijs van de huizen afgezet tegen de kwaliteit van de woonomgeving wordt door de bewoners gewaardeerd. De onderzoekers leiden daaruit af dat wijken zoals Lunetten zich in positieve zin onderscheiden van Vinexwijken. Om verpaupering te voorkomen is niettemin wel sturing vereist.

Bijvoorbeeld door samenwerking tussen bewoners en gemeente, zoals in Lunetten gebeurt. “Voor wat dat betreft is Lunetten een interessant voorbeeld voor andere wijken in Nederland.”

Reageer op dit artikel