nieuws

Onderzoeksplicht aanbestedende dienst naar abnormaal lage inschrijving

bouwbreed Premium

Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) bepaalt in artikel 56 dat wanneer voor een overheidsopdracht inschrijvingen worden gedaan die – in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten – abnormaal laag lijken, de aanbestedende dienst – voordat hij die afschrijvingen kan afwijzen – schriftelijk verzoekt om de door hem nodig geachte verduidelijking over […]

Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) bepaalt in artikel 56 dat wanneer voor een overheidsopdracht inschrijvingen worden gedaan die – in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten – abnormaal laag lijken, de aanbestedende dienst – voordat hij die afschrijvingen kan afwijzen – schriftelijk verzoekt om de door hem nodig geachte verduidelijking over samenstelling van de betreffende inschrijving. Maar wat als de aanbestedende dienst niet tot dat onderzoek overgaat, terwijl er wel een opmerkelijk lage inschrijving tussen de inschrijvingen zit? Kunnen in dat geval andere inschrijvers van die aanbestedende dienst eisen dat het onderzoek zal worden uitgevoerd en dat – indien het een abnormaal lage inschrijving betreft – deze inschrijving ongeldig wordt verklaard?

Voor het verbeteren van zijn huisvesting door sloop, uitbreiding en verbouwing wenst een scholengemeenschap een opdracht te geven aan één architectenbureau voor zowel het structuurontwerp als het stedenbouwkundig plan en de architectuur van de uitbreiding en de verbouwing. De scholengemeenschap besteedt deze opdracht aan conform het Bao.

Het betreft een niet-openbare aanbestedingsprocedure, bestaande uit een selectie- en een gunningsfase, waarop het ARW 2005 van toepassing is. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving.

Van de in de selectiefase geselecteerde vijf gegadigden schrijft de laagste inschrijver, A, in voor een bedrag van 185.000 euro, terwijl de overige gegadigden hebben ingeschreven voor bedragen boven 400.000 euro. Daarop laat de scholengemeenschap weten voornemens te zijn de opdracht te verstrekken aan A.

De overige vier inschrijvers sturen aan A nog gezamenlijk een brief met het verzoek zich terug te trekken. Daarbij voeren zij aan dat dergelijke extreem lage inschrijvingen zullen leiden tot een negatieve spiraal waardoor verdere prijsdruk ontstaat met alle nadelige gevolgen van dien. Deze brief ten spijt trekt A zich niet terug.

De op de tweede plaats geëindigde inschrijver B maakt daarop bezwaar bij de scholengemeenschap tegen de gunningbeslissing. B is van mening dat de inschrijving van A vanwege een abnormaal lage prijs ongeldig moet worden verklaard en dat de scholengemeenschap daartoe ten onrechte niet is overgegaan. Tevens is B van mening dat de scholengemeenschap vanwege die abnormaal lage prijs verplicht is het in artikel 56 Bao bedoelde onderzoek naar de inschrijving te verrichten.

De scholengemeenschap erkent weliswaar dat A laag heeft ingeschreven, maar dat de scholengemeenschap nooit voornemens is geweest geweest de inschrijving van A af te wijzen op grond van een abnormaal lage prijs. Er is dan ook geen reden om gebruik te maken van de procedure als bedoeld in artikel 56 Bao.

De rechter deelde de mening van de school en overwoog daarbij dat in het Nederlandse aanbestedingsrecht geen verplichting is opgenomen om een abnormaal lage aanbieding ongeldig te verklaren.

Evenmin, zo stelde de rechter, bestaat een verplichting om abnormaal lage inschrijvingssommen aan een nader onderzoek te onderwerpen. Verder overwoog hij, dat het uitsluitend aan de aanbestedende dienst is om te beoordelen of en in hoeverre sprake is van een abnormaal lage inschrijving. Andere inschrijvers kunnen zich niet op artikel 56 Bao beroepen en dus niet een onderzoek door de aanbestedende dienst afdwingen.

Het antwoord op de hierboven gestelde vraag luidt dus ontkennend. Of de aanbesteder daarmee ook uiteindelijk het beste af is, is een tweede.Vooralsnog hebben de andere vier aanbieders in dit geval in elk geval het nakijken en kan worden betwijfeld of de juist met aanbestedingsrecht beoogde eerlijke concurrentie op deze wijze een dienst wordt bewezen.

JPR Advocaten heeft vestigingen in Deventer, Doetinchem en Enschede

Reageer op dit artikel