nieuws

Meer duurzaamheid voor minder geld

bouwbreed Premium

Provincies kunnen met minder geld meer aan duurzame mobiliteit doen. Dat blijkt uit onderzoek van Movares, de TU Delft en Kerker Advies. Gratis openbaar vervoer scoort daarin slecht.

“Ter gelegenheid van de verkiezingen voor Provinciale Staten hebben we ingezoomd op duurzame mobiliteit. Wat hebben partijen erover gezegd in hun programma’s? Dat was op zich hoopvol, zeker in combinatie met het klimaatakkoord dat het Rijk met onder meer het Interprovinciaal Overleg heeft afgesloten”, licht Maarten Huug Bode van Movares de reden voor het onderzoek toe.

Nu de coalitieakkoorden er liggen, zijn er kansen voor de provincies om slagen te maken op het gebied van schone mobiliteit. “De akkoorden zijn in hun totaliteit dun en de passages over duurzaamheid dus nog dunner. Niettemin liggen er kansen bij de uitwerking van de akkoorden”, aldus Bode.

De onderzoekers hebben dan ook gekeken wat er voor investeringsmogelijkheden zijn, hoeveel geld er nodig is en wat de investeringen opleveren. “Daarbij hebben we gekeken naar wat maatregelen in de praktijk opbrengen en wat er in potentie aan CO2-reductie bereikt kan worden. Tot nu toe is er weinig rekenwerk op dit gebied.”

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gegeven dat nog vaak wordt gedacht dat gratis openbaar vervoer een hele goede oplossing is. “Dat blijkt niet zo te zijn. De maatregel kost heel veel geld en levert in CO2-termen per saldo niets op. Dat komt doordat mensen die nu de fiets nemen dan veel sneller het openbaar vervoer zullen pakken. En automobilisten zullen er niet voor uit de auto stappen, hooguit om de laatste paar kilometer het openbaar vervoer te pakken naar het centrum van een stad toe”, vult Jaap Vleugel van de TU Delft aan.

Om diezelfde reden is de bouw van transferia wel een positieve kans, maar hangt dat sterk af van de plek waar die worden neergezet. “Als die aan de randen van steden worden gezet, dan levert dat niet zoveel op aan CO2-reductie. Het gaat dan immers alleen maar om de laatste paar kilometer die minder per auto wordt afgelegd. Beter is om ze te concentreren bij de woonsteden van forenzen. Dat bespaart meer autokilometers. Tegelijkertijd is echter het aantal transferia waar behoefte aan kan zijn beperkt, zo’n 40 tot 50”, vindt hij.

Het nieuwe werken biedt veel meer potentie. Maar het hoogste scoort duurzame brandstof voor personenauto’s. “Het vreemde is op dit moment dat in de Noordelijke provincies waar de CO2-uitstoot relatief het laagst, Het meeste wordt gedaan door middel van het 100.000-voertuigenplan. Je zou verwachten dat in het westen van het land eerder hiermee aan de slag zou worden gegaan omdat daar de meeste winst te behalen valt.”

De onderzoekers zijn overigens niet altijd te spreken over hoe de overheid het beleid vormgeeft. Dat lijkt soms op met de ene hand geven en met de andere hand nemen. “Neem bijvoorbeeld modal shift in het goederenvervoer van weg naar water. Daarvoor zijn intermodale terminals nodig. Die komen er ook voor zover ze er al niet zijn, de plannen liggen klaar voor uitvoering en het geld is gereserveerd. Als dan echter tegelijkertijd bezuinigd wordt op vergroting van de capaciteit van de vaarwegen, dan heb je er nog niets aan”, weet Vleugel.

Consistentie in beleid is essentieel om duurzaamheidsdoelen te behalen. “Bedrijven willen best investeren. Die weten inmiddels ook wel dat CO2-reductie en rendement hand in hand gaan. Maar als de overheid nu haar de ambities laat varen, dan remt dat het momentum sterk af”, aldus Mark Kerker van het gelijknamige adviesbureau.

Glasvezel

Voor de bouw lijken de maatregelen nauwelijks iets op te leveren. Het nieuwe werken betekent minder kantoren, wegverbreding is nauwelijks meer nodig. Niet geheel juist, vinden de heren. Voor het nieuwe werken zijn krachtiger netwerken nodig, dus glasvezel. Minder kantoren betekent of sloop of transitie naar een andere bestemming en investeringen in uitbreiding van infrastructuur blijft eveneens nodig in de vorm van vrije busbanen, railtransport en hoogwaardige fietsverbindingen.

Het belangrijkste vinden zij echter dat provincies beseffen dat ze sneller groen kunnen worden met minder geld en dat zij meer inzicht krijgen als zij hun inspanningen meetbaar maken.

Reageer op dit artikel