nieuws

Kleinschalig ontwikkelen met veel reuring in Arnhem

bouwbreed Premium

– Het eerste plan voor het Rijnbooggebied, de zuidelijke binnenstad van Arnhem, werd van bovenaf opgelegd door de Spaanse architect Manuel de Solà-Morales. Het tweede plan heeft meer succes en komt juist van de bevolking zelf, gefaciliteerd door de gemeente. ‘Crowdsourcing’ en ‘open-source ontwikkeling’ zijn hier de toverwoorden.

In beide gevallen is Urhahn Urban Design uit Amsterdam ingehuurd om de plannen te vertalen naar een succesvol stedenbouwkundig plan. In 2004 als vertaler van De Solà-Morales’ complexe bedenksels naar het Nederlandse bouwbesluit, en nu als vormgever van de ideeën en wensen van de bevolking. De eerste keer mislukte. Het ‘dictaat’ van De Solà-Morales kreeg maar geen draagvlak. Het plan op basis van crowdsourcing is wel succesvol. Ook in de politiek. Deze week stemde de gemeenteraad in met het schetsontwerp van Urhahn.

Nu ligt Rijnboog er nog treurig bij. Na de bombardementen in de tweede wereldoorlog werd het gebied volgebouwd met portiekflats en brede autowegen. Dat wat vroeger een bruisende plek tussen het centrum en de Rijn was, verrommelde en raakte in verval. Het is al jaren duidelijk dat hier iets moet gebeuren.

In 2004 bedacht de Spaanse architect het Masterplan Rijnboog, opgehangen aan een luxe Rijnhaven die in de stad zou worden gegraven. Hier is jarenlang over gediscussieerd en zelfs een referendum over gehouden. Tot de nieuwe wethouder Gerrie Elfrink – altijd al fel tegenstander – er vorig jaar de stekker uit trok. De dure haven werd geschrapt en Arnhem begon van voor af aan. Maar Elfrink bedacht een ‘marsroute’ om de vaart in het proces te houden. En het ontwikkelgebied werd aanzienlijk kleiner. Dat lijkt te werken, zo zegt Tess Broekmans, directeur van stedenbouwkundig bureau Urhahn Urban Design. “We hebben nu een werkbaar ontwerp dat past bij de eisen van deze tijd. Nog dit jaar ligt er een stedenbouwkundig plan.”

Inspiratieboekje

“De Sola-Moralès had alles precies ingetekend en gepland. Daar zat geen speling meer in”, zegt Broekmans. Zij vindt de open manier van ontwikkelen veel inspirerender. “Voorheen spraken we alleen met een klankbordgroep over vormgeving, beeldkwaliteit en architectuur. Maar je kunt beter de gebruikers zelf vragen stellen over functies in een gebied. Zij hebben specifieke kennis die professionals ontberen”, zo zegt Broekmans. En crowdsourcing of open-source ontwikkeling kan razendsnel gaan. “In oktober startten we met het inventariseren van ideeën. Dat gebeurde via inloopavonden, op internet en via twitter. En Gerrie ging op de markt staan om te horen wat Arnhemmers wilden. Er kwamen heel veel plannen naar boven, rijp en groen.”

In november zijn 135 ideeën in een inspiratieboekje gepubliceerd. Dat werd de leidraad voor de gebiedsontwikkeling. De wethouder is ook zeer te spreken over het digitale Rijnboogatelier en de twitteractie. Gerrie Elfrink: “Op internet ben je niet gebonden aan tijden en afspraken. Dus kun je veel sneller op elkaar reageren. En op deze manier komen ook de minder mondige mensen aan bod.”

De belangrijkste kenmerken in het ontwerp zijn het doortrekken van de winkelstraten tot aan de rivier, analoog aan het historische stratenplan van voor het bombardement. Dat betekent ook dat een groot deel van het gapend lege Kerkplein weer wordt bebouwd.

Daarnaast komt er een kunstencluster, aan de Rijn of een blok noordelijker. De barrière van de hoge Rijnkade wordt doorbroken door brede trappen naar de rivier. De Jansbeek gaat weer zichtbaar door de stad stromen. En er komt mogelijk een voetgangers- en fietsbrug naar de overkant. In de beide schetsontwerpen staat er voor zo’n 20.000 vierkante meter aan woningen gepland. In tegenstelling tot de plannen van De Solà-Morales zullen de bouwvolumes beter aansluiten aan die van de huidige binnenstad. De woonblokken worden drie tot vijf verdiepingen hoog.

Tijdelijk

Terwijl er achter de tekentafel druk wordt gewerkt aan de stadsstructuur, vinden Elfrink en Broekmans het belangrijk dat fysieke ontwikkelingen doorgaan. Maar die hoeven geen definitief karakter te hebben. “Tijdelijke ontwikkelingen? Graag!”, roept Broekmans uit. En Rijnboog-wethouder Elfrink zegt: “Het plan wordt nu breed gedragen. Dus is het belangrijk dat we het momentum niet verliezen. Door alvast culturele en sportieve activiteiten te ontplooien, kunstprojecten te ontwikkelen en panden een voorlopige functie te geven, kunnen we nu inzichtelijk maken welke kant het opgaat. Dan gaat het gebied ook leven.”

Broekmans denkt aan een strandtent of een ‘biergarten’ aan de overkant van de Rijn, mét een veerpontje, om zo de zuidoever meer bij het plan te betrekken. En een stellage op het Kerkplein kan het toekomstige bouwvolume duidelijk maken. Elfrink noemt een ingekapseld kunstwerk op de Rijnkade, een idee van studenten aan de ArtEZ Academie van Bouwkunst, als voorbeeld.

Daarnaast wil hij panden openstellen voor culturele functies. “Daarvoor hebben we contact met de creatieve sectors, zoals bijvoorbeeld het DTO (Departement voor Tijdelijke Ordening)”, aldus Elfrink. En hij is voorstander van het alvast slopen van sommige bouwblokken, om het nieuwe stratenpatroon te laten zien. Maar daar zijn geen concrete plannen voor.

Betrokkenheid

Na enige teleurstelling toen de haven niet doorging, zijn ook marktpartijen MAB, Bouwinvest, Portaal en Vesteda gevallen voor de nieuwe werkwijze. Ze moesten wel, denkt Gerrie Elfrink: “De oude manier van gebiedsontwikkeling is failliet. Alleen door gewoon stukje bij beetje aan de gang te gaan boek je voortgang. En door iedereen er bij te betrekken voorkom je bezwaren en jarenlange vertraging.” En langzaamaan gaat de Arnhemse politiek dat ook inzien. Die dacht nog te vaak in megaprojecten. “Het is nu juist de tijd van kleiner ontwikkelen”, concludeert Tess Broekmans. “Niet groots en meeslepend, maar wel met veel reuring.”n

Reageer op dit artikel