nieuws

‘Bouwvergadering wordt steeds vaker een contractbespreking’

bouwbreed

‘Bouwvergadering wordt steeds vaker een contractbespreking’

Bouwverslagen worden tegenwoordig maar al te vaak gebruikt voor juridische dossiervorming, terwijl ze bedoeld zijn om het bouwproces aan te sturen. Bouwrecht-advocaat Wim Heijltjes maakt zich daar grote zorgen over.

“Ik zie in mijn praktijk heel wat bouwverslagen langskomen. Als je die leest,
dan kun je je niet aan de indruk onttrekken dat die alleen maar geschreven
worden voor eventuele procedures. Bovendien worden ze ook nog vaak net voor de
volgende bouwvergadering opgestuurd. Weet dan nog maar wat er allemaal precies
besproken is”, zegt Heijltjes. Kleine onvolkomenheden in techniek en uitvoering,
maar ook haperingen in de gegevensverstrekking, hebben vaak grote gevolgen in
tijd en geld. Strakke en éénduidige vastlegging van oorzaak en gevolgen is een
bijna juridische kunst. Technici zoeken naar oplossingen. Zij zijn vooral
gericht op het maken van een goed product. In de bouwsector heerst vanouds nog
de Rijnlandse cultuur.”
“In de laatste twee decennia zien we een verandering optreden. De functies aan
opdrachtgeverszijde zijn uit elkaar gehaald. Ontwikkelaar, belegger en
gebruiker: ze hebben ieder een verschillend (commercieel) belang. De opzet en
aansturing gebeurt primair vanuit de rentabiliteit. Het bouwproduct zelf komt,
als materialisatie van een ontwerp, op de tweede plaats. Dat leidt tot een
financiële afrekencultuur op basis van zo hard mogelijke juridische bepalingen
in het bestek. De Angelsaksische cultuur wint snel terrein”, aldus de advocaat.
Als adviseur van diverse afdelingen van Bouwend Nederland raadt hij altijd aan
goede afspraken te maken over de bouwverslagen. “Spreek af dat ze uiterlijk drie
werkdagen na de vergadering beschikbaar zijn. Dan weet je nog wat er gezegd is
en kun je direct gaan corrigeren. Want als de opdrachtgever via de bouwverslagen
zijn positie in een eventuele juridische tweestrijd wil versterken, dan moeten
aannemers zich daartegen wapenen.” Hij weet dat menig aannemer weinig voelt voor
ruzie over de bouwverslagen. Dat bezorgt hem alleen maar een slechte naam bij de
opdrachtgever waarmee hij toch door een deur moet kunnen. “Toch zullen ze het
moeten doen anders hangen ze bij de rechter. Die gebruikt de bouwverslagen als
zijnde bindende afspraken. Daarmee wordt de bouwvergadering telkens weer een
contractbespreking waar de projectleider niet voor geëquipeerd is”, stelt
Heijltjes.

Bouwmanagementbureaus

Dat is een ander punt van zorg voor hem, de trend om bouwgeschillen te laten
beslechten door de burgerrechter in plaats van de Raad van Arbitrage. “De raad
is uit op waarheidsvinding. Die kijkt naar recht en billijkheid. De rechter
kijkt hoe alles is vastgelegd in documenten. Dat is de reden waarom ik adviseer
de bouwverslagen goed te bekijken en te corrigeren waar nodig. Als vertraging
optreedt waar de aannemer de opdrachtgever ook voor gewaarschuwd heeft, en ik
lees in een bouwverslag dat alles volgens planning gaat, dan klopt er iets niet.
Het begint standaard te worden dat bouwmanagementbureaus in bouwverslagen de
problemen bij de aannemer leggen. Zo langzamerhand lijkt het wel of Kafka
rondwaart op de bouwplaats.” Het heeft ook te maken met de houding die
techneuten hebben tegenover juristen. Die vinden juristerij maar niks. “Je hebt
er als aannemer echter wel mee te maken en moet ook altijd voorbereid zijn op
eventuele geschillen. Daarom is het van belang dat de juiste informatie in de
juiste documenten staat, dus ook in bouwverslagen”, benadrukt Heijltjes. Onlangs
kreeg de advocaat een bouwverslag onder ogen waarin de aannemer zijn beklag deed
over de eenzijdige notulering in meerdere voorgaande verslagen. “De
hoogopgelopen ruzie kon je uit het verslag aanvoelen. Op een gegeven moment
heeft de aannemer gedreigd – zo stond ook in het verslag- bandopnamen van de
vergadering te maken als hij nog eenmaal geconfronteerd werd met een eenzijdig
verslag. Deze projectleider was in ieder geval voldoende mondig.” Aannemers
hebben zelf overigens ook vaak schuld. “Zij denken de bouwdirectie te plezieren
met een optimistische tijdinschatting: dat halen we nog wel. Als dat enkele
malen achtereen mislukt, groeit de onderlinge irritatie. Een ambitieuze insteek
is mooi, maar zet je gesprekspartner daarmee niet op het verkeerde been. Dat
schaadt de verhoudingen”, weet Heijltjes. Van belang is in ieder geval ook de
juiste keuze van de partners. Zeker in de b&u-bouw geldt dat, aangezien de
projecten ingewikkelder zijn en er meer partners betrokken zijn bij het
bouwproces. SDLqZo zou je als aannemer van tevoren moeten kijken wie de
architect en de constructeur zijn. Dat zijn twee partijen die redelijk cruciaal
zijn voor een goed bouwproces. Als je weet wie dat zijn, kun je bekijken of je
überhaupt wel wil inschrijven.”

Verantwoordelijkheid

De juridisering van de bouw is ook terug te vinden bij aanbestedingen.
“Steeds vaker kom ik wurgbepalingen tegen in bestekken. Bijvoorbeeld dat de
verantwoordelijkheid voor het ontwerp wordt overgedragen aan de aannemer.
Begrijpelijk van de opdrachtgever dat die het probeert omdat bij architecten en
constructeurs de aansprakelijkheid fors beperkt is terwijl bij de aannemer
meemeer te halen valt. Bovendien wordt van de aannemer ook nog een hoge
bankgarantie gevraagd en een afgeknepen termijnregeling voor facturering en
betaling. Daarmee loopt de financiële zekerheid van de opdrachtgever vaak naar
25 procent of meer om zich op te kunnen verhalen. Als aannemer moet je je
afvragen of je daar wilt instappen”, luidt het advies van Heijltjes. De advocaat
maakt zich overigens zorgen over hoe het momenteel in de bouw gaat. Door de
economische situatie staat de continuïteit van de bedrijven op het spel. “Zeker
voor capaciteitsleveranciers is het moeilijk. Die vechten elkaar nu bijna kapot.
De zogenaamd slimmen kijken naar de mogelijkheden die het bestek biedt om er
meerwerk uit te slepen. Ieder bestek heeft die mogelijkheid. Maar de verhouding
tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers wordt daar niet beter van.”
Hij zou het daarom een goede zaak vinden als met name de woningbouwers een
steuntje in de rug krijgen van de overheid door herinvoering van de
premiekoopregeling. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Je zet woningen in de
markt die bereikbaar zijn voor starters. De overheid vangt weer geld in de vorm
van belastingen en premies. Ondanks de slechte staat van ’s lands financiën zou
de overheid daar toch eens naar moeten kijken”, vindt Heijltjes.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels