nieuws

Aanpak kantorenleegstand vraagt om zetje markt

bouwbreed

De kantorenleegstand in Nederland is hardnekkig maar de overheid moet zich de problemen voor de verhuurders niet aantrekken. Die conclusie trekt het EIB op basis van een onderzoek naar het aanpassingsvermogen van de markt en de rol die de overheid daarin kan spelen.

De opdracht voor het onderzoek komt van het ministerie van VROM, dat zoekt naar een mogelijke rol bij de aanpak van de problematiek. Overheidsingrijpen zou volgens de EIB-onderzoekers alleen moeten plaatsvinden als dit van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit. Ze doelen dan op bijvoorbeeld opknappen van verloederde gebieden en mogelijkheden om woningbouwlocaties vrij te spelen zodat kostbare ruimtelijke ingrepen voor dit doel elders achterwege kunnen blijven.
Het gaat dan dus om externe effecten. Waar beperking of opheffing van leegstand deze niet heeft, kan het nemen of niet nemen van maatregelen beter aan de markt worden overgelaten. “Ook als dit langdurige leegstand oplevert”, schrijven de onderzoekers. Effectieve instrumenten om de markt van zijn overschot af te helpen zijn niet in beeld.
Wel zouden overheden vanuit de markt gewenste ontwikkelingen een zetje kunnen geven door een regierol op zich te nemen. Zo’n situatie komt in beeld als in een gebied diverse individuele eigenaren baat hebben bij maatregelen (sloop) die ze ook zouden kunnen treffen maar die toch niet van de grond komen omdat de eigenaren op elkaar zitten te wachten. Niemand wil het eigen hoofd in de schoot leggen ten gunste van de concurrentie, schetsen de EIB’ers dit zogenheten prisoners dilemma.

Perspectief

Het perspectief voor de markt tot 2020 is er een van stagnerende werkgelegenheid met daarbij ook nog eens huurders die efficiënter met ruimte willen omgaan. Vast staat, ziet het EIB, dat naar een groot deel van de 6,3 miljoen vierkante meter aan leegstand ook op de langere termijn geen vraag meer zal zijn. Nieuwe kantoren lopen nog wel vol maar dit leidt tot nog meer leegstand in de bestaande voorraad. Daarvan moet naar schatting al 4 miljoen vierkante meter – bijna 10 procent van het totaal – definitief worden afgeschreven.
Dat deze kantoren snel verdwijnen, is niet te verwachten. “Het aanpassingsvermogen van de markt is op korte termijn beperkt”, stelt het EIB. Het fors afboeken op de waarde zou beleggers in de problemen brengen, reden om dat liever “stapsgewijs” te doen. Bovendien is vaak sprake van gebouwen die gedeeltelijk leegstaan, zodat ze voorlopig nog wel wat opbrengen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels