nieuws

‘Inrichting ruimte te vaak op automatische piloot’

bouwbreed

‘Inrichting ruimte te vaak op automatische piloot’

In AtelierOverijssel werken zes partners en de provincie samen om de ruimte aantrekkelijker te maken. Dienst Landelijk Gebied, waterschappen, Architectuurcentrum Twente, Landschap Overijssel, het Oversticht en Kunst & Cultuur Overijssel dragen de bouwstenen aan voor projecten waarvan de eerste tot uitvoering komen. Atelierleider Hilde Blank neemt afscheid.

“Het Atelier kun je eigenlijk beschouwen als een werkplaats. Via
Masterclasses kweken we onder beleidsmakers bewustwording hoe je op een
kwalitatieve manier met de ruimte omgaat. Met die (on)gevraagde adviezen gaan
zij aan de slag”, legt Hilde Blank uit. De Overijsselse aanpak van ruimtelijke
kwaliteit is bijzonder in Nederland. Inmiddels heeft bijna iedere provincie een
kwaliteitsadviseur, maar nergens anders functioneert een dergelijk netwerk van
spelers met verantwoordelijkheid over de inrichting van de ruimte. Hilde Blank,
in het dagelijks leven directeur van het adviesbureau BVR, fungeert als een
ambassadeur om betrokkenen uit het land enthousiast te maken voor de
Overijsselse aanpak. Via een symposium en excursie langs allerlei projecten in
Overijssel op 10 en 16 juni (zie kader) zullen kwaliteitsadviseurs,
stedenbouwkundigen, architecten, VROM, Rijksbouwmeesters, Rijkswaterstaat,
waterschappen en civieltechnische adviesbureaus kennisnemen van de resultaten
van AtelierOverijssel.

Zijn partijen uit de bouwsector ook uitgenodigd? Het valt op dat de
bouw niet is vertegenwoordigd in AtelierOverijssel.

Hilde Blank: “Dat klopt inderdaad. Partijen uit de bouwsector, zoals project- en
gebiedsontwikkelaars en stedenbouwkundigen en aan de andere kant de
opdrachtgevers, zoals Rijkswaterstaat en waterschappen, zijn nog nauwelijks
actief betrokken geweest in AtelierOverijssel. Maar dat gaat de komende tijd
veranderen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers gaan zich op 16 juni op het
symposium aan de buitenwereld presenteren wat ze kunnen betekenen om de
ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Beide partijen moeten daarin meer
verantwoordelijkheid nemen. Opdrachtgevers dienen een gebiedsontwikkeling vanuit
een breed perspectief te benaderen en opdrachtnemers kunnen zelf productiever
zijn om het programma van eisen aan te vullen.”

Wat zijn de do’s en dont’s bij het streven naar ruimtelijke
kwaliteit?
“Beschouw een gebiedsontwikkeling nooit als een lijnopgave. Dus niet
alleen redeneren vanuit een normatieve opvatting; bijvoorbeeld hoe snel kan het
verkeer op de nieuw aan te leggen weg van A naar B. Nee, benader de opgave
vanuit een brede vraagbehoefte. Wat betekent die weg voor het milieu; de
bereikbaarheid van gemeenten; zijn er recreatieve mogelijkheden in het gebied te
bedenken; hoe verloopt de overgang van stad naar platteland; welke gevolgen
heeft de weg voor de agrarische en natuurlijke ontwikkeling van het gebied?
Koppel bepaalde opgaven aan elkaar, zodat er een samenhang ontstaat. Onderzoek
ook alternatieve mogelijkheden. Dat doen we bijvoorbeeld met de N35, de
provinciale weg van Zwolle naar Almelo. Een werkgroep heeft drie scenario’s
onderzocht: de snelwegvariant, de milieuvriendelijke variant en de openbaar
vervoersvariant. Op die manier kun je de balans tussen dynamische en authentieke
stiltegebieden bewaken.”

Hoe vindt u dat ‘Nederland’ de ruimtelijke kwaliteit
aanpakt?

“In Overijssel zijn we op de goede weg. Desondanks zie ik dikwijls dat (semi-)
overheden ruimtelijke ordening op de automatische piloot doen. Vaak worden
dezelfde stedenbouwkundige bureaus benaderd. Opdrachtgevers stellen niet de
juiste vragen als ze voor een gebiedsontwikkeling staan. Door vooraf de
knelpunten en kansen van een gebied en de doelstellingen goed in kaart te
brengen, kan een ruimtelijk project een veel rijker resultaat opleveren.
Tegenstrijdige belangen dienen in de voorfase geslecht te worden. Neem
bijvoorbeeld de inpassing van een waterloop. De gemeente wil daaromheen meer
recreatie, terwijl de Dienst Landelijk Gebied door dit plan de ruilverkaveling
doorkruist ziet. Als je deze conflicten bespreekbaar maakt en gezamenlijk naar
een oplossing toewerkt, zul je merken dat ruimtelijke opgaves sneller en beter
worden verwerkt.” Waarin kan AtelierOverijssel dan een stimulerende rol
vervullen? “Als een gebiedsopgave niet goed wordt voorbereid, dan ziet een
projectdirecteur door de bomen het bos niet meer en verzandt het project in
eindeloze discussies. Doordat het Atelier er van een afstand tegen aankijkt en
de vraag-en probleemstelling van zo’n gebied breder inzet, creëren we weer een
frisheid en flexibiliteit bij een projectgroep om anders met de opgave om te
gaan.”

Voorbeeldprojecten

AtelierOverijssel heeft een aantal ruimtelijke opgaven in Overijssel verrijkt
met adviezen waardoor ze sneller en beter kunnen worden uitgevoerd. Hilde Blank
noemt bijvoorbeeld de herinrichting van een munitiedepot bij Ommen (Stegerveld).
Daar wil Domeinen de grond verkopen aan een zorginstelling die er woon- en
werkeenheden op wil zetten. De provincie heeft het idee om er een zorglandgoed
van te maken, maar de gemeente wil liever niet dat er veel druk op het gebied
komt. “De partijen kwamen er niet uit. Wij hebben inzicht gegeven in
tegengestelde wensen, het programma versimpeld, verbanden gezocht met recreatie
en het Vechtdal en geadviseerd een architect te kiezen die ook oog heeft voor
het landschap. Elk belang kan nu worden gediend”, aldus Blank.

Een ander project waarbij AtelierOverijssel een voortrekkersrol speelde, was
de herontwikkeling van de stationsomgeving van Steenwijk CS dat er volgens Blank
flink verrommeld uitziet. “We hebben een masterclass verzorgd hoe je zo’n gebied
kunt branden. Na een dag schetsen vanuit een culturele invalshoek maakte de
gemeente een veel sterker programma van eisen waarmee de opdrachtnemer veel
beter uit de voeten kan.” Bij de inrichting van Overijsselse landgoederen zijn
gemeenteambtenaren, particulieren en agrariërs in het gebied op excursie om te
schetsen en lezingen van deskundigen bij te wonen. “Maak het zo concreet
mogelijk”, adviseert Blank.

Symposium en excursie

Op 10 juni organiseert het AtelierOverijssel voor alle Overijsselse
gemeenten, provincie en partners van het atelier een bestuurlijke
netwerkbijeenkomst in Dalfsen. Sybilla Dekker, voormalig minister van VROM,
spreekt over de ruimtelijke opgaven waarvoor gemeenten de komende vier jaar
staan. Ook vindt een excursie plaats langs Overijsselse projecten. In de
Creatieve Fabriek in Hengelo wordt op 16 juni een vaksymposium gehouden voor
opdrachtgevers en opdrachtnemers uit de bouwsector.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels