nieuws

Rijksbouwmeester pleit voor stadsarchitecten

bouwbreed

Alle steden in Nederland verdienen een stadsbouwmeester. Zo meent rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol.

Stadsbouwmeesters kunnen volgens haar een belangrijke bijdrage leveren aan de grote ruimtelijke opgaven waar gemeenten voor staan. Zoals gemeentelijke structuurvisies, herbestemming bedrijfsterreinen en de noodzaak binnenstedelijk te bouwen. Voorwaarde daarbij is wel, dat de bouwmeesters een onafhankelijke positie kunnen innemen.
Van der Pol: “Gemeentebesturen zijn gebaat bij goede vakinhoudelijke opvattingen over de inrichting en uitstraling van hun stad. Over de inrichting van de openbare ruimte en het verstrekken van ruimtelijke structuren. Opvattingen die niet altijd politiek gewenst zijn, maar wel prikkelen, uitdagen en lijnen uitzetten voor de toekomst.”
Van der Pol deed haar oproep bij de presentatie van een verkenning naar het functioneren van de huidige stadsarchitecten en stadsbouwmeesters. Max van Aerschot, stadsbouwmeester in Haarlem en Noud de Vreeze, stadsarchitect in Amersfoort, hebben het vakgebied in kaart gebracht. Ruim twintig gemeenten en vijf provincies kennen een dergelijke functionaris. In onder meer Hilversum, Delft en Breda wordt benoeming overwogen.

Duidelijke opdracht

Volgens Van Aerschot en De Vreeze is een stadsbouwmeester het meest effectief als hij een duidelijke opdracht heeft. Met passende verantwoordelijkheden, bevoegdheden en faciliteiten.
Doorslaggevend daarbij is dat de stadsarchitect van het gemeentebestuur de ruimte krijgt kritische analyses te maken van cruciale processen en nieuwe opgaven voor beleid. En de mogelijkheid heeft daarover eigen initiatieven te nemen. Juist dat blijkt in de praktijk lastig, zo heeft De Vreeze zelf ervaren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels