nieuws

‘Ingenieur moet gaan bijdragen aan duurzame maatschappij’

bouwbreed

Met het aanbreken van de welvaart hebben technologie en ingenieurs hun glans verloren meent prof

dr. ir. Harry Lintsen, die begin deze maand na veertig jaar afscheid nam van de TU Eindhoven als hoogleraar Geschiedenis van de Techniek.
”De technische universiteiten zijn daardoor een stuk minder populair bij aspirant-studenten dan in jaren van de wederopbouw”, stelt Lintsen. ”Ingenieurs moeten daarom op zoek naar een nieuwe historische opgave.” In zijn afscheidsrede komt Lintsen ook met het antwoord: bijdragen aan de overgang naar een duurzame maatschappij.
Lintsen verbaast zich over de massale herdenking bij de dood van volkszanger André Hazes een aantal jaar geleden. Hij trekt de parallel met Cornelis Lely, de geestelijk vader van de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee. Ook de uitvaart in 1929 van de ingenieur en staatsman trok veel belangstelling en deed de bevolking iets. Het illustreert voor Lintsen de verschuiving die heeft plaatsgevonden. Vandaag de dag raken entertainers de harten van mensen, terwijl het uiterst onwaarschijnlijk is dat bekende ingenieurs als Philips-topman Gerard Kleisterlee of ruimtevaarder Wubbo Ockels datzelfde effect hebben, zegt Lintsen eerder deze week in een gesprek bij TNO in Delft.

Welvarend

Was het geloof in technologische vooruitgang en industrialisatie tijdens de wederopbouw nog groot, rond 1970 kwam daar een einde aan toen Nederland zich definitief aan de armoede had ontworsteld en veranderde in een welvarende maatschappij. “De opgave was vervuld, een prestatie van wereldformaat, ook al beseffen we dat niet meer”, zegt Lintsen.
Die kentering maakt hij van nabij mee. Zelf opgegroeid tijdens de wederopbouw, ervoer hij tijdens zijn studie technische natuurkunde aan de TU/e vooral de negatieve sentimenten over technologie. “Je had de protesten tegen de Vietnam-oorlog, waar veel technologie werd ingezet voor vernietiging. Toen kwam de energiecrisis”, herinnert hij zich. Ook de beeldvorming veranderde. Weg- en waterbouwkundigen werden weggezet als betonboeren, chemisch technologen als milieuverontreinigers. Hoewel Lintsen afstudeerde als natuurkundig ingenieur besloot hij zich mede door de afgenomen betekenis van techniek, te richten op de geschiedenis. Hij legde de grondslag voor de techniekgeschiedenis in Nederland en gaf hierin les aan studenten van zo ongeveer alle faculteiten van de TU/e en TU Delft.

Duurzame samenleving

Ruim vijftig jaar na de oprichting staat de TU/e volgens Lintsen op een keerpunt. Duurzaamheid en in iets mindere mate medische technologie zijn volgens hem de belangrijkste thema’s waar de universiteit zich op moet gaan richten om aan te sluiten op de veranderde rol van de ingenieur. Het begin is er, maar de overgang naar een duurzame samenleving is nog lang geen feit. “Er is nog ontzettend veel werk te doen. Daar kunnen de drie technische universiteiten hun tanden op stuk bijten.” Het zijn bovendien thema’s waarmee de instellingen nieuwe groepen studenten kunnen aantrekken, zeker als de universiteiten kiezen voor een breed perspectief. Het accent moet niet alleen op technologie gericht zijn, maar er moet een duidelijke link zijn met maatschappelijke vraagstukken, adviseert Lintsen.
Dat kan door nog meer aansluiting te zoeken bij niet-technische disciplines, zoals economie, recht, psychologie en andere maatschappijwetenschappen. De TU/e beschikt al over vakgebieden als innovatiewetenschappen, innovatiemanagement en psychologie van de techniek, maar de integratie met technische wetenschappen is nog niet van de grond gekomen, meent Lintsen. “Met een breed perspectief denk ik dat je grote kans hebt dat je jeugdig talent naar je toetrekt, zeker ook vrouwen, want daar is een grote behoefte aan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels