nieuws

Extreme prijzen

bouwbreed

Een aannemer doet mee aan een aanbestedingsprocedure en bij de uitslag constateert hij dat zijn bedrijf als tweede is geëindigd. Hij bekijkt de uitslag en wat blijkt, nummer een schreef in met een werkelijk absurd lage prijs.

De overige inschrijvers liggen met hun aanneemsom allemaal redelijk dicht bij
elkaar, alleen de laagste inschrijver valt fors uit de toon. Met een prijs die
voor de aanbestedende dienst absoluut een reden zou moeten zijn om de
inschrijving ongeldig te verklaren. De aannemer klimt in de pen en maakt de
aanbestedende dienst er op attent dat dit natuurlijk niet kan en geeft aan dat
hij verwacht dat het werk aan hem als opvolgend inschrijver moet worden gegund.

Ongeldig

Heeft dat zin? Kan de aanbestedende dienst worden gedwongen deze veel te lage
inschrijver ongeldig te verklaren? Het gaat hier om een vaak gestelde vraag,
waarvan het antwoord vrij eenduidig en helder is. Als een inschrijver extreem
laag heeft ingeschreven dan geeft het ARW 2005 de aanbestedende dienst de
bevoegdheid de betreffende inschrijver tekst en uitleg te vragen. Krijgt de
aanbestedende dienst een onbevredigend antwoord, dan kan deze zonder meer de te
lage inschrijver aan de kant schuiven. Maar let op, dat ‘kan’ de aanbestedende
dienst doen, maar zij hoeft dat niet. Het gaat dus om een bevoegdheid van de
aanbestedende dienst en niet om een verplichting. De regeling is dan ook
uitsluitend bedoeld om de aanbestedende dienst te beschermen tegen een
inschrijver waarbij gevreesd moet worden voor de kwaliteit van de te verrichten
werkzaamheden. Een opdrachtgever zit immers niet te wachten op een aannemer die
gedurende het hele werk diep zijn adem moet inhouden om de eindstreep te halen.
Wordt de aanbestedende dienst geconfronteerd met een abnormaal lage inschrijving
dan kan zij de inschrijver om een toelichting vragen. En dan kan het natuurlijk
heel goed zijn dat de inschrijver keurig kan uitleggen waarom hij zo laag heeft
kunnen inschrijven. Heeft de opdrachtgever vertrouwen in deze uitleg, dan staat
het haar vrij de opdracht aan deze inschrijver te gunnen. Is datvertrouwen er
niet, dan kan de opdrachtgever de inschrijving van de aannemer terzijde
schuiven. Zeer recent heeft de rechtbank Den Haag dit uitgangspunt nog eens
bevestigd. Aardig is dat de voorzieningenrechter hierbij nog aangeeft dat dit
uitgangspunt niet geldt als kan worden aangetoond dat sprake is van zodanige
bijzondere omstandigheden dat daaruit onmiskenbaar volgt dat op basis van de
lage inschrijving de opdracht niet tot een goed einde kan worden gebracht.

Opening

Dat lijkt een opening te bieden, maar toon het maar eens aan. De kort geding
statistieken laten zien dat een protesterende inschrijver sowieso al snel het
onderspit delft, als hij weliswaar een punt heeft, maar voor het standpunt van
de aanbestedende dienst ook wel wat te zeggen valt. Zonder klip en klaar bewijs,
is het beter het verlies voor lief te nemen en zo snel mogelijk op te gaan voor
de volgende aanbesteding.

Sectie Bouw en Vastgoed, Bierman Advocaten, Tiel
dijk@bierman.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels