nieuws

Eerste Kamer moet doorpakken met Crisis- en herstelwet

bouwbreed

De Eerste Kamer besluit dinsdag het wetsvoorstel voor de Crisis- en herstelwet al dan niet als controversieel aan te merken. Het is van het grootste belang dat de Eerste Kamer doorpakt en behandeling van het wetsontwerp voortzet. Bij voorkeur integraal, betoogt Frits Nuss.

Mocht een integrale behandeling van het wetsvoorstel voor de Crisis- en herstelwet niet haalbaar zijn, dan in ieder geval voor die onderdelen die bestemd zijn om lokale woningbouwprojecten te versnellen. Dit is vooral van belang om straks, wanneer het consumentenvertrouwen zich weer hersteld heeft, snel te kunnen inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarmee schaarste te beperken.
Stroperige procedures zijn al sinds jaar en dag het grootste knelpunt voor de woningbouwproductie. Het vak van projectontwikkelaar is de afgelopen decennia steeds meer bureauwerk geworden. In de jaren zeventig duurde het 33 maanden aan procedurele voorbereidingen, voordat met de bouw gestart kon worden. Inmiddels is die proceduretijd opgelopen naar 7 à 8 jaar. Die langdurige processen maken bouwprojecten onnodig duur. Daarom kunnen we met kortere en eenvoudiger procedures belangrijke kostenbesparingen behalen. Ook economisch gezien kunnen wij ons de extra kosten van de bureaucratie niet langer permitteren.
NVB is daarom een groot voorstander van de Crisis- en herstelwet. De voorstellen zijn voor Nederlandse begrippen soms revolutionair. Het getuigde van bestuurlijke moed van het kabinet-Balkenende IV om binnen een half jaar te komen met zulke fundamentele voorstellen. Het is nu aan de Eerste Kamer om door te pakken. Er ligt momenteel ‘dankzij de crisis’ een wetsvoorstel in de vorm van de Crisis- en herstelwet om processen drastisch te versnellen.
Mocht echter onverhoopt een integrale acceptatie van het wetsvoorstel niet mogelijk zijn, dan zou het in die zin aangepast moeten worden dat de niet omstreden onderdelen toch doorgang kunnen vinden. Tot dat pakket zouden in ieder geval de onderdelen moeten behoren die betrekking hebben op het versnellen van lokale woningbouwplannen. Op voorstel van NVB heeft de Tweede Kamer de oorspronkelijk drempel al verlaagd van twintig naar twaalf woningen. Een goede zaak. Immers, in deze tijd bedraagt de gemiddelde projectgrootte circa twaalf woningen.

Versnelling

Een belangrijk onderdeel in de nieuwe wet vormen de wijzigingen in het bestuursprocesrecht die tot een versnelling van procedures kunnen leiden. Zoals de mogelijkheid tot herstel van kleine materiële gebreken, de introductie van het relativiteitsvereiste (de bezwaarmaker dient van het omstreden besluit schade te ondervinden) en het beperken van beroepsmogelijkheden tussen overheden onderling. Maar ook de versnelling van beroepsprocedures door een termijn te stellen( zo moet de bestuursrechter binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak doen) en het stellen van strengere eisen aan beroepschriften en het wegnemen van barrières voor gemeenten om het projectbesluit toe te passen.
Het belangrijkste winstpunt is echter de concentratie van besluitvorming voor gemeentelijke bouwlocaties tot één orgaan( de gemeenteraad) resulterend in één besluit (het projectuitvoeringsbesluit) en het beroep in één instantie met de verplichting om binnen zes maanden uitspraak te doen, door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zodat gemeenten sneller besluiten kunnen nemen. Ook de introductie van ontwikkelingsgebieden met de mogelijkheid om gedurende maximaal 15 jaar af te wijken van de geldende milieunormen, vooral belangrijk bij de transformatie van bedrijventerreinen, kan een forse versnelling van procedures opleveren.
De praktijk van bouwen en ontwikkelen verwacht daarom veel van de Crisis- en herstelwet. Uiteraard is de wet niet dé oplossing voor alle kwalen die tezamen de problematiek van de bureaucratie vormen. Bureaucratie is een veelkoppig monster. Maar de nieuwe wet betekent wel een fundamentele stap op weg naar minder bureaucratie door een versnelling van procedures. Een versnelling die ook nodig is om straks wanneer het consumentenvertrouwen zich weer hersteld heeft, snel te kunnen inspelen op de groeiende vraag naar nieuwe woningen. Anders is de kans groot dat er schaarste op de woningmarkt ontstaat. Dat betekent hogere prijzen. Het is in dat geval uiteindelijk de woonconsument die de rekening betaalt. Voor de Eerste Kamer geldt dan ook des te meer het devies : never waste a good crisis!
Jurist
NVB, vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels