nieuws

Soeters maakt gewoon een stad

bouwbreed

Het nieuwe stadshart van Zaanstad rond het NS station begint vorm te krijgen

In de bouwput staan gebouwen die al bijna gereed zijn, zoals het hotel met de typisch Zaans groene gevels. Andere gebouwen, zoals het stadhuis, zijn nog volop in aanbouw. Jan den Boer wandelt in de toekomst van de Nederlandse stedenbouw.
Sjoerd Soeters is verantwoordelijk voor het masterplan en onder meer de architectonische uitwerking van het stadhuis. Terwijl hij met projectleider Walter Kloet enthousiast en snel door het stadhuis loopt, vertelt hij waarom dit plan zo belangrijk is voor Zaanstad.
De essentie ligt niet eens bij de opvallende en misschien zelfs provocerende gevels, het belangrijkste woord dat in het verhaal van Soeters elke keer terugkomt is contact. Soeters verzet zich tegen de modernistische steden waar de openbare ruimte dikwijls te groot en te leeg is en de gebouwen als incidenten in die ruimte gedropt zijn. Hij grijpt terug op de kleinschalige openbare ruimte zoals we die kennen uit onze lange Europese traditie, hij durft historische elementen en gevels te gebruiken, maar kiest niet voor de eenzijdigheid van het traditionalisme.
Hij wil zich eigenlijk helemaal niet bezighouden met definities, hij wil niet in hokjes worden gestopt, noch zich aanpassen aan de eisen van zijn vakgenoten. Hij wil gewoon een stad maken waar mensen echt in contact kunnen zijn en zich prettig voelen. Verbindingen zijn daarvoor essen-tieel, de vroegere verbindingen in Zaanstad waren bijvoorbeeld een brug over de Zaan, nu nodig is een verbinding over de provinciale weg en het spoor nodig. Niet zomaar een brug, maar een ‘Ponte Vechio’ over de weg waar beide zijden van de openbare ruimte worden begeleid door gebouwen waarin ook openbare functies opgenomen zijn, zodat het een levendig verblijfsgebied is en de provinciale weg niet meer zichtbaar is. De gedempte gracht wordt weer open gegraven, en vervolgens wordt het water ook over de weg geleid naar het stadhuisplein, waar het water ontspringt uit de ‘Bron der verdraagzaamheid.’

Spectaculair

Hoe krijgt Soeters deze spectaculaire ingreep in Zaanstad voor elkaar in het sobere en neo -modernistische Nederland? De bewoners mochten kiezen in een referendum, en werden niet overvleugeld door een jury die moest voorkomen dat het te populistisch wordt. Dat is bijvoorbeeld wel in Delft gebeurd, waar Soeters had gewonnen, maar door manipulatie van het stadsbestuur uiteindelijk het modernistische ontwerp van Mecanoo won.
Soeters zocht tijdens het referendum actief contact met de bevolking, ging ook in de winkelstraten met de mensen praten. Ook tijdens de wandeling door het stadhuis in aanbouw zie je hoe belangrijk het contact met de mensen die het werk doen, voor hem is. Sommige critici noemen hem populistisch, en bij de traditioneel-modernistische vakgenoten is hij niet populair. Zijn plan leverde hem van de welstandscommissie een scheldbrief op. Terwijl we uit het raam van het stadhuis kijken naar de kale modernistische doos waar Welstand in huist, vertelt Soeters: “Ik heb gezegd: de welstand eruit of ik eruit. De wethouder ontbood toen om 7 uur ’s ochtends de directeur van het Noord-Hollands Welstandtoezicht en vervolgens werd een gedelegeerde van de welstand in het supervisieteam gezet.”

Contact

De nadruk op contact blijkt ook op allerlei manieren in het ontwerp van het stadhuis. De trouwzaal heeft een verschijnbalkon zodat het jonge paar zich kan laten toejuichen en fotograferen vanaf het stadhuisplein, de raadzaal heeft een groter balkon voor als er ooit bijvoorbeeld toch een voetbalclub wint. De wethouders kunnen vanaf de loge of nog hoger vanuit ronde kijkgaten volgen wat in de raadzaal gebeurt. Op het moment dat Soeters die punten aanwijst en vertelt, zie je het plezier waarmee hij heeft ontworpen. ‘Architecture of fun’ noemt hij het dan ook.
Maar het is niet alleen plezier, gezelligheid en Zaanse gevels. Als we door het busstation in aanbouw onder het stadhuis lopen, wordt duidelijk hoe goed hij nadenkt over een veilige en leefbare plek voor deze belangrijke functie. De benedenbouw is strak, zakelijk en zeer modern ogend. Als ik een foto van zo’n gevel maak zegt hij ironisch: met zo’n foto haal ik het Jaarboek Architectuur misschien.”
Soeters probeert een verhaal te vertellen, met herkenbare elementen voor de oppervlakkige toeschouwer en voor de kenner. In de pronkgevels van het stadhuis zijn verwijzingen te zien naar de internationaal bekende architecten Piano, Pei, Venturi, Maneo, Rossi en Natalini. Dat is niet alleen een grapje, het is ook doordacht vanuit het Zaanse verleden omdat de Zaanse huisjes vroeger in hun gevels ook interpretaties hadden van wereldberoemde architectuur.
Zo heeft het nieuwe stadshart van Zaanstad in aanbouw een enorme verscheidenheid aan verhalen en mogelijke interpretaties. Maar het gaat bij Soeters vooral om een directe verbinding te ervaren met de openbare functies in de gebouwen en de gemeenschappelijkheid en ontmoeting te beleven in de intieme openbare ruimte.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels