nieuws

Technici van vmbo en mbo maken goede kans op arbeidsmarkt

bouwbreed Premium

Bouwkundigen, civiel technici en andere techneuten maken na 2013 goede kansen een baan te vinden. Het maakt daarbij weinig uit of ze laag, middelbaar of hoog zijn opgeleid.

Dat blijkt uit het rapport ‘De regionale arbeidsmarkt voor technici tot 2016’ dat Bureau Louter samenstelde in opdracht van het Platform Bèta Techniek.
Volgens het onderzoek zijn de vooruitzichten voor afgestudeerden van vrijwel alle technische opleidingen gunstig te noemen. Dat is vooral te danken aan de naderende vergrijzingsgolf. Uitbreiding van het personeelsbestand is de komende jaren in de bouwsector niet aan de orde, zo blijkt uit het onderzoek. Daar staat tegenover dat de vervangingsvraag tussen 2011 en 2015 groot zal zijn. “Sinds begin 2010 worden de berichten dat het goed gaat met de technische arbeidsmarkt frequenter, terwijl de tekorten die enige tijd schijnbaar uit beeld waren verdwenen, alweer opdoemen voor de nabije toekomst.”

Gunstig

De vooruitzichten voor personeel met een opleiding op het niveau van voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn gunstiger dan de toekomstverwachtingen voor hbo- en wo-gediplomeerden. Die tendens wordt veroorzaakt doordat de instroom van jongere mensen in deze opleidingen gering is, terwijl de uitstroom van ouderen groot zal zijn. Op vmbo-niveau geldt dit zowel voor bouwvakkers als voor installatietechnici en in iets mindere mate voor elektrotechnici. Voor installateurs en elektrotechnici met een mbo-diploma zijn de vooruitzichten iets minder gunstig vanwege de grote instroom in dit soort opleidingen. Middelbaar opgeleide bouwkundigen en grond-, weg- en waterbouwers daarentegen hebben gunstiger vooruitzichten.
De vooruitzichten voor hbo’ers met een bouwkundige of bouwgerelateerde studie achter de rug zijn onverdeeld gunstig.
Hetzelfde geldt voor de meeste afgestudeerden van een technische universiteit.
Wetenschappelijk opgeleide elektrotechnici daarentegen krijgen het naar verwachting wat moeilijker om een passende baan te vinden. Door de relatief grote instroom, is het aantal beschikbare banen lager dan het aantal instromers.

Reageer op dit artikel