nieuws

Op zoek naar een eigentijdse vorm van ruimtelijke ordening

bouwbreed

Het geloof in de maakbare samenleving is in de ruimtelijke ordening nog steeds voelbaar aanwezig

Deze eenzijdige politiek oriëntatie heeft het verlies aan betekenis van de ruimtelijke ordening veroorzaakt voor keuzes over de inrichting, het beheer en gebruik van ruimte, meent Willem Buunk.
Linkse hobby’s zitten in de gevarenzone. Dat geldt dus ook voor de ruimtelijke ordening. Een van de hervormingen van het kabinet Rutte is de decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Alleen de provincies zorgen voortaan voor de onderlinge afstemming van gebiedsontwikkelingen en andere ruimtelijke ingrepen. De politieke hervorming van de ruimtelijke ordening wordt daarnaast vooral bepaald door de keuze om wonen, wijken en integratie (WWI) onder te brengen bij Binnenlandse Zaken. De ‘volkshuisvestings-V’ van VROM wordt daarmee losgeknipt van de ruimtelijke ordening. Het einde van de sociaal-democratische hegemonie in de ruimtelijke ordening die de centrale planning van woongebieden tot prioriteit van ruimtelijk rijksbeleid maakte.

Ontwikkelingspatroon

De rijksoverheid bepaalde decennialang het ontwikkelingspatroon van steden en dorpen. Ruimtelijke concepten als ‘gebundelde deconcentratie’, ‘groeikernen’, ‘bufferbeleid’ en de ‘compacte stad’ verdeelden volgens het principe van de verdelende rechtvaardigheid de woningbouw over het land.
Voorzien van woningbouwsubsidies konden de wethouders in de steden – meestal van PvdA-huize – de eenheid van planning en publiek bouwmeesterschap realiseren. De rechtse kritiek is snel geformuleerd: met de aanwijzing van bouwlocaties en de toewijzing van goedkope grond voor woningbouwcorporaties heeft Nederland een verstedelijkingspatroon gekregen waarin zoveel mogelijk mensen op een kluitje wonen, waarvan zoveel mogelijk mensen moeten huren bij corporaties die ook worden geleid door sociaal-democratische mannenbroeders (m/v).
Het geloof in de maakbare samenleving is in ruimtelijke ordening nog steeds voelbaar aanwezig. Deze eenzijdige politieke oriëntatie heeft het verlies aan betekenis van de ruimtelijke ordening veroorzaakt voor keuzes over de inrichting, het beheer en gebruik van ruimte. Ministers van VVD- huize hebben in het verleden hoogstens enkele ruimtelijk-economische thema’s mogen toevoegen, zoals de ‘mainports’. En ecologisch-politiek geïnspireerde wetenschappers hebben met de Ecologische Hoofdstructuur wel het grootste ruimtelijke project buiten de steden mogen plannen. Maar nu wordt het plan, dat herkenbaar sociaal-democratische sturingsinstrument, minder dominant in de ruimtelijke ordening. Het kabinet Rutte laat daarmee een frisse rechtse politieke wind waaien door linksgeoriënteerde ruimtelijke ordening.

Regeerakkoord

Met deze analyse in het achterhoofd, laat het regeerakkoord zich als volgt interpreteren:
1. Geen nieuwe nationale ruimtelijke nota’s. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu komt hoogstens met een selectief kader voor provinciale ruimtelijke plannen -een verbod op rode contouren wellicht – of enkele strategische ruimtelijke keuzes.
2. Strategische ruimtelijke keuzes worden gekoppeld aan bereikbaarheidsinvesteringen. Die investeringsbeslissing bepaalt in de praktijk al jaren waar nieuwe gebiedsontwikkeling kansrijk is. De infrastructuurautoriteit formuleert voor de stedelijke regio’s en hun natuurlijke vervoersgebied enkele randvoorwaarden voor gebiedsontwikkeling door particulieren en private partijen op locaties die met nieuwe wegen of ov worden bediend.
3. De Ecologische Hoofdstructuur is een prachtig en bewonderenswaardig planconcept, maar het is aan het einde van zijn beleidslevenscyclus. Het wordt herzien zodat het bijdraagt aan een mooier landschap waarvan mensen kunnen genieten, zonder de achterliggende ecologische waarden tekort te doen.
4. De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en de wet algemene bepalingen omgevingsbeleid (Wabo) worden samengevoegd in een nieuwe omgevingswet met vereenvoudigde regels voor grondgebruik, milieubescherming, natuurbescherming, enz. Voor elk project maar een besluit. Algemene regels – zoals rode contouren of het onderscheid tussen een recreatiewoning en een gewone woning – worden onmogelijk.
5. Voor internationale ruimtelijk relevante regelgeving ligt geen taak bij de rijksoverheid. Vigerend beleid van EU of Unesco wordt door provincies en gemeenten uitgevoerd.
Het regeerakkoord meldt opvallend weinig over de wijkactieplannen voor de Vogelaarwijken. Voortzetting lijkt onder de huidige coalitie weinig kansrijk. Corporaties gaan meebetalen aan huursubsidies en hebben geen geld meer voor wijkprojecten. De wijkactieplannen zijn teveel een PvdA programmapunt. De agenda van het kabinet Rutte kan dus met een punt uitgebreid worden:
6. De wijkaanpak verdwijnt. Er komt een faciliterend gemeentelijk grondbeleid voor alle ruimtelijke transformaties in de bestaande stedelijke gebieden en dorpen; niet alleen in de probleemwijken. Grondexploitaties waarin rijk of provincie mede investeerder zijn, kunnen niet langer de melkkoe zijn voor de algemene middelen.
De ruimtelijke ordening is een van de 17 hervormingen van het kabinet Rutte. Een mooie kans voor de vakwereld om met het kabinet op zoek te gaan naar een eigentijdse vorm van ruimtelijke ordening.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels