nieuws

Meedenkende bouwer uit mottenballen gehaald

bouwbreed

De meedenkende aannemer uit het bouwteam is na de jaren zeventig in de vergetelheid geraakt. In Twente proberen ze de samenwerkingsvorm nieuw leven in te blazen.

De omvang van het project is niet spectaculair – rond de 600.000 euro – maar
de manier van samenwerken onderscheidt zich wel van het gros van de Nederlandse
bouwprojecten. Gww-aannemer Roelofs mag vanaf het begin van het project
aanschuiven bij de ambtenaren van de gemeente Hellendoorn. Samen gaan ze
nadenken over de vraag hoe een bergbezinkleiding en een nieuw rioolgemaal in
Daarlerveen aan te leggen. Pioneering, het bouwcluster van het Innovatieplatform
Twente, zal het project vanaf de selectie van partijen tot en met de uitvoering
begeleiden. Met dit onderzoek wil het kennisplatform de voor- en nadelen van het
werken in bouwteam op een rij zetten. Universiteit Twente en hogeschool Saxion
monitoren het proces en de opbrengsten. In de B&W-kamer van de gemeente
Hellendoorn zetten Roelofs en de gemeente Hellendoorn de handtekeningen. “Het is
net als een huwelijk, je moet wel even iets tekenen”, zegt hoogleraar
bouwmanagement André Dorée van de Universiteit Twente, die optreedt als
begeleider bij het project. Het vertrouwen tussen opdrachtgever en aannemer is
namelijk gebaat bij duidelijke spelregels, stelt hij. Bij het bouwteam wordt
niet gewerkt met bestek en tekeningen, maar met functionele eisen. Daardoor is
volgens Dorée meer ruimte voor innovatie. En het past bij vernieuwend
opdrachtgeverschap. “We hebben nog geen lijn getrokken”, zegt projectleider
ontwerp Bert Vowinkel van Roelofs, dat jaarlijks zo’n 40 miljoen omzet draait.
Wel heeft het bedrijf zijn visie op het project in een aanbiedingsdocument
verwoord. Daarbij ging het volgens Vowinkel onder meer om de kwaliteit van het
geleverde werk en de visie op het werken in een bouwteam. Ook zijn de risico’s
voor de aannemers, de opdrachtgever en de bewoners in de omgeving in kaart
gebracht.

Aanbesteed

“De opdracht is openbaar aanbesteed en we hadden een maximale score van 1000
punten”, glimt Arend Ringenier, algemeen directeur van Roelofs. Helemaal nieuw
met het werken in een bouwteam is de wegenbouwer niet. “We noemden ons in 1992
al ontwerpend aannemer”, zegt Ringenier “Je had toen de gezichten bij Arcadis en
Grontmij moeten zien: waar zijn jullie nu mee bezig?” Roelofs zette door, en
zorgde een jaar later voor ISO-certificering. “Je kunt jezelf wel ontwerpend
aannemer noemen, maar het moet wel in je genen zitten”, verklaart Ringenier de
verdere professionalisering. De bouwdirecteur kan zich herinneren dat Roelofs in
1994 bij Wijk bij Duurstede al een ontsluitingsweg in een bouwteam realiseerde.
Inmiddels is 40 procent van het werk een vorm van design & construct. “Dat
willen we verhogen.” Dorée ziet kans op een revival van bouwteam als
projectvorm. “Begin jaren zeventig werd het al toegepast. Daarna is het in
onbruik geraakt. Opdrachtgevers worstelden met de vraag: met wie moet je aan
tafel geraken? Je moet een aanbieder zoeken in plaats van dat je een aanbieding
kiest. In vergelijking met het selecteren op basis van prijs voelen
opdrachtgevers zich kwetsbaarder. De keuze voor een bouwteam vraagt meer uitleg
dan de laagste aanbieding kiezen. Hoe leg je uit aan de gemeenteraad dat je het
onderste uit de kan hebt gehaald?” Dorée verwacht juist dat een bouwteam de
totale kosten zal drukken en dat de kwaliteit van het opgeleverde product beter
is. Met goede afspraken worden bouwers genoeg geprikkeld in een bouwteam,
verzekert Dorée. Het verbeteren van de kwaliteit en het beperken van de
kostprijs leidt tot een groter aandeel in de winstpot. Ook krijg je steviger
commitment, stelt de hoogleraar. “Een aannemer kan niet meer zeggen: wij zijn
onaangenaam door het ontwerp verrast. Hallo, je hebt er zelf bij gezeten!”
Volgens Ringenier zouden veel overheden en gemeenten eigenlijk meer met een
bouwteam willen werken. Maar een aanbestedingstraject inrichten om op een
objectieve manier een aannemer uit te kiezen dat past binnen de Europese en
gemeentelijke regels, is volgens hem lastig. En het is ook een beetje de angst
voor het onbekende, zegt Vowinkel.

Arbitragezaken

Gemeenten die experimenteren met nieuwe aanbestedingsvormen, komen vaak in
arbitragezaken terecht, merkt Ringenier. Afgewezen bouwpartijen menen recht te
hebben op de opdracht, wat leidt tot juridische gevechten bij de Raad van
Arbitrage. “Je ziet dat als een gemeente daar eenmaal mee te maken krijgt, dat
ze terugkruipen in hun schulp.” Dus komt Roelofs nog vaak in de traditionele
aanbesteding terecht. Ringenier: “Helaas. Dat is veel inschrijven onder de
kostprijs. En veel gedoe om met meerwerk toch genoeg geld over te houden. De
oude bouw, zou ik bijna zeggen. Ik zit nu veertig jaar in het vak. Zo’n 15
procent van de aanbestedingen gebeurt innovatief. Ik hoop dat het nog voor mijn
pensioen 60 à 70 procent wordt.” Als het aan burgemeester (“en civiel
ingenieur”) Hans van Overbeeke van de opdrachtgevende gemeente Hellendoorn ligt,
lukt dat wel. “Het heeft te maken met respect en vertrouwen. Dat moet je elkaar
geven.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels