nieuws

Betrek ondergrond vroeg bij bouwplan

bouwbreed

De ondergrond moet eerder en beter bij bovengrondse bouwplannen worden betrokken

Alleen dan kunnen de faalkosten worden teruggedrongen, betogen Rik de Meij en
Martijn Simons. Zij pleiten voor nieuwe hulpmiddelen, maar vooral voor een
andere kijk op de relatie tussen boven- en ondergrond. Inzicht in de kosten en
baten kan daarbij helpen. De Nederlandse ondergrond lijkt steeds vaker op de
Kalverstraat op zaterdagmiddag. Kabels en leidingen, warmte-koudeopslag,
afvalsystemen en oude funderingen drukken vaker dan voorheen hun stempel op wat
er bovengronds kan en wat dat kost. Vroeger waren vooral stukgetrokken kabels of
leidingen het probleem. Tegenwoordig zijn er ook meer onzichtbare risico’s:
vertraging in het ontwerp- en bouwproces, onnodige kosten en onbenutte kansen.
Gebouwen, wegen, maar ook ‘groen’ blijken steeds vaker niet op de ondergrond te
passen. De kosten die vervolgens moeten worden gemaakt, lopen al snel in de
miljoenen. Het gaat vooral om het verleggen van kabels en leidingen. Ook gaan
kansen verloren, zoals het niet kunnen toepassen van warmte-koudeopslag. Als er
vooraf betere informatie over de bodem bekend zou zijn, zouden andere ontwerp-
en planningsbeslissingen worden genomen.

Besef

Nog belangrijker dan informatie is het besef dát de ondergrond een grote rol
speelt. Jaarlijks zijn er 40.000 graafincidenten. Zelfregulering in de vorm van
het Kabels en Leidingen Informatie Centrum is onvoldoende gebleken. De Wet
informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) uit 2008 moest daarin
verandering brengen. Maar wetten zijn een laatste redmiddel. Dat de WION nodig
was, is een teken aan de wand. Een gevoel van urgentie ontbreekt. De bodem is
niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk onzichtbaar. Als branche
moeten we ons dat aanrekenen. Meer dan ooit moeten we voor onze opdrachtgevers
kosten en baten inzichtelijk maken. Het omleggen van een leiding kost al snel
een paar 100.000 euro. Maar er zijn ook veel indirecte kosten, onder meer ten
gevolge van vertraging. De inrichting van de boven- en ondergrond moet meer in
samenhang worden opgepakt. We moeten zoeken naar het optimum tussen iets meer
investeren nu en hogere kosten later. Van mantelbuizen tot bundelingen, maak het
inzichtelijk, hang er prijskaartjes aan en zorg zo voor een betere onderbouwing
van het beslissingsproces. Met meer toekomstbestendig ontwerpen is nog een
wereld te winnen. Ook moeten we meer leren van innovaties. Zoals van de
Integrale Leidingen Tunnel aan de Amsterdamse Zuidas. Inmiddels is er een schat
aan ervaring opgedaan. En zoals bij elke innovatie zijn daaruit belangrijke
lessen te trekken. Die moeten we delen. Als branche moeten we ervoor zorgen dat
het leergeld dat sowieso altijd wordt betaald, zo goed mogelijk rendeert en ons
verder brengt. Nieuwe hulpmiddelen zijn nodig. De traditionele 2D-aanpak voldoet
vaak niet meer. Uiteraard kost 3D in eerste instantie iets meer tijd, maar de
bespaar- en optimalisatiepotentie is enorm. Aan de noordzijde van de Zuidas
werken we een gebiedsontwikkeling met kabels en leidingen, inclusief wegen,
water en maaiveld, uit in zowel 2D als 3D – om zelf ervaring op te doen, maar
vooral ook om de mogelijkheden voor opdrachtgevers te visualiseren.

Nieuw idioom

De ondergrond is niet sexy, wordt vaak gezegd. Als dat zo is, dan moeten we
‘m sexy maken. Zodra opdrachtgevers weten hoeveel er te winnen is, krijgt het
onderwerp ‘vanzelf’ meer aandacht. Het is aan ons, adviseurs en ingenieurs, om
die kapitaalpositie van de ondergrond aanschouwelijk en inzichtelijk te maken.
Behalve harde getallen is daarvoor ook een andere manier van communiceren nodig,
een nieuw idioom. Serieel denken en ontwerpen moet plaatsmaken voor een meer
iteratieve manier van werken. Meer naast elkaar in plaats van na elkaar. Niet
eerst een bovengronds ontwerp maken en dan de ondergrond bekijken, maar met
beide tegelijk of, nog beter, integraal. Ruimtelijke ordening moet meer
integrerend zijn: esthetica, functionaliteit en techniek die al in een vroeg
stadium op stedenbouwkundige schaal samenkomen. Dat bespaart niet alleen geld,
maar ook tijd.

Jungle

De Amsterdamse Zuidas is een complexe ondergrondse locatie, maar is vooral
een blik in de toekomst. Op steeds meer locaties in steeds meer steden zal een
onzichtbare jungle ontstaan. Steeds vaker zullen we die betreden. Laten we
zorgen dat we daarvoor de juiste hulpmiddelen hebben. Maar laten we vooral
opdrachtgevers overtuigen van nut en noodzaak van het vroegtijdig betrekken van
de ondergrond in hun plannen. Respectievelijk projectleider en manager bij
Ingenieursbureau Amsterdam (IBA)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels