nieuws

Waar ligt bewijslast K-formulier

bouwbreed

Moest de inschrijver bewijzen dat de eigen verklaring keurig op tijd was ingediend? Of washet juist de aanbestedende dienst die moest bewijzen dat de verklaring toch echt ontbrak?

De rechter legde de bewijslast bij de inschrijver, die moest bewijzen dat de
eigen verklaring erbij zat. Omdat de inschrijver dit niet kon aantonen, werd de
vordering afgewezen. Enerzijds een logische uitspraak en anderzijds een
uitspraak die toch een wat onbevredigend gevoel achterliet. Immers, het gevoel
zegt dat die inschrijver, die zo zeker was van zijn zaak, toch niet zomaar een
kort geding heeft aangespannen. Maar goed, zo schreef ik toen, je moet ergens de
bewijslast leggen en zou je de bewijslast bij de aanbestedende dienst leggen dan
heeft dat onmiskenbaar ook zijn weerslag op de positie van de overige
inschrijvers, die er immers op mogen vertrouwen dat als een inschrijving
ongeldig is, dit niet door een ongunstige bewijslastverdeling anders kan komen
te liggen. Ik noemde toen het haarscherpe voorbeeld van een inschrijver die zijn
K-formulier is vergeten. Zoals bekend is het vaste rechtspraak dat het ontbreken
van een K-formulier tot onmiddellijke uitsluiting van de aanbesteding leidt.
Zo’n inschrijver zou er dan gemakkelijk mee weg kunnen komen door te stellen dat
zijn K-formulier er gewoon bij zat. De aanbesteder zou dan het nakijken hebben
omdat die het tegendeel niet kan bewijzen. Recent deed zo’n evidente zaak zich
voor waarbij de zaak er dus simpelweg om ging of het K-formulier nu wel of niet
bij de stukken zat. En inderdaad, ook hier legde de rechter de bewijslast bij de
inschrijver. Die kwam weliswaar met drie getuigenverklaringen die allemaal
verklaarden dat het K-formulier was bijgevoegd, maar dat was voor de
voorzieningenrechter niet voldoende. In een kort geding is eigenlijk geen plaats
voor getuigenbewijs. Er is immers geen gelegenheid om de getuigen daadwerkelijk
‘face to face’ en onder ede te horen. Alleen een schriftelijke verklaring is
onvoldoende, zeker als de aanbestedende dienst volhoudt dat zij de inschrijving
heel zorgvuldig heeft bekeken en het K-formulier toch echt ontbrak. Onvoldoende
bewijs dus, en daarom werden de vorderingen afgewezen. De rechter bood nog wel
een doekje voor het bloeden aan. Dat de vordering het kort geding werd
afgewezen, betekende natuurlijk niet dat daarmee ook de mogelijkheid was
uitgesloten voor de gepasseerde inschrijver om een bodemprocedure te starten. Om
dan in die bodemprocedure alsnog met het verlangde bewijs op de proppen te
komen. Zou de inschrijver er dan in slagen te bewijzen dat het K-formulier er
toch bij zat, dan heeft hij in elk geval nog recht op schadevergoeding. Maar ja,
het werk is dan al lang vergeven, en vermoedelijk zelfs afgerond.

Sectie Bouw en Vastgoed Bierman Advocaten, Tiel dijk@bierman.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels