nieuws

Export brengt baggerbedrijf De Boer opnieuw succes

bouwbreed Premium

Export brengt baggerbedrijf De Boer opnieuw succes

Baggerbedrijf De Boer besloot zes jaar geleden zijn buitenlandse activiteiten verder te ontwikkelen.

Een gouden greep, blijkt achteraf. De omzet is bijna verdrievoudigd. Met de
70 miljoen euro die op jaarbasis binnenkomt, is het Sliedrechtse bedrijf de
derde baggeraar van Nederland. “Wij zijn de grootste van de kleine en de
kleinste van de groten”, verklaren directeur-eigenaar Cees van de Graaf en zijn
zoon en mededirectielid Hugo. In 2004 verkeerde de binnenlandse markt voor
baggeraars op een dieptepunt. Van de Graaf senior: “De muizen lagen dood voor de
kast. We deden toen nog 80 procent van ons werk in Nederland en 20 procent in
het buitenland, vooral het nabije. Als we op de oude voet waren doorgegaan,
hadden we spoedig de helft van ons personeel moeten ontslaan en dat wilde ik
niet meemaken. We hebben een sterke band met onze mensen en ook met hun
gezinnen. Daarom zijn we naar het buitenland gaan kijken. Nu komt 81 procent van
onze centen daarvandaan.” De Boer baggert in heel Europa, het Midden-Oosten,
Noord-Afrika en Zuid-Amerika. “We kregen snel een grote opdracht uit Egypte,
vervolgens een uit Frans-Guyana en toen was voor ons de kou uit de lucht.” Een
geheide groeimarkt in de nabije toekomst zien de Van de Graafs in het
uitbaggeren van stuwmeren. In Oostenrijk doen ze dat al, op 2200 meter hoogte
met een speciaal, demontabel schip. Rivieren voeren zand en slib af en dat slaat
neer voor de dam. “Veel stuwmeerboeren onderschatten dit probleem. De eerste 20
tot 30 jaar merk je er dan ook niets van. Maar op een gegeven moment slibt het
meer dicht. Dan komt de werking van de turbines in gevaar en zelfs de stevigheid
van de dam. Want de afzetting die tegen de dam drukt, heeft een veel hoger
soortelijk gewicht dan water. Daarop is zo’n dam niet berekend.”

Uitdaging

Hoewel het bedrijf blijft groeien, is dat geen doel op zich. “Je moet een
beetje groeien om je personeel wat uitdaging en de kans op promotie te kunnen
geven. Maar we willen niet groeien om te groeien”, onderstreept het tweetal dat
groter niet per se beter betekent. “Hoe groter het bedrijf ook hoe
onpersoonlijker.” De kracht van De Boer schuilt volgens hen voor een groot deel
in de mensen en hun betrokkenheid bij het bedrijf, en omgekeerd. “Als je te veel
groeit, moet je beslissingen overlaten aan onervaren nieuwe mensen die nog niet
goed zijn ingevoerd. Dat kan een hoop geld kosten.” Bovendien zien ze bij grote
bedrijven ook een relatief grotere overhead, “waardoor je duurder wordt”. Liever
blijven ze zorgen dat ze de goedkoopste zijn. “Dan heb je altijd werk.” Goedkoop
kun je in hun visie zijn door een combinatie van goede mensen, goed materieel en
een lage overhead. “Maar ook die goede schepen kopen ze het liefst juist als de
markt slap is. Dan is de prijs lager.

Emmermolen

De vloot telt vijftig schepen van klein tot groot, van zeeploegen,
sleepzuigers en cutterzuigers tot gravers. Een klassieke emmermolen werd
verbouwd tot een innovatief hoogstandje voor het uitbaggeren van vervuilde
waterbodems. “Daar zitten een hoop patenten van ons in.” Het is een voorbeeld
van innovatie binnen het mkb, een gegeven dat velen volgens hen onderschatten.
“Wij lopen niet achter bij de grote jongens.” Door technische innovaties krijgt
baggeren nieuwe varianten. Zoals, weet De Boer, zodanig water en lucht in de
bodem injecteren dat zand en slib opborrelen en door de stroming van de rivier
of het getij worden weggevoerd. “Vroeger was het altijd”, schetst Van de Graaf
senior, “moedertje natuur brengt het naar binnen en vadertje aannemer brengt het
naar buiten. Wij laten moedertje natuur het nu ook naar buiten brengen”. De
kracht van kleine bedrijven is volgens hen dat de leiding dichter bij de
werkvloer staat. “Wat daar aan ideeën speelt, pikken wij eerder op, bij grote
bedrijven gaat nog weleens wat van die input verloren. Wij hebben juist daardoor
goede schepen. Al de knowhow van onze praktijkmensen zit erin. Voor we een nieuw
schip laten bouwen gaat het ontwerp door de hele organisatie. Iedereen mag erop
schieten. De ingenieurs maar ook de kapitein, de kok en de matroos. Dat levert
veel verbeteringen op, die later schelen in de kosten.” De baggerbedrijfstak
innoveert flink. “Alleen loopt die daarmee niet te koop.” Dat is vanwege de
vrees dat de concurrentie ermee vandoor gaat. Hierdoor komt de bagger,
onderkennen ze, onvoldoende voor het voetlicht en dat begint te knellen.
“Jongeren zien de sector niet staan waardoor in de toekomst groot
personeelstekort dreigt.”

Lol

De mensen die bij De Boer in dienst komen en hun draai vinden, blijven
meestal lang. “We hebben veel jubilea van mensen die 12,5 en 25 jaar in dienst
zijn”, klinkt het tevreden. “Deze mensen kennen de cultuur van het bedrijf. We
zeggen tegen sollicitanten: je moet hier hard werken, dat voor je lol doen en
daar betalen we je dan ook nog voor.” In de bagger valt zelfs goed te verdienen,
weten ze. Van de Graaf senior haalt zijn vader aan die hem voorhield: “Cees, een
goede vent is nooit te duur en een slechte altijd.” Maar hoe dan ook, plezier
kunnen hebben in het werk moet in hun ogen voorop staan. “Het salaris alleen is
nooit genoeg.” Van de Graaf nam het bedrijf in 1976 over van de gebroeders De
Boer en bestiert het nu samen met zijn zoons Hugo en Cees, die al veel taken
hebben overgenomen. Het begon destijds als een kleine onderneming, met een
jaaromzet van twee ton. Voor de overnamesom verhypothekeerde Van de Graaf zijn
huis. Sindsdien hoort De Boer, zoals het bedrijf vanwege de naamsbekendheid is
blijven heten, tot de groeitoppers. De directeur-eigenaar relativeert opnieuw
het belang dat hij daaraan hecht. “Als ik een biefstukje kan eten en een glaasje
wijn kan drinken, vind ik het genoeg. Daarvoor hoef je niet zo’n groot bedrijf
te hebben.”

Reageer op dit artikel