nieuws

‘Goedkope Chinezen in Polen strijden niet met gelijke wapens’

bouwbreed

‘Goedkope Chinezen in Polen strijden niet met gelijke wapens’

Een gelijk speelveld binnen Europa wordt door de Europese Unie terecht verdedigd. Maar dat Chinezen dan veel goedkoper in Polen aan de slag kunnen, daar maakt FIEC-voorzitter Dirk Cordeel zich zorgen over. “Zij strijden niet met gelijke wapens in de markt”, vindt hij.

“De grenzen verdwijnen niet alleen binnen de EU, maar ook daarbuiten. De
globalisering maakt het voor bedrijven gemakkelijker om in de EU mee te dingen
naar werken. Zo heeft een Chinees staatsbedrijf twee projecten in het kader van
het Europees Kampioenschap voetbal verworven met een bieding die 20 procent
lager lag dan de laagste bieding van Europese bouwers. Ik maak me daar zorgen
over. Dat bedrijf kon om verschillende redenen heel laag inschrijven. De kosten
die wij per dag maken, hebben zij ongeveer per maand. Bovendien hebben ze van de
Chinese overheid 100 miljoen euro renteloos gekregen waardoor de kosten nog eens
extra gedrukt zijn. Ik kan mij niet voorstellen als bijvoorbeeld een Duitse
bouwer met een laag bod komt met als argument dat de Bondsregering 100 miljoen
renteloos heeft gekregen, de commissie niet op haar achterste benen zou staan
omdat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun”, aldus Cordeel. Het steekt nog
eens extra omdat Polen van Europa 500 miljoen heeft gekregen om projecten voor
het EK voetbal uit te voeren. “Als je dan weet dat China zelf buitenlandse
bedrijven nauwelijks binnenlaat tenzij het gaat om technieken die ze zelf niet
hebben, dan is het vreemd dat belastinggeld van de Europese burgers niet
gebruikt mag worden om het eigen Europese bedrijfsleven zeker in deze crisistijd
te bevoordelen. Als we dit zomaar goedvinden dan voorspel ik een werkloosheid
die we nog niet eerder gezien hebben. Als ondernemer zou ik zelf Chinezen in
dienst nemen als dat de enige manier is om de continuïteit van mijn bedrijf te
waarborgen. Ik begrijp dan ook niet dat de vakbeweging hier niet proactief mee
bezig is.” Cordeel begrijpt evenmin dat de opdrachtgever een dergelijk laag bod
heeft kunnen accepteren. Zijn kritiek lijkt begrijpelijk omdat op een aantal
belangrijke terreinen sprake is van een innige samenwerking tussen de FIEC en de
werknemersfederatie EFBH. “Destijds is met toenmalig algemeen secretaris Jan
Cremers van de Europese Federatie van Bouw- en Houtwerkers afgesproken dat we
zouden zoeken naar onderwerpen die we samen kunnen doen. Samen sta je sterker
richting Europese instellingen. Bovendien is sprake van een aantal
gemeenschappelijke belangen die een gemeenschappelijk standpunt rechtvaardigen.
Bijvoorbeeld de aanpak van de crisis waarover we een gezamenlijke verklaring
hebben uitgebracht met ideeën over hoe de crisis in de bouw moet worden
aangepakt. Zo kan de EU nog een heleboel doen op het gebied van energie. Voor
openbare gebouwen is er inmiddels een richtlijn die eisen stelt aan het
energiegebruik. Op het gebied van private gebouwen is er echter nog een wereld
te winnen.”

Kredietfaciliteiten

Op andere terreinen vaart de FIEC een eigen koers zoals bij de Trans-Europese
transportnetwerken waar het Italiaanse bestuurslid van de FIEC en
oud-Europarlementariër Luisa Todini zich mee bezighoudt. Zo langzamerhand
beginnen de projecten op stoom te komen, maar van Cordeel had het wat sneller
gemogen. “Er is sprake van heel lange procedures. Wat mij betreft zouden er
regels moeten komen met maximale termijnen waarbinnen dit soort projecten tot
uitvoering moeten komen.” Een probleem waar hij ook nog steeds op een oplossing
zit te wachten, is het gebrek aan kredietfaciliteiten van de banken. Zeker in
een sector waar dik 90 procent bestaat uit mkb-bedrijven knijpt dat. “Het heeft
te maken met de reddingsacties door de overheden. Die hebben de banken geld
geleend tegen hoge rentetarieven, soms wel 15 procent. Daar willen de banken
uiteraard zo snel mogelijk van af en dus betalen ze de overheden terug. Dat
betekent dan wel dat ze geen of weinig leningen geven aan bedrijven. Ik vind dat
de Europese Investeringsbank in deze situatie zou moeten inspringen.”

Ketenaansprakelijkheid

Een onderwerp waar nog veel werk voor moet worden verzet is de
ketenaansprakelijkheid, een onderwerp waar de EU momenteel aan werkt. In een
aantal landen, waaronder Nederland bestaat dit fenomeen al jaren. “We moeten
opletten dat er geen Europese richtlijn komt die alle verantwoordelijkheid
neerlegt bij de hoofdaannemer zonder dat die mogelijkheden heeft om te
controleren of onderaannemers hun verplichtingen nakomen en zonder dat hij kan
controleren of iedereen die op de bouwplaats rondloopt er ook terecht loopt. De
verantwoordelijkheid moet draagbaar zijn. Daarnaast zou er iets van een Europese
databank moeten komen waarin gegevens zitten over betalingsgedrag en afdracht
van premies en belastingen. Uiteraard moet die niet publiek toegankelijk zijn,
maar wel op een manier waardoor de hoofdaannemer meer zekerheid heeft over met
wie hij in zee gaat.” Verder bepleit de FIEC-president ook al langer een sociale
identiteitskaart die iedere bouwvakker bij zich zou moeten hebben op een
bouwwerf. “Zeker op grotere bouwplaatsen is het onmogelijk om te weten wie
iedereen is en of iemand legaal is of niet.” Juist omdat de sector zo
versnipperd is, er veel mkb-bedrijven zijn en heel veel verschillende culturen,
moet het toch redelijk lastig zijn om met een stadpunt te komen waar iedereen
zich in kan vinden. “In de eerste plaats moet je niet praten over het verschil
tussen groot en klein”, aldus Cordeel, die zelf 850 man in dienst heeft maar
zich mkb’er voelt. “Het verschil zit in het zijn van familiebedrijf of niet. En
natuurlijk kan het lastig zijn om een gemeenschappelijke noemer te vinden. Maar
aan de andere kant gaat het alle bedrijven om een paar zaken, opdrachten,
continuïteit, goed personeel en een ondernemersvriendelijk klimaat. Daar zit de
gemeenschappelijkheid waar we wat mee kunnen”, schetst Cordeel.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels