nieuws

‘Financieel degelijke bouwers komen lachend de crisis uit’

bouwbreed

‘Financieel degelijke bouwers komen lachend de crisis uit’

Ondanks de economische tegenwind bleven veel orderboeken op peil. Maar hoe ziet een opdrachtgever en onderaannemer dat een bedrijf financieel stevig is? Een vol orderboek zegt volgens de onderzoekers niet al te veel.

Het was een van de opmerkelijkste bevindingen die de onderzoekers van Ernst
& Young in het najaar deden: de bouw was beland in een zware storm, maar de
orderboeken van de twintig grootste Europese bouwbedrijven bleven op peil.
“Iedereen verwachtte dat de orderboeken fors zouden leeglopen. Dat bleek niet
het geval”, herinnert Ad Buisman, vastgoedadviseur bij Ernst & Young zich.
De gezamenlijke orderlijst bleef hangen op 400 miljard euro. Wel daalde de
winstgevendheid met 43 procent, en was de schuldpositie volgens het adviesbureau
“schrikbarend”. Zorgen waren er ook over de winstmarge. Kwam de marge in 2008
nog uit rond de 2 procent, in 2009 moesten de bedrijven het doen met een schrale
1 procent. Buisman: “De bouw wordt harder getroffen dan menige andere sector. De
bouwsector is kwetsbaar door de historisch toch al lage marges.” Het Britse
Carrillion voert de Europese ranglijst aan, BAM en Heijmans staan achteraan, op
een 18de respectievelijk 20ste plaats. Hoe zat dat nou met die orderboeken? Hoe
is dat te verklaren?

Prijsconcurrentie

Ad Buisman en Wim Kerst, adviseur vastgoed, bouw & hotels bij het
adviesbureau weten het niet precies. Maar één ding is zeker, leggen ze op het
kantoor van Ernst & Young in Utrecht uit: “Een vol orderboek zegt niet al te
veel”, zegt Buisman. Je moet volgens hem met drie dingen rekening houden. “Eén:
wanneer kun je het werk uitvoeren? Als het gaat om projecten voor de komende zes
jaar, is het de vraag of de orders uiteindelijk tot inkomsten zullen leiden.”
Kerst: “Kijk naar de Nederlandse baggeraars en de palmeilanden. Door problemen
in Dubai viel in één keer een groot deel van de orderportefeuille weg.” “Twee”,
vervolgt Buisman. “Zijn de opdrachten hard of zacht?” Staat een order met
potlood genoteerd in de eigen agenda of met balpen in een contract? Hoe hard
zijn dus de afspraken? “Drie: zijn de orders met winst of verlies binnengehaald?
Orders met veel verlies erop zijn natuurlijk niet gezond. Je hoort zelfs
voorbeelden waarbij 20 procent onder de kostprijs wordt geboden. Vooral in de
infra is de prijsconcurrentie moordend. En als bedrijf heb je toch een belang om
mensen aan het werk te houden.”

Softe kant

De grootte van het orderboek zegt dus niet alles. Toch zijn kengetallen over
hoe goed je als bouwer presteert ontzettend belangrijk, benadrukt Buisman. “Die
bepalen of opdrachtgevers en onderaannemers met je in zee willen.” Een fors
eigen vermogen, een lage schuld en een gezonde winst geven vertrouwen. Buisman:
“Dat zijn performance indicatoren waarmee je gezien wil worden.” Vooral in
crisistijd. “Soliditeit is heel belangrijk. Bij aanbestedingen worden vaak
bouwadviesbureaus gevraagd een oordeel te geven over de bouwbedrijven. Daarbij
worden orderboeken en jaarrekeningen doorgelicht.” Hoe groot is de schuld ten
opzichte van de nettowinst? Hoe groot is het eigen vermogen ten opzichte van de
schuldposities? Hoe groot is de winst en de omzet? En hoeveel orders heeft het
bedrijf nog uitstaan? Bouwbedrijven hebben dus een belang bij een dik orderboek.
Hoe beter je orderboek eruitziet en je financiële indicatoren erbij staan, hoe
groter de kans dat je de opdracht krijgt. Opdrachtgevers zijn bang met een
instabiel bouwbedrijf aan de slag te gaan. Des te belangrijker is het om als
bouwbedrijf goed te presteren. Daar is nog een wereld te winnen, menen de
adviseurs. Kerst haalt een oude flyer uit de kast achter hem. “Hier hadden we
het tien jaar geleden ook al over: faalkosten. Een potentiële marge van 12
procent lekt weg tot zo’n 2 procent.” Het is de softe kant waar het fout gaat,
meent hij. Buisman: “We hebben een studie gedaan naar verliesgevende projecten.
Het bleek dat het steeds dezelfde projectleiders zijn die verliezen draaien.”
Bouwbedrijven doen niets met die wetenschap. “Het zit in de cultuur om verliezen
te accepteren”, concludeert Kerst. “De falende projectleiders mogen gewoon
blijven zitten en draaien het volgende project opnieuw weer met een verlies.”
“Een ideaal bouwbedrijf leert van zijn fouten”, vult Kerst aan. En dat leren
gebeurt te weinig.

Allianties

De techneuten aan de top worden volgens hem moe van al die verhalen over
faalkosten. “Je ziet ook vaak dat de financiële functie in zo’n bedrijf
onvoldoende gerespecteerd wordt.” Financiën is nooit een issue geweest, het geld
kwam toch wel binnen. Het is daarom gezond dat steeds meer niet-bouwers op hoge
functies in de sector aan het stuur komen, vinden de accountants. Zoals Gerard
van de Aast bij VolkerWessels, die bij uitgever ReedElsevier vandaan komt, en
Theo Bruijninckx die een financiële achtergrond heeft. Een frisse blik van
buiten beschermt tegen navelstaarderij. Gebrek aan risicomanagement is ook zo’n
langdurend pijnpunt. Buisman illustreert: “Het zit niet in de Nederlandse
bouwcultuur om risico’s te verdelen. Alle risico’s komen op de schouders van
bouwbedrijven. In het buitenland, zoals in de VS, is dat beter geregeld. Daar
spreken ze bijvoorbeeld af: de eerste 10 procent is voor de opdrachtgever, de
overige risico’s voor de bouwer.” Een goede ontwikkeling vinden de adviseurs de
vorming van allianties tussen opdrachtgevers en bouwers, zoals bij de
Betuweroute. Als er dan iets niet begroot blijkt, dan wordt gezamenlijk bekeken
hoe het opgelost wordt. “Dat is wat anders dan elkaar de laan uitvechten, wat je
vaker ziet.”

Discipline

En waarom gaan bouwers zo nonchalant om met hun geld? Het beheer van
werkkapitaal verdient meer aandacht, vindt Kerst. Hoeveel geld heb je als
bedrijf snel ter beschikking? Belangrijk is tijdig facturen versturen, meent
hij. Het tijdstip dat de factuur de deur uit gaat, moet je contractueel
vastleggen. “Laat de opdrachtgever bijvoorbeeld 20 procent betalen bij aanvang
van het project, 30 procent bij een afgesproken mijlpaal, en de rest aan het
einde. Nu zie je te vaak één factuur na afloop. Soms ben je vijf maanden verder,
terwijl de rentetikker van 7 procent doortikt.” Niet slim dus. En ingewikkeld is
hoeft het niet te zijn, aldus Buisman. “Geen high tech, gewoon discipline,
waarvan het ontbreken ervan een heleboel bedrijven opbreekt.” Maar zijn al dit
soort maatregelen genoeg om door de crisis te komen? Het helpt in ieder geval,
vinden Buisman en Kerst. En als het orderboek bijna leeg is? “Je portefeuille
voor drie jaar volpompen met infra? Dat kan helpen maar denk wel aan de periode
erna”, waarschuwt Buisman. “Over vijf jaar zit je dan met een lege portefeuille
en een werkloze infradivisie. De hausse aan overheidsopdrachten is dan voorbij.”
Denk dus tijdig na over de toekomst, adviseren ze. Kerst: “De oplossing is
vooral te doen waar je goed in bent. En aandacht geven aan vernieuwing, zoals
duurzaamheid en ketenintegratie.” Maar altijd vanuit een gezonde financiële
basis, benadrukken de adviseurs. Buisman weet het zeker: “Bouwbedrijven die hun
zaakjes financieel goed op orde hebben, komen straks lachend de crisis uit.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels