nieuws

Restauratie oude veemarkt eist innovatieve hersengymnastiek

bouwbreed Premium

Restauratie oude veemarkt eist innovatieve hersengymnastiek

Toen de Brabanthallen in 1931 werden opgeleverd als overdekte veemarkt, kon niemand bevroeden dat het oudste deel ooit nog een rijksmonument zou worden. Logisch dus dat bij verbouwingen en restauraties heel veel voorzichtigheid in acht genomen moet worden.

Het probleem manifesteert zich direct. De boeiboorden blijken naar alle
kanten vervormd te zijn. De opdrachtgever wil dat die worden rechtgetrokken. Dat
betekent een probleem voor de aannemer. Wat is er immers simpeler dan het oude
boeiboord te slopen en te vervangen door watervast multiplex. Dat kan echter
niet. Massief hout zou het moeten worden, maar dat past weer niet binnen het
beperkte budget. Een ander probleem is het meten van de driedimensionale
afwijkingen en vervolgens te bepalen hoe die afwijkingen tot aanvaardbare
proporties kunnen worden teruggebracht. “Een hele simpele oplossing zou zijn de
boeiboorden donker te schilderen. Visueel zijn de afwijkingen dan veel minder
zichtbaar De maatafwijkingen worden dan niet meer als hinderlijk ervaren. Deze
oplossing is echter niet realistisch. Al het andere houtwerk is crèmekleurig
geschilderd”, verklaart Daan Kuijsten. Samen met zijn collega-studenten Daan
Vermeulen, Mark Gijsbers en Pim Cramer heeft hij zich in het kader van de
projectweek Innovatie op Locatie 2010, georganiseerd door studievereniging
SUPport in samenwerking met Bouwend Nederland, gebogen over de problemen van de
boeiboorden. Daarbij is eerst gekeken naar de oorzaken, met als uitgangspunt een
aantal hypotheses. Zo zouden de opleggingshoogtes van de spanten niet gelijk
kunnen zijn. Aangezien de muren niet loodrecht staan en de luifel bevestigd is
aan de binnenspanten, zou een mogelijke verandering daar effect kunnen hebben op
de buiging van de luifel, legt het viertal uit op een zonovergoten terras van de
Zwarte Doos.

Dubieus

Een andere optie was dat de afstand tussen de spanten te groot is en de
tussenliggende balken dubieus zijn gemonteerd, de randbalk te zwaar wordt belast
en te ver doorbuigt. Vochtschade kan ook een oorzaak zijn. Om de hypotheses te
verifiëren, moest er uiteraad flink worden gemeten. Enkele dagen is het viertal
met waterpasmeter, meetlat en metselkoord in de weer geweest om de afwijkingen
keurig in kaart te brengen. Vervolgens is gekeken naar houtrot, vochtschade en
scheuren. Daaruit bleek dat er lengtescheuren in de spanten zaten. Ook werden
scheuren in het kopse hout waargenomen en splijtscheuren in tussenbalken
ontstaan door schuifspanning ter plaatse van de pen-gatverbindingen. Gaten in de
dakgoot verklaren de vele vochtige plekken in de luifel en voor een deel de
houtrot. En verroeste spijkers bij goot en sierlijst verklaren de scheuren in de
sierlijst. “Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat de verticale afwijking
en de welvingen in het boeiboord door verschillende oorzaken komen die in meer
of mindere mate hebben bijgedragen aan de afwijkingen. Bij de horizontale
afwijkingen ging het om één oorzaak, de niet gefixeerde pen-gatverbindingen van
de tussenbalken”, aldus Kuijsten. Dat wetende kwam toen pas het eigenlijke werk,
het vinden van oplossingen. Daar begint dan meteen een probleem. Maatafwijkingen
in een levend materiaal als hout komen nu eenmaal voor. Of die maatafwijking
acceptabel is, hangt vooral af van de beleving en persoonlijke omstandigheden
als gezichtsvermogen, verwachting en smaak. De vier onderzoekers vermoeden
bovendien dat bij de bouw van de Brabanthallen als veemarkt boeren en vee niet
echt geïnteresseerd zullen zijn geweest in vervormingen in het boeiboord.
Bovendien zal het waarschijnlijk nooit recht geweest zijn. Een bijkomende vraag
is daarnaast of een strak boeiboord wel gewenst is. Juist de golving van de
luifel karakteriseert de oudheid en het monumentale karakter van het gebouw. Aan
de andere kant is het boeiboord aan de voorbouw van de hallen wel recht.
Daardoor zijn er punten waar je het strakke boeiboord ziet naast het golvende
dat dan als hinderlijk wordt ervaren.

Stelschroef

Maar als de opdrachtgever een strak boeiboord wil, dan zal in de sfeer van de
oplossingen ook gekeken moeten worden naar mogelijkheden om dat zoveel mogelijk
te bereiken en dan ook nog op een manier die het probleem voor lange tijd
voorkomt. “Daar hebben we inderdaad iets op gevonden, een dubbele stelschroef.
Daarmee kan de randbalk verticaal als het ware opgevijzeld worden. Daarmee kun
je dan de verticale vervorming van het boeiboord stellen. Maar hij kan ook
horizontaal worden gesteld waardoor de horizontale vervorming van het boeiboord
in toom gehouden kan worden”, legt Kuijsten het innovatieve systeem uit. Het
nadeel is dat dit systeem – dat wel voor een superstrak boeiboord kan zorgen –
tijdrovend en dus duur is. Het stellen van de randbalk zal voor elke bevestiging
van de stelschroef moeten gebeuren. Voordeel is wel dat elk jaar gecontroleerd
kan worden of er weer afwijkingen optreden. Als dat zo is, kan dat weer
nagesteld worden. De vier studenten, die een week de tijd hebben gekregen voor
de opdracht, vinden het een prachtige oplossing, maar beseffen tegelijkertijd
dat de kosten de toepassing meer dan onwaarschijnlijk maakt. Gelukkig hebben ze
ook simpelere en betaalbaardere oplossingen. De meest basic oplossing is het
deels vervangen van de rotte delen van het boeiboord en de goot vervangen. “Dit
zijn ingrepen die absoluut gedaan moeten worden. Maar het betekent wel dat
vervormingen in het boeiboord worden geaccepteerd waardoor verdere aanpassingen
niet nodig zijn.” Iets verder gaat het geheel vervangen van het boeiboord en de
goot en de constructie versterken waardoor minder snel weer vervorming optreedt.
Het boeiboord deels en de goot geheel vervangen en het boeiboord donker
schilderen, is geen echte maar slechts een visuele oplossing.

Restaureren

De vier zien zelf het meest in restaureren waarbij slechts een deel van het
boeiboord wordt vervangen, de randbalk geschuurd om de golvingen te verminderen
en de achterconstructie wordt versterkt. Hele simpele en relatief goedkope
ingrepen die uitvoerbaar zijn en geen schade aanrichten aan het monumentale
karakter van het gebouw. “We hebben dit project gedraaid voor een keuzevak. Het
heeft ons in ieder geval geleerd om met een open oog naar problemen te kijken
die je in de praktijk kunt tegenkomen. En het mooiste is nog wel dat Hazenberg
ook heel blij was met ons rapport. Het rapport bleek zeer goed te gebruiken
richting de opdrachtgever ter ondersteuning van de gekozen werkmethode.”

Reageer op dit artikel