nieuws

Bouwsector kan nieuwe regels amper bijhouden

bouwbreed Premium

Sleutelen aan het Bouwbesluit staat voor Pieter Clerx van Bouwend Nederland gelijk aan rommelen aan een oerdegelijke constructie van een gebouw.

“Als je het doet, doe het dan zorgvuldig”, is zijn betoog. Voorafgaande aan
het interview wordt duidelijk dat Clerx, 31 jaar actief voor Bouwend Nederland,
de dingen bewust en overwogen doet. Clerx wisselt namelijk van outfit als hij de
meegereisde fotograaf opmerkt. In het Zoetermeerse hoofdkantoor van de grootste
Nederlandse bouwbelangenbehartiger heeft hij drie nette pakken hangen.
Behoedzaam als hij is, komt het gesprek met Dagblad Cobouw
gestaag op gang. Clerx zoekt naar de juiste woorden. Dat het Bouwbesluit er is
om te koesteren, klinkt duidelijk door in al zijn antwoorden. Clerx graaft in
zijn geheugen om duidelijk te maken wat het Bouwbesluit voor aannemers betekent.
“In 1992 was iedereen er blij mee, simpelweg omdat het uniformiteit van regels
bracht. Om een voorbeeld te noemen: tot die tijd bepaalde elke gemeente hoe hoog
een plafond moest zijn.” Dit jaar, achttien jaar na dato, staat ‘alweer’ de
derde wijzing op het menu. Het ministerie van VROM maakte een opzet, waar
marktpartijen nu op mogen schieten. Clerx is redelijk tevreden over het voorstel
en waardeert het met een zeven. “Er staan goede en minder goede dingen in.
Sommige dingen gaan wel heel erg snel. Vooral als we kijken naar de
energieprestatienorm voor gebouwen. Die ging van 1,0 snel naar 0,8.
Bouwbedrijven kunnen dat soort veranderingen haast niet bijhouden. Die zijn
dagelijks aan het werk.” Volgens Clerx kan een op het oog kleine wijziging de
sector op zijn kop kan zetten. Als voorbeeld noemt hij de ‘luie trap’, die sinds
2003 verplicht is bij nieuwbouw. “Zo’n maatregel verandert het hele bouwproces.
Alleen al omdat een flauwere trap 1 meter extra ruimte vereist.”

Milieu

Inhoudelijk heeft Bouwend Nederland behoorlijk pittige kritiek op het nieuwe
Bouwbesluit, of het Bouwwerkbesluit, zoals het ook al wordt genoemd. Te spreken
is de belangenbehartiger over de commissie gelijkwaardigheid die er is voor
brandveiligheid. Een gemiste kans vindt hij het echter dat er nog geen bredere
commissie komt die ook alternatieve oplossingen beoordeelt van alle andere
aspecten van een gebouw. Ook de milieuparagraaf die voor het eerst in het
Bouwbesluit komt, bekijkt Clerx met argusogen. Weliswaar schrijft het artikel
alleen nog voor dat de milieuprestaties van een bouwwerk moeten worden overlegd,
Clerx vreest dat gemeenten het als vrijbrief beschouwen, zelf milieueisen te
stellen. “We zijn absoluut niet tegen energieneutraal bouwen, maar we moeten wel
uit kunnen gaan van uniforme afspraken. Bij de energieprestatiecoëfficiënt
gebeurt het ook dat gemeenten strengere eisen stellen, dan het Bouwbesluit. Dat
is een verkeerde ontwikkeling.” Grof genomen, meent Clerx dat elke wijziging in
het Bouwbesluit moet worden beproefd. Bijvoorbeeld in een testwijk. Hij blikt
terug naar de eerste wijziging in 2003. “Ik geloof dat we in 2005 al vijftig
fouten moesten herstellen.”

Toetsen

Clerx constateert dat het ministerie van VROM weinig van het verleden heeft
geleerd. “Ik geloof niet dat het veel nieuwe regels heeft getoetst. Hoe dat
komt? Ik denk, omdat ze niet onderkennen dat het toetsen van bouwregels nodig
is. Tijd en geld spelen ongetwijfeld ook een rol.” Het gesprek neemt steeds
concretere vormen aan. Clerx wordt steeds fanatieker. Hij ergert zich aan
gemeenten die nog altijd bouwleges heffen, terwijl daar vaak nauwelijks iets
tegenover staat. Zakkenvullerij? “Ik denk dat jullie daar wel een punt hebben.”
Hij herinnert zich de verbouwing van het Babylon-gebouw in Den Haag waar een
‘opbrekingsvergunning’ nodig was, omdat het verkeer tijdelijk moest worden
omgeleid. “De aannemer moest daarvoor tonnen aan leges betalen. Met moeite
hebben we dat gelukkig terug weten te draaien.” Bouwend Nederland vindt dat de
gecertificeerde bouwplantoets snel wettelijk verankerd moet worden. Het liefst
op het moment dat Bouwbesluit 3.0 van kracht wordt. “De bouw is gebaat bij
deskundigheid. Die ontbreekt helaas nog weleens aan de andere kant. Ja, bij
gemeenten.”

Vergissingen

Terug naar het Bouwbesluit. Staan er nog vergissingen in die er direct uit
moeten? Ja, luidt het antwoord. “Dubbel werk dreigt, omdat een aantal bestaande
bepalingen uit andere regelgeving nu ook in het Bouwbesluit dreigt te worden
opgenomen. Een voorbeeld daarvan is de afstand tussen twee woningen die al in
een bestemmingsplan van een gemeente staat. Wat ons betreft blijft die daar.
Hetzelfde gebeurt met regels over arbeidsomstandigheden. Op zich is het goed om
relevante bouwregels bij elkaar te hebben, maar dan moeten ze wel aan de andere
kant geschrapt worden. Dat gebeurt niet. In zijn algemeenheid zie je dat regels
nauwelijks op elkaar zijn afgestemd. De Monumentenwet zegt bijvoorbeeld dat
deuren naar binnen open moeten gaan, terwijl het Bouwbesluit het
tegenovergestelde voorschrijft.”

NEN-normen

Clerx noemt nog een voorbeeld van wat er onmiddellijk uit zou mogen. “Het is
onlogisch dat de hoogte van een slaapkamer 2,60 meter moet zijn. Helaas staat
die eis ook nog steeds in het huidige voorstel. Dat is vooral lastig bij
verbouwingen van bestaande woningen.” Ook over het verwijzen naar NEN-normen
vanuit het Bouwbesluit is Bouwend Nederland kritisch. De club vindt dat er naar
te veel ingewikkelde normen wordt verwezen. “Terwijl je vaak maar een klein
gedeelte uit een norm nodig hebt. De SBR zoekt momenteel uit of de systematiek
met normen eenvoudiger kan. Het zou ideaal zijn, als alle normen, helemaal in
het Bouwbesluit zouden zijn uitgeschreven.” Al met al is Clerx tevreden over het
huidige voorstel. Namens Bouwend Nederland stuurt hij nadrukkelijk wel aan op
een zorgvuldige behandeling van het besluit. De nieuwe regeling per 1 januari
2011 – zoals de bedoeling is – laten ingaan, acht hij niet realistisch. Een jaar
langer de tijd nemen, kan volgens hem helemaal geen kwaad. Zeker niet omdat de
gecertificeerde bouwplantoets dan waarschijnlijk nog niet in de wet is
opgenomen. “De ingangsdatum is ons niet heilig. Het Bouwbesluit zelf wel. Het is
namelijk het enige ijkpunt waaraan de bouw nog kan toetsen of het bouwwerk als
product goed is.” We vragen Clerx wie hij volgende week op deze plek wil zien.
“VAC, de vroegere Vrouwen Advies Commissie”, antwoord hij direct. “Hoe kijken
vrouwen aan tegen de ruimtelijke indeling van een gebouw?”

Reageer op dit artikel