nieuws

Wabo beperkt mogelijkheid kruissubsidiëring

bouwbreed Premium

De invoering van de omgevingsvergunning beperkt de mogelijkheden van gemeenten om niet-kostendekkende vergunningverlening te ‘subsidiëren’ via hogere leges voor andere vergunningen. Dit blijkt uit de handreiking kostenberekening leges.

Al in 2006 is afgesproken dat de totale geraamde opbrengst van de leges van de omgevingsvergunning de totale kosten van de verlening niet mag overschrijden. Dat uitgangspunt wordt nu nog eens bevestigd in de handreiking en zal worden opgenomen in de Modelverordening die het interprovinciaal overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan het opstellen zijn.
In de vergunning op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gaat het ruwweg om twee hoofdzaken, de bouwgerelateerde activiteiten en de andere activiteiten zoals gebruiksvergunningen. Voor de bouwgerelateerde activiteiten zijn in beginsel drie heffingsstructuren mogelijk: een vast tarief, een tarief afhankelijk van de geraamde bouwkosten en de daadwerkelijke kosten.
In het model wordt aangeraden voor kleine bouwwerken een vast tarief te hanteren. Voor grotere kan worden gekozen voor een tarief dat afhankelijk is van de grootte van een werk waarvoor meestal de bouwkosten genomen worden. IPO en VNG vinden echter wel dat de kosten van de vergunningverlening niet evenredig toeneemt met de grootte of de bouwkosten van een project. Daarom adviseren zij een degressief gestaffeld tarief te hanteren. Dat kan door voor hogere bedragen een lager percentage van de bouwsom te nemen of simpeler door een maximumbedrag te hanteren.
Voordeel van de Wabo-vergunning ten opzichte van de bouwvergunning zal zijn dat kruissubsidiëring van geheel andere gemeentelijke vergunningen niet meer mogelijk is. Nu nog worden de leges voor bijvoorbeeld trouwen lager gesteld dan de werkelijke kosten. Het verschil wordt bijgepast door hogere leges dan de kosten op een bouwvergunning.
Voor niet bouw-gerelateerde activiteiten adviseren IPO en VNG om in zijn algemeenheid een vast tarief te hanteren aangezien de omvang van de werkzaamheden bij elke aanvraag ongeveer hetzelfde is. Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de gebruiksvergunning en de sloopvergunning. Bij de gebruiksvergunning wordt de omvang van het werk van de gemeente voor een belangrijk deel bepaald door de aard van het gebouw. Er zijn gebouwen of inrichtingen waar de toetsing op bijvoorbeeld brandveiligheid veel meer tijd vergt.
IPO en VNG herinneren gemeenten en provincies er nog eens aan dat ze de mogelijkheid hebben te stimuleren om zoveel mogelijk activiteiten in een omgevingsvergunning te bundelen door korting op de leges te verlenen.

Reageer op dit artikel