nieuws

CPB wil corporaties laten verdwijnen

bouwbreed Premium

Het CPB publiceerde begin maart een rapport over de woningcorporaties. Daarin bepleit ze dat de overheid de taak van corporaties overneemt om betaalbare woningen te verzorgen.

Gemeenten zouden de huren van sociale woningen moeten gaan vaststellen. Het
rapport lijkt meer op een politiek pamflet, meent Piet de Vrije. Het CPB
schrijft in het rapport een analytisch kader aan te willen bieden. Na lezing
blijkt die pretentie in het geheel niet te worden waargemaakt. Het betreft meer
een politiek pamflet dan een gedegen analyse van de sociale huurwoningmarkt. Op
één aspect verliest het CPB wel heel aantoonbaar de werkelijkheid uit het oog.
Huurders zouden, in een vrije markt, twee maal zoveel aan huur willen betalen.
Omdat de overheid de huurprijzen reguleert zouden commerciële beleggers worden
beperkt om deze huurwoningen aan te bieden. Woonconsumenten zouden graag ruimer
willen wonen. Dat is de kern van het betoog van het CPB. De gemiddelde prijs van
een sociale huurwoning in Nederland bedraagt circa 400 euro per maand. Echter
indien het waar is dat woonconsumenten twee maal zoveel huur willen betalen dan
spreken we over huren vanaf 800 euro per maand. In dit marktsegment is sprake
van geliberaliseerde huur. Dat corporaties er de schuld van zijn dat
‘projectontwikkelaars’ niet investeren in grotere huurwoningen is dan ook
aantoonbaar onjuist. Het CPB-rapport is al helemaal selectief als ze stelt dat
ruimer wonen de uitkomst zal gaan worden van een vrije woningmarkt. Uit het
onderzoek waar naar wordt verwezen bij deze stelling blijkt namelijk dat dertig
procent van de huurders die nu in een sociale huurwoning wonen tot twintig
procent kleiner moet gaan wonen als de huur zou verdubbelen. De middeninkomens
zouden bij een huurverdubbeling twee tot twaalf procent meer woonvolume gaan
huren. Als we ten minste de CPB-logica volgen. Want het CPB heeft er even van
afgezien dat huurders dan naar de koopsector vluchten. Het rapport zoekt wel
heel geforceerd naar argumenten om de allang weerlegde CPB-stelling te
onderbouwen dat de vermogens van corporaties “overbodig zijn geworden”. Volgens
het rapport verzuimen corporaties om de wettelijke maximaal toegestane huur bij
huurders in rekening te brengen en levert dit grote maatschappelijke verspilling
op. De strijdigheid met de andere CPB-redenering dat het onder ‘maximaal
redelijk’ verhuren ligt aan de huurprijsregulering van de overheid, wordt in het
rapport uiteraard onbesproken gelaten. Immers bij leegkomen van de woning is een
corporatie veelal vrij om op 100 procent van maximaal redelijk de huurprijs te
bepalen. Dat dit meestal niet gebeurt, wordt door het CPB niet als signaal
opgevat dat dit mogelijk iets te maken kan hebben met wat de markt kan dragen
aan huur. Niet overal lijkt de woningmarkt op die van de Jordaan in Amsterdam.

Piet de Vrije
Directeur Patrimonium woonstichting Veenendaal

Betreft “De woningcorporaties uit de verdwijnhoek” CPB Document No 202 Maart
2010

Reageer op dit artikel