nieuws

Milieuorganisatie belanghebbende bij verbouwing

bouwbreed Premium

Het ‘belang’ van rechtspersonen, zoals bijvoorbeeld milieuorganisaties, bij een procedure komt regelmatig aan de orde bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: de Afdeling). Heeft de milieuorganisatie wel belang bij het besluit waar de procedure over gaat?

Eerst wat algemene opmerkingen. Op grond van het derde lid van art. 1:2
Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden als de belangen van rechtspersonen
beschouwd: de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun
doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder
behartigen. In oktober 2008 heeft de Afdeling (ABRvS 1 oktober 2008, AB 2008,
348) met betrekking tot de algemeen belang-acties bepaald dat rechtspersonen met
te vage of te ruime doelstellingen worden geweerd, evenals rechtspersonen die
(louter) als doel hebben het procederen tegen overheidsbesluiten. Ook bij
groepsbelangacties moet het gaan om het behartigen van het collectief belang dat
de rechtspersoon zich ten doel stelt en niet (alleen) om het belang van één of
meer leden van de groep. Een belangenorganisatie die voor het belang van haar
leden opkomt, komt daarmee op voor een collectief belang tenzij het tegendeel
blijkt (ABRvS 23 augustus 2006, AB 2006, 365). Ook recent deed de Afdeling weer
uitspraak in een geschil waar aan de orde kwam of een rechtspersoon al dan niet
belanghebbende is (ABRvS 6 januari 2009, LJN: BK8366). Het college van B en W
van Beemster had een bouwvergunning verleend voor het verbouwen van Fort
Nekkerweg in de Zuidoostbeemster. De Koninklijke Nederlands Natuurhistorische
Vereniging was het niet eens met de vergunning. Het gemeentebestuur stelde
echter dat de vereniging geen belanghebbende was. De rechtbank heeft een eerder
beroep van de vereniging in januari 2009 ongegrond verklaard. Tegen die
uitspraak is de vereniging in hoger beroep gekomen. De vereniging betoogt dat
uit haar statuten en feitelijke werkzaamheden kan worden afgeleid dat zij als
belanghebbende bij de verleende bouwvergunning eerste fase is aan te merken
(voor de statuten zie ro. 2.3.1 van de uitspraak).De Afdeling is het met de
vereniging eens. Het statutaire doel van de vereniging is niet te algemeen
geformuleerd, nu die doelstelling geografisch is beperkt tot Noord-Holland boven
het Noordzeekanaal en functioneel tot het vermeerderen van de kennis van de
natuur in de ruimste zin en het verbreden van deze kennis, het aankweken van de
belangstelling voor en liefde tot de natuur, in de eerste plaats onder haar
leden maar ook buiten de afdeling en het bijdragen aan de natuur- en
landschapsbescherming in de ruimste zin. Gezien de doelstelling en feitelijke
werkzaamheden is het belang van de vereniging volgens de Afdeling rechtstreeks
bij het besluit betrokken. Dat in art. 3 aanhef en onder h van de statuten niet
uitdrukkelijk het voeren van procedures is vermeld, maakt niet dat zij geen
bezwaar en beroep kan instellen tegen besluiten waar haar belang rechtstreeks
bij is betrokken.

Natasja van Wijk-van Gilst
Stafmedewerker/redacteur Instituut voor Bouwrecht, Den Haag
www.ibr.nl.

Reageer op dit artikel