nieuws

Kennis ontbreekt bij grote projecten

bouwbreed Premium

Het is de vraag of de aanbevelingen in het rapport over de Noord-Zuidlijn ertoe zullen leiden dat dergelijke projecten in de toekomst beheersbaar worden

Emirto Rienhart is bang van niet. De Noord- Zuidlijn is niet het laatste
rampproject. Vorige maand is het rapport van de raadsenquête naar de perikelen
rond de Noord-Zuidlijn gepresenteerd. Aanleiding voor de enquête waren de forse
kosten- en tijdsoverschrijdingen. De gemeenteraad en de projectorganisatie
krijgen er flink van langs. De conclusies in het rapport zijn niet verrassend.
De vraag is of de aanbevelingen in het rapport er in de toekomst toe zullen
leiden dat dergelijke projecten niet weer gierend onbeheersbaar worden. Ik ben
bang van niet. Dat heeft alles te maken met de complexiteit van dergelijke
opgaven. De commissie heeft aanbevelingen gedaan om missers als bij de
Noord-Zuidlijn in de toekomst te voorkomen. Deze komen op het volgende neer: een
kritischer toetsing van grote, risicovolle projecten in de voorbereidende fase.
Deze toetsing moet gepaard gaan met een externe toets en een
kosten-batenanalyse, samenwerking met het Rijk om expertise te bundelen, een
sterke projectorganisatie die op enige afstand van de dagelijkse politieke
beslommeringen staat en die zorg draagt voor een adequate informatievoorziening.
Als laatste beveelt de enquêtecommissie aan dat de raad zijn controlerende rol
versterkt, door zijn kennisinfrastructuur en kwaliteit van besluitvorming.
Waarom dragen de aanbevelingen niet bij aan het voorkomen van debacles in de
toekomst? Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat een complexe opgave als de
Noord-Zuidlijn waarvan innovatieve en nog niet altijd bewezen technieken gebruik
wordt gemaakt, waar een tunnel geboord wordt en stations worden aangelegd in een
slappe bodem en onder monumentale gebouwen niet van tevoren nauwkeurig te
begroten is. De 3 procent onvoorzien die in de begroting voor Noord-Zuidlijn was
opgenomen, is hopeloos naïef. Bij dergelijke risicovolle complexe opgaven zou
minimaal een post onvoorzien moeten worden opgenomen die het tienvoudige is van
de door de raad vastgestelde begroting. Dit zouden de raadsleden ook zonder
deskundig onafhankelijk advies hebben moeten kunnen bedenken. Dit plaatst ook de
door de enquêtecommissie voorgestelde kosten-batenanalyse in een bepaald
daglicht: de kosten zijn immers niet vooraf goed inzichtelijk te maken. De door
de commissie voorgestelde stevige projectorganisatie die op zekere afstand van
de politiek opereert en die voor een adequate informatievoorziening moet zorgen,
kan niet anders worden getypeerd dan een open deur. Deze werkwijze is immers in
vele projecten al lang schering en inslag en vormt de basis voor een enigszins
effectieve en efficiënte projectorganisatie. Daarnaast kun je vragen stellen bij
de voorgestelde kennisinfrastructuur die mede door het Rijk zou moeten worden
opgetuigd. Bij de Noord-Zuidlijn heeft het Rijk in plaats van beschikbare kennis
te delen, in 1999 risico’s afgekocht door een lump sum subsidiebedrag van 1,1
miljard euro ter beschikking te stellen aan de gemeente Amsterdam. Dit zorgde
ervoor dat grote en nauwelijks te voorziene risico’s op het bordje van de
gemeente Amsterdam kwamen. De gebrekkige aanbesteding in tientallen
deelprojecten zorgde er nog eens extra voor dat de gemeente Amsterdam risico’s
die bij een betere aanbesteding en contractvorming logischerwijs bij de
aannemende partijen hadden gelegen, ook op haar bordje kreeg.Een andere open
deur die de enquêtecommissie intrapt is het voorstel dat de raad zijn
kennisinfrastructuur verbetert. Me dunkt! Probleem is echter dat integrale
eenduidige en betrouwbare kennis bij opgaven als de Noord-Zuidlijn simpelweg
niet of nauwelijks voor handen is. Het zou wel helpen als de raad dit bewustzijn
zou krijgen. Gebiedsontwikkelaar

Reageer op dit artikel