nieuws

juridisch Inschrijven onder protest

bouwbreed Premium

De volgende uitspraak viel mij op omdat het gaat om een onderwerp waarvan ik altijd de indruk heb dat dit bij iedereen wel ‘goed tussen de oren zit’. Het gaat om het inschrijven onder voorwaarden. Iedere aannemer die regelmatig aan aanbestedingen meedoet, weet dat als hij eisen of voorwaarden stelt dit onmiddellijk bestraft wordt met de ongeldigverklaring van zijn inschrijving.


Het oude UAR 2001 zei het in artikel 16 altijd heel treffend: “Indien aan een inschrijving voorwaarden zijn verbonden, wordt de inschrijving geacht niet te zijn gedaan.” Duidelijker kan niet, zo lijkt mij.
Toch bevat de hierna te bespreken zaak voor inschrijvers een nuttige wijsheid. Het ging om de aanbesteding van liften. De opdrachtnemer zou uiteindelijk nieuwe of gebruikte liften moeten leveren en bovendien zou het zijn taak worden om alle liften in eigendom van de betreffende gemeente te onderhouden. Dit was een eis en bij de inschrijving diende de inschrijver te verklaren dat hij aan deze eis zou voldoen. En dat deed hij ook. Probleem was dat inschrijvers ook wensen kenbaar mochten maken. Ook dat deed de inschrijver. Hij wenste dat het onderhoud alleen zou zien op de door de inschrijver te leveren liften en niet ook op het hele bestaande liftenpark van de gemeente.
De gemeente vond dit tegenstrijdig. Immers, hoe kun je nu ja zeggen tegen de hele opdracht en tegelijkertijd voorstellen de scope van de opdracht te verkleinen. De gemeente legde dit voor aan de inschrijver. Die verklaarde desgevraagd volledig achter de eis te staan en dat zijn wens als vervallen diende te worden beschouwd. Het juiste antwoord? Nee, want de gemeente stelde dat daarmee de inschrijving was gewijzigd. En na aanbesteding mag dat niet meer zodat de gemeente de inschrijving ongeldig verklaarde. De rechter was het met de gemeente eens omdat het immers ging om een wens die voor de inschrijver – zoals hij zelf aangaf – zeer zwaar woog.
De rechter gaf ook nog twee andere best interessante aanwijzingen. In de eerste plaats gaf de rechtbank aan dat het prima is wanneer inschrijvers zelf voorstellen mogen indienen, maar dat deze voorstellen natuurlijk geen afbreuk mogen doen aan de door de gemeente gestelde eisen. Als eenmaal gestelde eisen door een wens van een inschrijver aangepast zouden kunnen worden, betekent dat in feite dat de spelregels worden gewijzigd en dat is in het aanbestedingsrecht een doodzonde.
De rechter bood ook ruimte voor het standpunt dat onder protest inschrijven nog niet per definitie hetzelfde is als onder voorwaarden inschrijven. Logisch, een inschrijver die tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de beoordelingsmethode mag die bezwaren bij zijn inschrijving best nog eens herhalen. Maar voorwaarden stellen aan de inhoud van de opdracht (de overeenkomst moet anders) kan natuurlijk niet. In kwestie vond de rechter overigens dat de inschrijver zijn verboden voorwaarde weliswaar had ingetrokken, doch niet duidelijk genoeg, zodat niet uitgesloten was dat de inschrijver daar later toch weer op terug zou kunnen komen.
Kortom. Een bezwaar kenbaar maken kan in de inschrijving veel misverstanden veroorzaken. Bij inlichtingen of door middel van een brief voorafgaand aan de aanbesteding lijkt mij een stuk veiliger en net zo effectief.
Sectie Bouw en Vastgoed
Bierman Advocaten, Tiel
dijk@bierman.nl

Reageer op dit artikel