nieuws

Laat ‘Wilnis’ leiden tot dijkwet

bouwbreed

Door extreme droogte bezweek op 28 augustus 2003 een veendijk bij Wilnis op twee plaatsen. Over de schade wordt nog gesteggeld. De kwestie ligt gevoelig én principieel. Zo principieel dat de Hoge Raad er aan te pas komt. Jelle Leenes pleit, ongeacht de uitkomst, voor een ‘dijkwet’.

De gemeente De Ronde Venen claimt 6 miljoen euro van het Hoogheemraadschap
Amstel, Gooi en Vecht (AGV) als eigenaar en beheerder van de op de twee plaatsen
bezweken waterkering. De hamvraag die het hoogste rechtscollege moet
beantwoorden is of (veen)dijken beschouwd kunnen worden als ‘gewone’ opstallen.
Als dat zo is kan de gemeente zich beroepen op artikel 174 van het Burgerlijk
Wetboek. Dat artikel regelt dat de eigenaar van een opstal bij schade of gevaar
voor personen aansprakelijk kan worden gesteld indien de opstal onvoldoende aan
de eisen voldeed. Dijken worden niet genoemd. Opstallen zijn omschreven als
‘gebouwen of werken die duurzaam met de grond zijn verenigd’. De rechtbank in
Amsterdam oordeelde dat AGV in relatie met artikel 174 niet aansprakelijk kan
worden gesteld voor schade. Het gerechtshof in de hoofdstad stelde in hoger
beroep echter de gemeente in het gelijk. Het hof redeneerde dat AGV zich niet
kan beroepen op overmacht met de stelling dat de gevolgen van grote droogte voor
veendijken ten tijde van de afschuivingen in Wilnis nog onbekend waren. AGV ging
in cassatie.

Achterstallig onderhoud

Ons land kent 3500 kilometer primaire waterkeringen (zeedijken, duinen) en
14.000 kilometer secundaire waterkeringen (boezemkaden, kanaaldijken). Vier op
de tien secundaire dijken zijn deels opgebouwd met veen. Het belang van een
uitspraak van de Hoge Raad is dus evident. Weliswaar is meer bekend geworden
over de faalkans van veendijken en zijn nadere eisen gesteld, maar er is nog
altijd sprake van veel achterstallig onderhoud. Logisch dat AGV en andere
waterschappen met grote interesse (vrees?) het oordeel van de Hoge Raad
afwachten. Mocht dit college het arrest van het hof bevestigen, dan wil AGV de
politiek inschakelen. Dan moet Den Haag zich buigen over de status van de
dijken. Want om met AGV-dijkgraaf Johan de Bondt te spreken: “het falen van een
dijk is toch iets anders dan een schoorsteen die op een auto valt. Absolute
waterveiligheid bestaat niet”. Gelijk heeft de dijkgraaf. Achterover leunen
kunnen evenwel hij noch zijn collega’s. De vraag is namelijk of het huidige
tempo van dijkverzwaring en dijkverbetering gegeven de klimatologische
veranderingen – hogere waterpeilen, meer regen maar soms ook meer droogte – hoog
genoeg is. Haagse politici dienen dat tempo nauwlettend te volgen. En laat ze al
doende ook eens nadenken over een ‘dijkwet.’ Een speciale wet, een reglement
desnoods, die niet alleen eisen stelt aan omvang, sterkte, financiën en beheer
van waterkeringen maar die tevens ondubbelzinnig regelt wie bij rampen en/of
mismanagement aansprakelijk is.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels