nieuws

Contractkennis bij veel opdrachtgevers is gering

bouwbreed

De manier waarop opdrachtgevers werken in de markt zetten heeft grote invloed op prijs, doorlooptijd en risico. Naarmate zij meer verantwoordelijkheden bij de marktpartijen leggen, wordt het resultaat beter, blijkt uit onderzoek van Stan Vermeulen van de Stichting Roges.

Uit ervaring weet zo langzamerhand iedereen in het bouwproces wel dat nieuwe
contractvormen voordelen opleveren voor de opdrachtgever. Dat geldt voor de
prijs, voor de doorlooptijd, het beheersen van het risico van
budgetoverschrijding en dus van het eindresultaat. “Niemand heeft echter ooit
gekeken hoeveel dat scheelt. In dit validatie-onderzoek is gekeken naar de
verschillende bouworganisatievormen en welke invloed dat in geld heeft. Ruwweg
kan gezegd worden dat hoe meer de opdrachtgever zich ermee bemoeit, hoe duurder
het wordt”, zegt Vermeulen. Twee jaar geleden heeft hij de Stichting Roges
opgezet met als ondertitel ‘vraaginnovatie in de bouw’. “De uitvoerende bouw
kent zo langzamerhand alle verschillende contractvormen wel. Op de grote
professionele opdrachtgevers na, is de kennis bij de opdrachtgevende bouw
gering. Dat is jammer omdat zij keuzemogelijkheden hebben die grote invloed
hebben op het eindresultaat”, vindt hij.

Deelprocessen

In het onderzoek heeft hij gekeken naar de diverse deelprocessen binnen het
totale bouwproces van programmafase tot en met uitvoering. Per
samenwerkingsvorm, van traditioneel via bouwteam, design en build tot en met het
living building concept, heeft hij vervolgens de kosten gekwantificeerd. Daaruit
komt dan onder meer dat vooral het risico van budgetoverschrijding spectaculair
daalt naarmate de opdrachtgever meer verantwoordelijkheden bij de marktpartijen
legt. “Op zich is dat logisch. Zolang er traditioneel gewerkt wordt en op
laagste prijs gegund, zoekt een opdrachtnemer juist sterker naar potentiële
faalkosten in het bestek. Die zijn altijd te vinden. Het perfecte bestek bestaat
niet. Als een bestekschrijver 95 procent haalt, is hij spekkoper”, aldus
Vermeulen, die zelf jaren aan de uitvoerende kant heeft gestaan, maar zich nu
vooral op de vragerskant richt. Behalve dat bij andere samenwerkingsvormen
tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers het totale proces beter in de hand wordt
gehouden en het eindresultaat beter is, kent hij nog een reden om het anders te
doen. “Mede door de vergrijzing staat de arbeidsmarkt onder druk. Hoe lang kan
in die situatie de bouw nog traditioneel doorgaan. Als de bouw weer gaat
aantrekken dan overstijgt de vraag al snel het aanbod. We komen dan in een
situatie dat we het ons domweg niet meer kunnen veroorloven traditioneel door te
gaan. Door het anders te doen, krijg je ruimte die gebruikt kan worden om het
product effectiever, efficiënter en duurzamer te maken”, vindt hij. “We zijn
technisch in staat om energieleverende gebouwen te maken. In een traditioneel
proces zal de opdrachtgever daar praktisch nooit aan denken omdat de
investeringskosten hoger zijn. In integrale benaderingen gebaseerd op total
costs of ownership is het voor de aanbieders wel interessant om daaraan te
denken”, geeft hij als voorbeeld. Een punt dat hierbij nog opgelost moet worden,
is de vergunningverlening. “De vergunningverlenende instanties kunnen het niet
bijhouden. Die willen elke keer weer alle bestekken en tekeningen zien, terwijl
het in nieuwe organisatievormen vaak gaat om toepassing van al eerder gebouwde
onderdelen. Wellicht zouden we toe moeten naar typekeuringen van onderdelen
zoals de autobranche die kent. Daar wordt niet elke auto die verkocht wordt
gekeurd door de Rijksdienst Wegverkeer, maar het type. In ieder geval moet de
hele procesgang in de bouw veel integraler, en dat geldt ook voor de
vergunningverlening”, vindt Vermeulen.

Praktijk

In zijn visie is de vraagkant voor een groot deel onbewust onbekwaam. “De
aanbodzijde zal daar moeten helpen aan een omslag naar bewust bekwaam. De eerste
stap is de opdrachtgevers bewust onbekwaam te maken. Dan weten ze dat ze kansen
missen”, zegt hij. Momenteel begeleidt hij voor een opdrachtgever de uitvraag.
Binnenkort zullen de resultaten daarvan op tafel liggen. “Dan zullen we in de
praktijk zien dat het kan werken.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels