nieuws

‘Dat gekissebis en gehannes met ontwikkelaars is voorbij’

bouwbreed

Willem van Leeuwen (55) neemt deze maand afscheid als voorzitter van de branchevereniging voor woningcorporaties Aedes. Hij zag de corporaties veranderen van subsidiejunks naar professionele woningbouwers. Willem van Leeuwen is trots op de verzakelijking van de corporaties, maar mist waardering van ‘die vierkante kilometer in Den Haag’.

Hij zal zich een rustiger moment voorgesteld hebben. Terwijl Van Leeuwen na 27 dienstjaren, waarvan elf als voorzitter, afscheid neemt van de branchevereniging, beleeft de corporatiewereld een van de rumoerigste periodes in haar bestaan. Bestuurders die over de schreef gaan, falend toezicht en een minister die een waakhond neerzet om excessen te voorkomen. Van Leeuwen begrijpt het ongeduld van Van der Laan; te veel corporaties laten steken vallen en hebben onvoldoende werk gemaakt van integriteit. Toch noemt hij de maatregel van de minister om corporaties onder verscherpt toezicht te plaatsen en een meldpunt voor foute corporaties te openen voorbarig, zegt hij op zijn kantoor in Hilversum. ” Er ligt een geweldig advies van de stuurgroep-Meijerink, daarin is voorzien in een woonautoriteit, met tal van verbeteringen in de governance en checks en balances. Daarvan zou een meldpunt prima deel van kunnen uitmaken, daarover waren we ook in gesprek. Ik vind het wat prematuur dat hij het toezicht zo aplomb presenteert en bij het ministerie positioneert; ik ga ervan uit dat het straks ondergebracht wordt bij de woonautoriteit. Maar dat is een kritische kanttekening in de marge, versta me goed. Rochdale en SGBB had niet mogen voorkomen.”
Natuurlijk was het een taak van hem om het thema verder onder de aandacht te brengen bij de corporaties, weet hij. Het debat erover vond ook plaats, maar had nog niet geleid tot concrete maatregelen. “Dergelijke veranderingsprocessen vergen meer tijd dan de samenleving ons gunt.” Bovendien ging de aandacht op aan het plotseling bedachte wijkenfonds van Vogelaar en kun je corporaties niet iedere twee weken vragen om langs te komen, vindt hij.
“Maar even voor de goede orde: het is geen grote bende in de bedrijfstak”, benadrukt hij. “Het zijn overwegend solide bedrijven. Dat zegt Van der Laan ook. Maar het kan beter. De administratieve organisatie en de interne controle kunnen beter. De kwaliteit van de raden van commissarissen móet beter.”

Trots

Toch is Van Leeuwen ongelooflijk trots op de sector, zegt hij. “Sinds 1995 is er een professionaliseringsslag geweest van je welste. Professionaliseren, schaalvergroting, taakverbreding. Dat is met buitengewoon weinig ongelukken gepaard gegaan. In de eerste helft van de periode dat ik werkzaam was, waren het subsidiejunks. Ik was zelf groot geworden als subsidioloog, ik had verstand van alle subsidieregelingen. Daar belden corporaties mij voor. Als je kijkt hoe professioneel de sector er nu bij staat, en wat we allemaal doen, dan ben ik er supertrots op. Het gaat met de corporaties beter dan ooit. Dat is ook uit onderzoek gebleken. En ook in de waardering van de samenleving en de waardering van wethouders en de waardering van huurders. De enige waardering die achterblijft, is die waardering van die vierkante kilometer in Den Haag.”
Van Leeuwen is tevreden over de “genormaliseerde” verhouding met projectontwikkelaars. Die is de afgelopen jaren steeds meer verzakelijkt, zag hij. “Er was zoveel beeldvorming en misplaatst gevoel van onterechte behandeling. Allemaal wel begrijpelijk vanuit het verleden; de projectontwikkelaars waren aan de beurt als er geld te verdienen was, als er geen geld was dan keek de overheid weer naar de corporaties. Dat noemen ze dan chique: anticyclisch bouwen.”
Maar tegenwoordig worden corporaties als professionele ondernemers geaccepteerd. “We hebben goed overleg met ontwikkelaars, sommigen van ons zijn lid van de Neprom, de grote ontwikkelaars. Ook werken we samen in de lobby en in stedelijke ontwikkeling en Vinex. Er is veel respect voor elkaars professionaliteit en er wordt gebruikgemaakt van elkaars marktposities. Het zijn ondernemers die zakelijke betrekkingen met elkaar hebben. Het gekissebis en het gehannes is wel zo’n beetje voorbij.”
Is de genormaliseerde verhouding voor corporaties reden om in crisistijd solidair te zijn met ontwikkelaars? “Gelukkig niet, waarom zouden we solidair moeten zijn? Wat is dat nou voor onzin.” En als Den Haag het vraagt? “Den Haag vraagt geen solidariteit met ontwikkelaars. Den Haag vraagt solidariteit met mensen, er zijn nog steeds mensen die op een woning wachten. En Den Haag wil uit solidariteit met de samenleving de bouw aan de gang houden. Den Haag vindt het prima als we projectontwikkelaars een poot uitdraaien. En wat is er mis mee? Ik bedoel: ze móeten niet verkopen, dus als ze denken dat wij het wel kunnen onderbrengen, prima, maar dan wel op onze condities en anders niet. Ook daarin gewoon zakelijke verhoudingen.” Bovendien is er nog wat anders aan de hand, merkt de Aedes-voorman op. “Dit kabinet spreekt met twee monden: vanuit de harde, financieel-economische kant zijn wij gewone ondernemers die gewoon vennootschapsbelasting moeten betalen. Gewone ondernemingen bouwen niet anticyclisch. Dus als je van ons iets wil, moet je er ook iets voor teruggeven.”
En als Van der Laan zorgt dat de vennootschapsbelasting en Vogelaar-heffing verdwijnt? “Als je me dat nu meedeelt, dan beëindigen we dit interview, dan rij ik nu naar Den Haag met een megataart, dan neem ik een fotograaf mee en dan zal ik hem zoenen. Helaas pindakaas, dat gaat niet gebeuren. Althans die vpb niet.” De Vogelaarheffing wel? “Nou, volgens mij is er helemaal níemand meer gelukkig met die Vogelaar-heffing.”
Frustraties zijn er bij de aftredende voorzitter ook over het woningmarktbeleid van het kabinet, of liever: over het ontbreken daarvan. “Ik kan mij niet herinneren dat we ooit een regeerakkoord gehad hebben waar willens en weten, met open ogen afgesproken werd zo’n belangrijke markt gewoon plat te leggen. Dat je de huurverhoging op inflatie zet; wat dát de bedrijfstak kost aan investeringscapaciteit! Daarmee valt de vennootschapsbelasting bij wijze van spreken in het niet, het gaat meteen over miljarden. Krankzinnig. We spreken af dat we de woningmarkt in Nederland, die al slecht is, verder verslechteren. Een onvergeeflijke fout. Dit kabinet wekt de indruk dat het opkomt voor mensen met een smalle beurs, door de huren op inflatie te zetten, maar daarmee bedienen ze de zittende huurder, ze leggen de woningmarkt zó plat, dat starters het buitengewoon zwaar hebben. De nieuwe generatie is de klos. En het is nog gekker dat de mensen met veel geld het meeste rendement halen uit de hypotheekrenteaftrek, maar ook mensen die in de sociale huursector wonen en niet tot de doelgroep behoren. Die zeggen: dank je wel, we zullen eens kijken waar we dit jaar onze derde vakantie gaan doorbrengen.”
Is het dé zwarte bladzijde in zijn loopbaan? “Dat we het huurbeleid niet hebben kunnen moderniseren is op zijn minst een van de zwaarste decepties. Maar het komt terug. Ik ga het nog meemaken.” Hoopt hij. “Nee, weet ik” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels