nieuws

Opdrachtgevers en de kredietcrisis

bouwbreed

Gemeenten en provincies zoeken in alle hoeken en gaten naar opdrachten voor bouwprojecten. Deze zouden ze versneld op de markt willen brengen om een bijdrage te leveren aan het instandhouden van de werkgelegenheid in de sector. Vanzelfsprekend reageert de bouwwereld positief op dit soort berichten. Bij elkaar zou het gaan om meerdere miljarden euro’s en […]

Gemeenten en provincies zoeken in alle hoeken en gaten naar opdrachten voor bouwprojecten. Deze zouden ze versneld op de markt willen brengen om een bijdrage te leveren aan het instandhouden van de werkgelegenheid in de sector. Vanzelfsprekend reageert de bouwwereld positief op dit soort berichten. Bij elkaar zou het gaan om meerdere miljarden euro’s en betreft het wegen en andere gww-opdrachten, scholen en andere gebouwen. Nieuwbouw, verbetering en onderhoud zitten in het pakket. In hoeverre de projecten niet regulier op hetzelfde tijdstip op de markt zou zijn gekomen, weten we niet. In sommige gevallen zal ook gemikt worden op aanvullende bijdragen van het Rijk. Dit laatste vooral bij projecten die moeten bijdragen aan het weer aan de praat krijgen van de woningbouw. Op zich natuurlijk allemaal een beetje wonderlijk nu we net kennisgenomen hebben van de voorlopige omzetcijfers in de bouw in 2008. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam tot de hoogste omzet ooit. Het illustreert hoe snel de omslag in de bouwconjunctuur plaatsvindt.
Op de voornemens van gemeenten en provincies wordt dus positief gereageerd. Niet alle bouwbedrijven zullen de positieve geluiden ondersteunen, want er is ook nog iets anders aan de hand. Opdrachtgevers realiseren zich dat hun marktpositie sterker is geworden. Minder werk betekent meer concurrentie en dat mondt uit in lagere prijzen. In de afgelopen maanden is niet zelden besloten om een aanbesteding over te doen of is geprobeerd tijdens onderhandelingen over een opdracht terug te komen op eerdere afspraken. Soms wordt besloten de aanbesteding nog eens over te doen. Als reden geldt dan het ontbreken van voldoende budget. Dit gedrag beperkt zich niet tot opdrachtgevers in de overheidssfeer, maar kan ook worden waargenomen bij andere opdrachtgevers, zoals corporaties. Voor een deel krijgen bouwbedrijven een koekje van eigen deeg, waar zij bij een overspannen markt van hun kant weinig soepelheid hebben betracht.
De omvang van het verschijnsel is mij niet duidelijk. Wel blijken de vernieuwingen in de bedrijfstak waaraan de afgelopen jaren gewerkt is, nog niet op alle plekken te zijn beklijfd. Het zijn de oude reflexen die weer te voorschijn komen. Het laagste-prijssyndroom blijkt nog springlevend. Het is natuurlijk mooi dat lagere overheden zich het lot van de bouw aantrekken en willen bijdragen aan het op peil brengen van de orderportefeuilles, maar het is minstens zo mooi om volgens de spelregels te handelen. Met het oog op de toekomst lijkt mij dit zelfs de voorkeur te verdienen. Misschien ontbreekt het bij deze opdrachtgevers aan een goede interne communicatie tussen degenen die zich voor meer bouwproductie willen inspannen en de persoenen die belast zijn met het verstrekken van opdrachten. Want de overheden hebben zich gecommitteerd aan een goed opdrachtgeverschap. Een verbetering met als resultaat een correcte opstelling van de opdrachtgever in het contact met beoogde opdrachtnemers zou een mooie winst zijn. En voor de kwaliteit van het bouwwerk dat er moet komen een opsteker.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels