nieuws

Sociale samenhang wijk in een eigentijds vat gegoten

bouwbreed

Sociale samenhang wijk in een eigentijds vat gegoten

Hoe toekomstbestendig een wijk is, hangt in de eerste plaats af van de bewoners. Het moet hún wijk zijn. Voorwaarde voor een dergelijk ‘wijkschap’ is de mogelijkheid van een bloeiend gemeenschapsleven.Hoe toekomstigbestendig een wijk is, hangt op de eerste plaats af van de bewoners. Het moet hún wijk zijn. Voorwaarde voor een dergelijk ‘wijkschap’ is de mogelijkheid van een bloeiend gemeenschapsleven.De problemen met de naoorlogse stadswijken leiden tot meer aandacht voor de sociale duurzaamheid van nieuwe én bestaande wijken.

Op het platteland waren ze er al langer mee vertrouwd: het leven werd minder
goed doordat voorzieningen en vaak ook werk verdwenen. Toch worden armoede en
eenzaamheid het meest geassocieerd met grote steden. Komt daar ook nog een
opvallende verloedering en uitkeringsafhankelijkheid bij, dan hangt de stormbal
in top. Bij gebiedsontwikkeling is aandacht nodig voor een goede fysieke én
sociale wijkstructuur. “Wij geloven dat gemeenschapszin een goede basis vormt
voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat”, stellen Arnoud Ashouwer en Alex
Sievers, respectievelijk planeconoom en partner bij Inbo Architecten en
Adviseurs. “Connecting 0x26 Sharing, ofwel verbinden en delen, is een van de
nieuwste trends in onze samenleving. Obama heeft er de verkiezingen mee
gewonnen.” Inbo werkt, verklaren ze, het thema uit met onderzoek uit naar
ontplooiing en geluk in woonwijken. “Daarvoor zoeken we onder meer naar de
relatie tussen buurtbinding, vrijwillige inzet, ontplooiingsmogelijkheden, geluk
en gezondheid van de bewoners.” Sociale en fysieke duurzaamheid komen bij elkaar
in aanpasbaar bouwen. Veel naoorlogse flatwijken blijken juist tot in detail
gepland. “De woningen voldeden precies aan de eisen van een bepaalde groep op
het moment dat ze werden gebouwd”, verklaart bestuursvoorzitter Gerard
Anderiesen van de Amsterdamse corporatie Stadgenoot.

Maatwerk

Het is maatwerk tot op de centimeter en aanpassingen blijken moeilijk te
realiseren. Soms is de technische kwaliteit matig – er moest vaak met beperkte
middelen worden gebouwd – maar dat zijn volgens hem niet de belangrijkste
problemen. “Neem de Bijlmer. Bouwkundig was daarmee niets aan de hand. Juist in
sociaal opzicht bleek de opzet niet duurzaam. Maar die was door de extreme,
dwingende architectuur niet meer te veranderen.” Dat mensen elkaar moeten
tegenkomen, was op zichzelf niet slecht bedacht voor de Bijlmer, weet
Anderiesen. Alleen de negatieve context waarbinnen veel ontmoetingen
plaatsvonden, diefstal, bedreiging, geweld, was onvoorzien. Anderiesen vindt het
belangrijk dat een gebiedsinrichting mensen op weg naar de woning bij de wijk
betrekt. De straten moeten zo lopen dat ze voor meerdere doelen dienen, dus niet
alleen voor ontsluiting van een aantal woningen. Dan kom je nog eens iemand
tegen. “Een volgende stap is dat mensen aansluiting zoeken bij elkaar.” Dat kan
door burencontact, clubs, werk, uitgaan, scholen en verenigingen. “Uiteindelijk
ontstaat er zo een buurt waarin mensen prettig samenleven.” Flexibiliteit is een
belangrijke voorwaarde voor duurzaamheid, ook sociale, weet hij. “Door projecten
een flexibele opzet te geven, kunnen op verschillende momenten in de tijd
verschillende groepen van hetzelfde gebouw gebruikmaken.” Die flexibiliteit is
het verst doorgevoerd in de Solids waarmee Stadgenoot zich profileert. Dat zijn
gebouwcomplexen waarbinnen van alles kan veranderen. Woningen kunnen groter
worden gemaakt of kleiner, of veranderen in een winkel of kantoor, afhankelijk
van de behoefte van mensen op een bepaald moment, terwijl de constructie en de
gevels intact blijven.

Almere

De gemeente Almere heeft corporaties uitgedaagd voor het toekomstige Almere
Hout Noord een wijkopzet te bedenken met een optimale sociale duurzaamheid. Drie
corporaties zijn op basis van hun ingediende visie uitverkoren voor de
eindronde. De winnaar mag zijn plan in samenwerking met andere partijen
uitvoeren. Dat wordt dan óf Stadgenoot, óf Vestia of Ymere. De laatste wil de
wijk exploiteren als een “maatschappelijke onderneming” met veel aandacht en
ruimte voor het organiseren van bewoners. Doel is bevordering van “belangrijke
waarden als ondernemen, initiatief, waardigheid, verbondenheid en solidariteit”.
Bij Vestia mikken ze op de ontwikkeling van een zogenoemd wijkschap. Vestia
heeft met behulp van Inbo het idee van het wijkschap ontwikkeld en uitgewerkt.
Het moet een platform worden waarin alle nieuwe bewoners, ondernemers en andere
gebruikers in de wijk met elkaar samenwerken. Ook het wijkschap krijgt de vorm
van een coöperatie. Die kan zaken regelen als onderhoud en beheer van de
openbare ruimte, maar ook gezamenlijke energie-inkoop of de opwekking ervan in
de wijk zijn denkbaar. De activiteiten kunnen gaan van de organisatie van
festiviteiten tot de keus voor een bepaald soort woningen in de wijk. David
Nagtegaal van Vestia: “Het doel is dat het goed blijft gaan met de wijk; dat
mensen zich er contacten hebben en zich prettig voelen. Je zult zien dat dit ook
bijdraagt aan de ontwikkeling van de welvaart.”

Benauwend

Inbo bepleit dat bij gebiedsontwikkeling meer aandacht komt voor de sociale
aspecten, die mede onder invloed van de individualisering ondergesneeuwd zijn
geraakt. Hoewel sociale controle in het verleden vaak ook als benauwend is
ervaren – leve daarom de individualisering – denken zij dat het mogelijk moet
zijn gemeenschappen te laten ontstaan die passen bij deze tijd met zijn grote
variatie aan leefstijlen een persoonlijk voorkeuren. Soort zoekt niettemin
soort, is bekend, en dat blijkt geen taboe als het gaat om kleinere
woongemeenschappen voor speciale groepen. Succesvolle voorbeelden zijn
gesignaleerd in het geherstructureerde Rotterdam-Hoogvliet, zoals een
kunstenaarsbuurt en een ecobuurt waar bewoners gezamenlijk een tuin onderhouden.
Ashouwer en Sievers noemen verder onder meer het Inbo-initiatief voor een
seniorenstad als voorbeeld van connecting 0x26 sharing.

Geluk

Projectontwikkelaar Blauwhoed bedacht begin jaren zeventig al dat
samenwerking door bewoners de kwaliteit van het leven in de buurt kan
verbeteren. Het ontwikkelde in Leusden Parkstad met zo’n vierhonderd woningen,
een gemeenschappelijk zwembad en een tennisbaan. “Het beheer rust bij een
stichting waarin gemeente en bewoners samenwerken. Doel is het woonmilieu op een
hoog niveau in stand te houden”, verklaart Marianne Davids, commercieel manager
bij Blauwhoed. Dat zoiets werkt, blijkt volgens haar uit de hoge waardering van
de bewoners van Parkstad voor hun buurt. Die ligt hoger, stelt ze, dan je zou
mogen verwachten bij de intussen architectonisch wat gedateerd ogende huizen,
van het type drive-in.

Positief

Blauwhoed timmert met hedendaagse nieuwbouwprojecten in de vrije sector nog
steeds flink aan de weg als het gaat om het organiseren van de bewoners.
Daarvoor worden verenigingen van eigenaren (VvE) gevormd die zorgen voor het
onderhoud van de woonomgeving. “Ook is het mogelijk gezamenlijk contracten af te
sluiten voor bijvoorbeeld schilderwerk en glazen wassen. Dat werkt
kostenbesparend.” Hiertegenover staat een VvE-bijdrage. Dit gegeven blijkt
volgens Davids echter geenszins nadelig voor de waardeontwikkeling en de
verkoopbaarheid van de woningen. “De bewoners ervaren het als positief.” n

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels