nieuws

Monument geschikt als alliantieprimeur RGD

bouwbreed

– De alliantie rukt op als samenwerkingsvorm bij complexe projecten met veel onzekerheden. De Rijksgebouwendienst overweegt een eerste stap en krijgt het advies een monumentaal pand te kiezen.

Om een weloverwogen keus te kunnen maken, maakten Deloitte, instituut voor Bouwrecht en Stibbe voor de RGD een handleiding, en zetten de voor- en nadelen op een rij. De praktijk bij de Waardsche Alliantie en de N201 wijst uit dat er weinig problemen zijn te verwachten als de grootste rijksopdrachtgever van publieke gebouwen een alliantie kiest. Een alliantie kenmerkt zich door gelijkwaardige partijen, met een gezamenlijk doel, die gezamenlijk arbeid en kapitaal inbrengen ondergebracht in een afzonderlijke entiteit.
Allianties in de b en u zoals de Oostergasfabriek in Amsterdam en de parkeergarage onder het Museumpark in Rotterdam, lopen nog, maar lijken een succes. De opstellers van het handboek bevelen de Rijksgebouwendienst aan om herbouw of grootschalige renovatie van een monumentaal pand te selecteren als pilot voor een alliantie.
Ondanks het positieve advies is de Rijksgebouwendienst niet van plan op korte termijn een pilot te kiezen, laat de woordvoerder desgevraagd weten. “Alleen bij projecten met een zeer complexe omgeving, waar dbfmo (design, build, finance, maintenance, operate, red.) geen oplossing is, komen allianties in aanmerking. De voorkeur gaat uit naar dbfmo-contracten omdat daar de risico’s helder worden verdeeld, in plaats van gedeeld”, motiveert Caroline Achterbosch van de Rijksgebouwendienst.
Opdrachtgevers moeten selectief omgaan met de samenwerkingsvorm, het best te vergelijken met een bijzondere topping van een pizza. Bij gewone projecten waarbij weinig tegengestelde belangen spelen zijn d0x26c en dbfmo een prima alternatief. Geschikt zijn niet-alledaagse projecten waar risico’s lastig zijn te benoemen en te beprijzen. Ook complicerende factoren als veel raakvlakken, lastige posities van belanghebbenden, ingewikkelde externe bedreigingen en/of strakke tijdschema’s zijn in het voordeel bij het opzetten en slagen van een alliantie.

Rollen

Er bestaan nauwelijks belemmeringen op het gebied van mededinging of staatssteun. Het optuigen van een alliantie kan het beste in een aparte VOF. In het contract horen verder geen aansprakelijkheidsbepalingen en hiërarchische verhoudingen. De basis van samenwerking is volstrekte gelijkwaardigheid en daarbij moeten de betrokken partijen afstappen van de traditionele rollen die opdrachtgever en opdrachtnemer gewoonlijk innnemen.
Harde voorwaarde is dat de alliantie minimaal de ontwerpfase en uitvoeringsfase moet betreffen. Uitbreiding met de beheersfase is een overweging waard. Als alleen de ontwerpfase in een alliantie wordt gegoten, dan is sprake van een veredeld bouwteam met als nadeel dat tijdens de bouwfase controle mede wordt gevoerd door dezelfde aannemer die ook in het ontwerpteam zit. Een situatie die de opstellers van de handleiding dringend afraden.
Omdat de Rijksgebouwendienst op zoek is naar een ideale partner om mee samen te werken, verdient de concurrentiegerichte dialoog de voorkeur. Het is nog niet helemaal duidelijk of de Europese regels de dialoog in dit geval toestaan, maar tot op heden zijn er geen problemen en ontbreekt jurisprudentie.

Voors en tegens alliantie

Succesfactoren
l wederzijdse wil tot samenwerken op alle niveau’s en stadia
l open communicatie
l loslaten opdrachtgever-opdrachtnemer-gedachte: samenwerking is horizontaal
l financiele prikkel om goed te presteren
l risico’s zoveel mogelijk delen: no blame-cultuur
l alle activiteiten realisatie in Alliantie inbrengen
Voordelenl kosten voor opdrachtgever dalen
l winst opdrachtnemer stijgt
l bouwtijd neemt af
l kwaliteit en flexibiliteit nemen toe
l betere werksfeer, minder geschillen
l positie architect/Rijksbouwmeester sterkerNadelen
lpartners in lastige positie bij andere lopende aanbestedingen
l frustratie bij terugfluiten van alliantie-beslissingen
l binding met derden kan samenwerking ondermijnen
l partnering remmend voor nieuwe winstgevende activiteiten
l (economisch) sterkere partners neigen te dicteren
Hinderpalen
l machtspositie opdrachtgever
l discussie over meerwerk complexer
l openheid leidt mogelijk tot misbruik bij conflict
l acceptatie onzekerheden
l overhead is hoger
l ‘clubgevoel’ gevoelig voor personele wisselingen
Bron: Handleiding bij toepassing van allianties door de Rijksgebouwendienst

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels