nieuws

Innoveren in een recessie

bouwbreed

Er is een grote vraag naar goedkope woningen, zowel in de huur- als de koopsector. Voor de kredietcrisis noemden we dit in Nederland het ‘startersvraagstuk’. Intussen hebben we het natuurlijk al lang niet meer over nieuwkomers op de woningmarkt. De behoefte aan betaalbare woningen zal de komende jaren eerder toe dan afnemen. Tegelijkertijd is er […]

Er is een grote vraag naar goedkope woningen, zowel in de huur- als de koopsector. Voor de kredietcrisis noemden we dit in Nederland het ‘startersvraagstuk’. Intussen hebben we het natuurlijk al lang niet meer over nieuwkomers op de woningmarkt. De behoefte aan betaalbare woningen zal de komende jaren eerder toe dan afnemen. Tegelijkertijd is er een grote voorraad grond in handen van ontwikkelaars, corporaties en gemeenten. Veel van die grond is vandaag nog te bebouwen. Bouwvergunningen zijn er, alleen de bestaande plannen zijn te duur voor de markt. Aan de aanbodzijde wordt gesproken over een kopersstaking, terwijl de vraagzijde stelt dat het bestaande aanbod onbetaalbaar is. De bouwsector pleit voor overheidssteun om het te dure woningaanbod toch afgezet te krijgen. Politici zijn gevoelig voor het argument dat continuïteit in de bouwsector goed is voor economisch herstel, maar directe steun aan kopers lijkt een brug te ver. De roep om overheidssteun is natuurlijk wel erg ‘old school’. Bovendien wordt daarbij niet geredeneerd vanuit de vraag (lees, goedkope woningen), maar vanuit het aanbod (te dure woningen). Ik wil er voor pleiten vanuit de vraagzijde te redeneren. De prijs van een nieuwe woning wordt (los van de locatie) bepaald door de grondwaarde, de kwaliteit van de woning, de bouwkosten en organisatiekosten. Aan welke knoppen moet er nu vanuit het perspectief van de vraagzijde worden gedraaid? Wat de grond betreft is het eigenlijk simpel: of de kosten omlaag of de grond in erfpacht uitgeven. Wat is er op tegen als grondeigenaren in de huidige markt de grond uitgeven tegen een gebruiksvergoeding en zelf eigenaar blijven? Voor de gebruiker leidt dit in elk geval tot lagere lasten. Projectontwikkelaars zullen bij dit idee wel even moeten slikken. Of is dit innoveren in een recessie? Dan de kwaliteit van het product. In The Financial Times van afgelopen zaterdag staat een hartstochtelijk pleidooi voor “tiny homes and the lifestyles that accompany them”. De titel van het artikel is “Small but perfectly formed”. Op de begeleidende foto zien we een moderne Pipowagen. Pleidooien de afgelopen tien jaar in Nederland om kleinere en slimmere woningen (McHouses) te bouwen zijn weggehoond (‘hondenhokken’, ‘terug naar krotten en sloppen’). Het einde van het Gucci-kapitalisme biedt ruimte om dit soort concepten toch eens beter te doordenken. Vakantiewoningen, studentenhuisvesting, Bo Klok van IKEA en tijdelijke huisvesting voor asielzoekers laten zien dat er gigantische besparingen mogelijk zijn als we vanuit andere (overigens, nog steeds acceptabele!) kwaliteitseisen redeneren en de wens van de woonconsument leidend laten zijn. Door de discussie over kwaliteit zo te voeren komen ook direct de bouwkosten in een ander perspectief te staan. Die zullen navenant sterk dalen. Maar so what? Als er een productiestroom van kleinschalige woningbouw ontstaat, dan rookt de schoorsteen in de bouw. Zowel de invoering van erfpacht als bouwen van kleinschalige woningen, sluiten aan bij een benadering waarin tijdelijkheid een sterk accent krijgt. Erfpacht is om te zetten in koop. Kleinschalig is aanpasbaar. Personal housing zorgt voor dynamiek. De weg naar een krachtig herstel van de woningbouwproductie, staat wagenwijd open.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels