nieuws

Grote corporaties vaakduurder maar niet per se professioneler

bouwbreed

Schaalvergroting maakt corporaties duurder maar niet per se beter. Dat zegt Rik Koolma, die deze maand promoveerde op een studie over woningcorporaties.

Corporaties hebben net als echte marktpartijen de neiging tot concernvorming,
aldus de promovendus. “Ze denken dat ze dan professioneler worden. Maar groter
wil nog niet zeggen professioneler. Er zijn kleine en middelgrote corporaties
die net zo actief en professioneel zijn.” Koolma deed zijn onderzoek aan de
Vrije Universiteit Amsterdam; “Verhalen en prestaties, een onderzoek naar het
gedrag van woningcorporaties”, heet de studie. Grote corporaties gedragen zich
anders dan kleine, leert het onderzoek. Ze bouwen meer, en duurdere
koopwoningen, verkopen ook meer woningen en zijn vaak in verschillende plaatsen
of zelfs in meerdere regio’s actief. Naarmate grote corporaties verspreider
werken, investeren ze minder in hun bestaande bezit, zag Koolma. En per woning
maken ze aanzienlijk meer kosten. Een fusie is om die reden vaak niet
verstandig, vindt Koolma. “Beter is om te kijken naar de meerwaarde ten opzichte
van marktpartijen. Corporaties die geconcentreerd werken in een beperkt gebied
zijn effectiever in het halen van hun doelstellingen.”

Omgeving

Corporaties reageren onvoldoende op de omgeving waarin ze werkzaam zijn.
Welke behoefte aan woningen is er precies? En hoe is de bevolkingssamenstelling?
Men laat deze gegevens niet in het beleid doorwerken, aldus Koolma. “Bestuurders
hebben bijvoorbeeld de opvatting om de portefeuille te vernieuwen. Die opvatting
kan zo dominant zijn dat minder naar de behoeften van de doelgroep gekeken
wordt. Zo kan het voorkomen dat corporaties woningen bouwen in gebieden waar een
overschot aan woningen is, en andere corporaties slopen in gebieden waar een
tekort is.” De pretenties van corporaties raken soms “ontkoppelt” van de
werkelijke prestaties. “Vergelijk het met het boek ‘De Prooi’ over ABN-Amro. Dat
past naadloos op mijn onderzoek. Veel pretenties van de bovenlaag van
corporaties worden onvoldoende waargemaakt. Als dat lang doorgaat, krijg je een
institutionele crisis.” Die kon volgens Koolma voorkomen worden door een
kantelmoment rond 2005. Vanaf toen kwam overleg met de lokale omgeving in een
stroomversnelling. Maar wat nog wel ontbreekt is afdoende toezicht op de
corporaties.

Hoger niveau

Koolma benadrukt dat veel corporaties het wel heel goed doen. “Het beeld dat
de sector in gebreke blijft, onderschrijf ik niet.” Bovendien, zegt hij, is het
onderzoek gehouden met gegevens van 2002. “Sindsdien is er een hoop veranderd.
De aandacht voor maatschappelijke taken is toegenomen.” Maar sommige dingen
zouden gewoon beter moeten, vindt hij. De besluitvorming moet naar een hoger
niveau getild worden. Doelstellingen moeten specifieker uitgewerkt worden. Ook
moet er veel beter geëvalueerd wat je als corporatie bereikt hebt. “Het
vaststellen of beslissingen wel of niet tot succes hebben geleid, staat nog in
de kinderschoenen.” Daarnaast zouden corporaties beter op hun portemonnee moeten
passen. “Welke projecten zijn risicovol? En dragen risicovolle projecten wel
voldoende bij aan de doelstellingen? Bouwprojecten die weinig bijdragen en een
hoog financieel risico met zich meedragen, zou je als corporatie eerder moeten
laten afvallen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels