nieuws

Stadsnatuur zwak verankerd in Amsterdam

bouwbreed

Amsterdam is ambitieus waar het gaat om het verweven van biodiversiteit in de stedelijke planning

Stadsnatuur draagt bij aan het (economische) vestigingsklimaat, maar de hoofdstad is natuurlijk geen hot spot van biodiversiteit, meent Robbert Coops. “Pure natuurbescherming is in Amsterdam niet op zijn plaats”, aldus Marijke Vos, wethouder Openbare Ruimte en Groen. Maar om te voldoen aan de mondiale eisen op het gebied van duurzaamheid zullen de verbindingen tussen natuur en mens wel sterker moeten worden geborgd en gemarkeerd. In 2007 ondertekende de gemeente Amsterdam de Countdown 2010-verklaring. Het is een initiatief van de Verenigde Naties en de Europese Unie om de snelle teruggang van de verscheidenheid van het leven op aarde tegen te gaan. Ook ging Amsterdam in op de uitnodiging om een van de 21 pioniersteden te worden in het internationale programma Lokale Actie voor Biodiversiteit. Al die convenanten gaan ervan uit dat steden een cruciale rol hebben bij het oplossen van mondiale duurzaamheidvraagstukken. “Steden zijn door hun behoefte aan voedsel, water, energie en grondstoffen verantwoordelijk voor het grootste deel van de mondiale ecologische voetafdruk. Maar steden hebben ook de oplossing in handen”, aldus Johan van Zoest en Geert Timmermans. De stadsmens leeft relatief energiezuinig en milieuvriendelijk en steden hebben – volgens hen – voldoende innovatie- en doorzettingsmacht om duurzaamheidoplossingen te bieden. Dat is daar vooral hard nodig want meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden en dat percentage neemt alleen maar toe. De Amsterdamse ambities om Europese hoofdstad voor biodiversiteit te worden zijn inmiddels in veler verband geformaliseerd. Maar zeker nog niet volledig ingevuld of waargemaakt. Weliswaar wordt algemeen geaccepteerd dat stadsnatuur “als onderdeel van het repertoire aan publieke ruimten” op verschillende manieren bijdraagt aan de kwaliteit van het leven in een stad, toch blijkt deze planologisch nogal zwak verankerd te zijn in het gemeentelijk beleid. Duidelijke beleidsdoelen ontbreken en het beheer is sterk afhankelijk van geïnspireerde beheerders en vrijwilligers. Zelfs de agenda voor een duurzame ‘Metropoolregio Amsterdam’ geeft in dat opzicht nog te weinig richting, hoewel het belang van voldoende biodiversiteit daar wel een belangrijk aspect aan toevoegt: steden als ontmoetingsplek van mensen met natuur. “Affiniteit met de levende natuur en basiskennis van ecologische processen zijn immers een basisvoorwaarde voor geïnformeerde keuzes op volwassen leeftijd”, aldus de Dienst Ruimtelijke Ordening in de publicatie ‘Amsterdamse biodiversiteit’. Het lijkt een beetje op de romantiek van de Amsterdamse schoolmeesters Eli Heimans en Jac. P. Thijsse. Er is gelukkig niets tegen romantiek en al helemaal niet tegen hun activiteiten en initiatieven, maar de ecologische noodzaak om nu duurzame en innovatieve ingrepen te plegen is groot. Dat besef is er, nu de uitvoering nog.


PlanAmsterdam, nr. 8, Dienst Ruimtelijke Ordening Gemeente Amsterdam, 25 blz. 2009
Johan van Zoest en Geert Timmermans

Tien Amsterdamse checkpunten voor biodiversiteit

1. Krachtige structuur van landschap, groen en natuur
2. Stelsel van natuurvoorzieningen
3. Verbindingen tussen sociale en fysieke domein
4. Informatieverstrekking
5. Natuurmuseum als centraal punt
6. Wetenschappelijk onderzoek
7. Monitoring en feedback
8. Kennis en kunde
9. Integreren in metropolitane strategie
10. Structurele financiering

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels