nieuws

Woonark ofbouwwerk

bouwbreed

Uit een analyse van de regelgeving en jurisprudentie blijkt dat keuzes die een vroegtijdig stadium (initiatieffase) gemaakt moeten worden van grote invloed kunnen zijn op de eisen die op het project van toepassing zijn

De keuzes hebben consequenties voor bewoners en overheden in de gebruiksfase, bijvoorbeeld voor hypotheken of voor het beheer van de openbare ruimte.
Drijvend bouwwerk of woonark?
De eerste vraag die al tamelijk vroeg in het project beantwoord moet worden is of en in hoeverre de bouwregelgeving volgens de Woningwet en het Bouwbesluit op de te realiseren woningen van toepassing is. De woningen drijven immers in veel gevallen, en kunnen ook als woonarken worden beschouwd. Woonarken worden over het algemeen niet aangemerkt als bouwwerk in de zin van de Woningwet zodat de bouwregelgeving daarop niet van toepassing is. Voor deze woonarken is geen bouwvergunning nodig en zij hoeven niet te voldoen aan het Bouwbesluit (maar er is natuurlijk wel een ligplaatsvergunning nodig).

Handreiking

De VROM-Inspectie heeft over de bouwregelgeving die op drijvende woningen van toepassing is een handreiking gemaakt. De handreiking start met de belangrijke constatering dat de landelijke regelgeving niet voorschrijft wanneer een ‘drijvend object’ als een bouwwerk moet worden beschouwd of als een woonark. Het is primair de initiatiefnemer (projectontwikkelaar en/of gemeente) die deze keuze maakt. De initiatiefnemer kan een bouwvergunning dan wel een ligplaatsvergunning aanvragen; en de gemeente kan in het bestemmingsplan de bestemming ‘wonen’ dan wel ‘water/ligplaatsen’ opnemen. Daarbij moet natuurlijk wel rekening worden gehouden met de jurisprudentie op dit punt. Uit de jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een drijvende object dat met kabels of palen verankerd is en tevens bedoeld is om ter plaatse te blijven liggen al snel als een bouwwerk in de zin van de Woningwet beschouwt. Voor deze objecten geldt dan de rechtszekerheid die het regime van de Woningwet biedt in de zin van bijvoorbeeld het moeten aanvragen van een bouwvergunning. Een uitzondering hierop vormen de als woonark aangemerkte objecten. Vanuit het gewoonterecht worden woonarken, ook als deze met kabels of palen duurzaam zijn verankerd, in de regel aangemerkt als ‘vaartuig’. De belangen van de betrokkenen kunnen in een dergelijk geval niet via de bouwregelgeving, maar wel via bijvoorbeeld een ligplaatsverordening, Havenverordening, het politiereglement, of krachtens de Brandweerwet worden geborgd.

Gevolgen

Als het een bouwwerk volgens de Woningwet is, is het ook al snel een ‘onroerende zaak’ volgens het Burgerlijk Wetboek, omdat de criteria (aan de grond verbonden, en bedoeld om ter plaatse te functioneren) ongeveer gelijkluidend zijn. De status bouwwerk/onroerende zaak versus woonark/roerende zaak heeft allerlei gevolgen voor onder andere onderhoudsverplichtingen, huurprijs, belastingen, erfpacht, verzekeringspremies, hypotheekvoorwaarden, welstandseisen, planologische procedure, vergunningenstelsel en dergelijke. De handreiking van de VROM-Inspectie doet daarom de aanbeveling om zo vroeg mogelijk in de projectontwikkeling duidelijkheid te geven of te verkrijgen over de juridische status van de drijvende woningen.
PRC B.V. Divisie Strategie &
Techniek

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels