nieuws

Waterwonen en beheren

bouwbreed Premium

Een tweede belangrijk aandachtspunt waarover al vroeg in het ontwikkelingsstadium duidelijkheid verkregen moet worden, is de beheersvorm van de steiger

De gemeenschappelijke steiger die dient voor ontsluiting van de woningen kan
door de gemeente worden aangelegd en beheerd, waarmee het openbaar gebied is. De
steiger kan ook door de projectontwikkelaar worden aangelegd en vervolgens door
een Vereniging van Eigenaren worden beheerd. Deze opdeling van het plan in
beheersvormen is in de eerste plaats van belang voor de vraag wie
verantwoordelijk is voor het veilig vluchten over de steiger, in het kader van
de voorschriften van het Bouwbesluit. Als de gemeente de steiger zelf in beheer
heeft, als openbaar gebied, moet de gemeente zelf de voorwaarden scheppen dat
vanuit een brandende woning veilig over de steiger (openbaar gebied) naar de
openbare weg kan worden gevlucht. Bijvoorbeeld door te zorgen dat er geen
doodlopende steigereinden zijn en dat de steiger voldoende breed is. Als de
steiger geen openbaar gebied is, maar onderdeel is van het bouwplan en de
bouwvergunningsaanvraag, is de projectontwikkelaar verantwoordelijk voor een
brandveilig ontwerp van de steiger(s). De beheersvorm is verder van belang voor
de vraag wie verantwoordelijk is voor de aanleg en beheer van de
nutsvoorzieningen (die via de steiger lopen), de meterkast (die vaak op de
steiger staat), collectieve voorzieningen (bijv. parkeergelegenheid op de wal),
de onderhoudsplicht van de waterbodem en dergelijke.

Randvoorwaarden

Een derde punt dat zo vroeg mogelijk in het planvormings- en planologische
traject van het waterwonenproject opgepakt moet worden betreffen onderwerpen die
niet door de bouwregelgeving geregeld worden maar als stedenbouwkundige
randvoorwaarden in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. Dat betreffen
onder andere de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en ophaaldiensten voor
huishoudelijk afval, de locatie en aard van de blusvoorzieningen, ontsluiting
van de steigers en de woningen voor rolstoelgebruikers. Dergelijke
stedenbouwkundige voorschriften, vastgelegd in het bestemmingsplan (of in de
beheersverordening), geven voor de gemeente het toetsingskader bij de
beoordeling van de bouwvergunningsaanvraag.Het is voor een projectontwikkelaar
en gemeente dus van belang om reeds in de initiatieffase van een
waterwoonproject alle betrokken partijen (gemeentelijke beheersdiensten,
stedenbouwkundige dienst, netbeheerder, energiedistributiebedrijf,
waterbeheerders) bij het plan te betrekken. Met deze partijen worden afspraken
gemaakt en uitgangspunten vastgesteld over al deze onderwerpen. Wat dat betreft
verloopt het bij een waterwonenproject net iets anders dan bij een ‘normaal’
landwonenproject.

Henk Vermande
PRC BV divisie Strategie & Techniek Bodegraven
www.prc.nl

Reageer op dit artikel