nieuws

‘Mis de boot niet met FSC-hout’

bouwbreed Premium

Tegen welke problemen loopt een aannemer aan bij het uitvoeren van projecten met gecertificeerd hout? Die vraag stond centraal in een bijeenkomst van Stichting Probos en Aannemersbedrijf van Zoelen in het WNF-hoofdkantoor in Zeist.

Richard Cozijnsen, FSC-coördinator bij van Zoelen, vertelt tijdens de
bijeenkomst over zijn ervaring met het behalen van het FSC-certificaat. Om het
certificaat te behalen moet een gescheiden administratie worden gevoerd.
Daarvoor noemt Cozijnsen drie gouden regels: identificeren, scheiden en
registreren. Van Zoelen wilde het certificaat halen om de opdracht voor de bouw
van het WNF-hoofdkantoor binnen te halen. Daarvoor werd eerst een extern bureau
binnengehaald om uit te zoeken wat er in de organisatie moest veranderen. Er
werden trainingen gegeven voor het personeel, er moesten leverancierspartners
gevonden worden en ook de opdrachtgevers moesten bewust gemaakt worden. Binnen
vier maanden was het certificaat binnen. Dat had direct resultaat voor Van
Zoelen, want de opdracht voor de bouw van het WNF-hoofdkantoor werd
binnengehaald. Daar merkte Cozijnsen dat het niet altijd lukt om 100 procent
FSC-hout te gebruiken. Een keuken bijvoorbeeld, die werd gewoon niet geleverd
met FSC-hout en ook een brandwerende deur met het gewenste hout was niet te
vinden. Onder de aanwezige aannemers bestaat nog onduidelijkheid over de regels
rondom FSC-hout: “Mag je nou alleen nog maar FSC-hout gebruiken als je dat
certificaat hebt?” Mark van Benthem, adviseur bosbeheer en houtketen van
kenniscentrum Probos heeft het antwoord: “Ja, het mag, maar het moet niet.”

Spookbeelden

De moeilijkheden die Van Zoelen in de praktijk tegenkwam, klinken Van Benthem
bekend in de oren: “Je hoort vaak dat aannemers zich afvragen of er wel genoeg
FSC-hout voorradig is?” Volgens hem is het een spook uit het verleden: “Vroeger
speelde dat wel, maar dat is nu toch wel anders. Het is een standaard aan het
worden.” Toch hebben die spookbeelden nog wel invloed op aannemers, stelt Van
Benthem. Volgens hem zijn er opdit moment ongeveer zeventig FSC-gecertificeerde
aannemers: “Dat zijn er dus nog niet zoveel, daarbij speelt een rol dat veel
aannemers nog koudwatervrees hebben. Ze weten niet precies wat het certificaat
inhoudt en er zijn al zoveel certificaten als VCA en ISO. Ze vragen zich af waar
het eindigt.” Daarnaast speelt volgens Van Benthem een rol dat aannemers denken
dat het erg duur is het certificaat te halen. ”Het verschilt per bedrijf.
Kleinere bedrijven kunnen meedraaien in een groepscertificaat, wat de kosten
drukt. Ik kan natuurlijk niet in de portemonnee van iedere aannemer kijken, maar
gecertificeerde bedrijven zeggen zelf ook dat de kosten meevallen.” En,
benadrukt Van Benthem, het gaat echt om een investering: “Kijk, ik ben voor een
zo duurzaam mogelijke manier van bosbeheer, dus ik ben sowieso een voorstander
van toepassing van gecertificeerd hout. Maar ook aannemers kunnen hier niet
omheen. Opdrachtgevers en dan vooral de overheid gaan dit in toenemende mate
eisen. Aannemers moeten zorgen dat ze de boot niet missen.”

Reageer op dit artikel