nieuws

Uitvoeringsbureau, hoe zo?

bouwbreed

Het gaat veel geld kosten. Heel veel geld, zo sprak dr. Jan Terlouw over de omvang van de plannen van zijn Platform Energietransitie Gebouwde Omgeving (PEGO). De gevierde kinderboekenschrijver en oud-minister zet zich met zijn bestuurlijk talent in voor een energiezuinige gebouwde omgeving. Het streven van het PEGO is erop gericht dat in 2020 alleen nog maar energieneutraal wordt gebouwd. In 2030 dient het energiegebruik in de bestaande bouw gehalveerd te zijn. Hele nobele doelstellingen, waarvoor het PEGO geen exclusiviteit kan claimen. Al vele architecten, bouwers, projectontwikkelaars, installateurs, corporaties en andere marktpartijen zijn al jaren drukdoende om de energieprestaties van woningen, kantoren en andere gebouwen aanzienlijk te verbeteren. Er zijn inmiddels ook goede vorderingen mee gemaakt. PEGO ziet zichzelf graag als aanjager en startmotor voor vernieuwingen, die moeten leiden tot de beoogde energiezuinige gebouwde omgeving. Voor de financiering van die rol legt PEGO een belangrijke claim neer bij de overheid. In de innovatieagenda Energie van de ministers van Economische Zaken, Wonen, Wijken en Integratie en VROM is voorzien in een bijdrage van 438 miljoen euro voor energie-innovatie. Daarmee wordt de ontwikkeling in gang gezet van een breed front aan activiteiten. Ongeveer de helft van dat geld komt ten goede aan de energietransitie, een energiedenktank van wetenschappers, bestuurders uit het bedrijfsleven en milieuorganisaties. Die denktank adviseert het kabinet hoe de ontwikkeling van duurzame energietechnologieën het best kan worden aangepakt. Daarvoor zijn zeven aandachtsgebieden aangewezen, waaronder dat van de gebouwde omgeving. Voor dat aandachtsgebied is 30 miljoen euro beschikbaar. Heel veel geld dus, waarmee PEGO de voorgestane aanjaagrol ruim kan financieren. Nadat dit budget beschikbaar kwam, is vanuit PEGO een programma ontwikkeld voor de besteding ervan. Er is gekozen voor drie lijnen op verschillende schaalniveaus. Er worden nieuwe technologieën en gebouwconcepten en bouwprocessen ontwikkeld onder het motto ‘denken’. Die ontwikkelde concepten worden in de praktijk gebracht onder het motto ‘doen’. Succesvolle concepten worden overgedragen en verspreid onder het motto ‘opschalen’. Om al deze activiteiten goed te laten verlopen, wordt een Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw voorgesteld. Verschillende marktpartijen dragen een steentje bij, terwijl de overheid in het leeuwendeel van de financiering voorziet. PEGO gaat met deze top down benadering geheel voorbij aan alle ambitieuze en vooruitstrevende plannen en activiteiten, die vele marktpartijen al aan de dag leggen. Het PEGO-plan is sterk gekleurd door een overheidsgedreven benadering, terwijl iedereen weet dat juist marktpartijen voor een echte doorbraak zorgen. Vooruitstrevende architecten, bouwers en ontwikkelaars zullen zich niet bemoedigd voelen door de wetenschap dat een ‘Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw’ met een grote zak overheidsgeld de marktwerking gaat verstoren. Het voorgestelde PEGO-programma heeft een sterk theoretisch karakter en het beoogde ‘Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw’ is de zoveelste poging om langs bureaucratische weg de bouwsector te veranderen. Eerdere pogingen hebben laten zien dat dit een heilloze weg is. De kwartiermakers van PEGO hebben vele marktpartijen geconsulteerd en zich daarmee het gewenste jargon eigen gemaakt. Zij spreken op een theoretisch niveau over de vraagstukken, waarmee de bouwbranche worstelt, zonder de praktijk te kennen. De terminologie is herkenbaar, het programma is theoretisch in orde, maar een van bovenaf geregisseerde transitie zal niet het gewenste effect hebben. Voor de overheid ligt er een enorme uitdaging om vooral in haar opdrachtgevende rol uiting te geven aan de wens naar meer duurzaamheid. Er is bij architecten, bouwers en installateurs voldoende talent aanwezig om verdergaande ambities waar te maken. Het realiseren van een energiezuinige gebouwde omgeving behoeft niet veel geld te kosten, maar kan juist veel geld opleveren. De betrokken ministeries hebben externe consultants ingehuurd, die de overheid op het verkeerde been hebben gezet. Er wordt over bestaande initiatieven op het gebied van innovatie en duurzaamheid heengewalst en er wordt een zoveelste bureau opgetuigd, dat eerder energieverslindend dan energiebesparend zal werken. Het is niet te verwachten dat de overheid dit heilloze spoor nog zal verlaten. De voor het PEGO-plan benodigde pegels zijn al gebudgetteerd. Het zal ongetwijfeld veel, heel veel geld gaan kosten, waarmee de door PEGO-voorman Terlouw uitgesproken verwachting wordt waargemaakt. Als er in 2020 alleen nog maar energieneutraal wordt gebouwd, zal dit eerder ondanks dan dankzij het door PEGO voorgestelde ‘Uitvoeringsbureau Innovatie Bouw’ zijn gebeurd.

Het gaat veel geld kosten. Heel veel geld, zo sprak dr. Jan Terlouw over de omvang van de plannen van zijn Platform Energietransitie Gebouwde Omgeving (PEGO). De gevierde kinderboekenschrijver en oud-minister zet zich met zijn bestuurlijk talent in voor een energiezuinige gebouwde omgeving. Het streven van het PEGO is erop gericht dat in 2020 alleen nog maar energieneutraal wordt gebouwd. In 2030 dient het energiegebruik in de bestaande bouw gehalveerd te zijn. Hele nobele doelstellingen, waarvoor het PEGO geen exclusiviteit kan claimen. Al vele architecten, bouwers, projectontwikkelaars, installateurs, corporaties en andere marktpartijen zijn al jaren drukdoende om de energieprestaties van woningen, kantoren en andere gebouwen aanzienlijk te verbeteren. Er zijn inmiddels ook goede vorderingen mee gemaakt. PEGO ziet zichzelf graag als aanjager en startmotor voor vernieuwingen, die moeten leiden tot de beoogde energiezuinige gebouwde omgeving. Voor de financiering van die rol legt PEGO een belangrijke claim neer bij de overheid. In de innovatieagenda Energie van de ministers van Economische Zaken, Wonen, Wijken en Integratie en VROM is voorzien in een bijdrage van 438 miljoen euro voor energie-innovatie. Daarmee wordt de ontwikkeling in gang gezet van een breed front aan activiteiten. Ongeveer de helft van dat geld komt ten goede aan de energietransitie, een energiedenktank van wetenschappers, bestuurders uit het bedrijfsleven en milieuorganisaties. Die denktank adviseert het kabinet hoe de ontwikkeling van duurzame energietechnologieën het best kan worden aangepakt. Daarvoor zijn zeven aandachtsgebieden aangewezen, waaronder dat van de gebouwde omgeving. Voor dat aandachtsgebied is 30 miljoen euro beschikbaar. Heel veel geld dus, waarmee PEGO de voorgestane aanjaagrol ruim kan financieren. Nadat dit budget beschikbaar kwam, is vanuit PEGO een programma ontwikkeld voor de besteding ervan. Er is gekozen voor drie lijnen op verschillende schaalniveaus. Er worden nieuwe technologieën en gebouwconcepten en bouwprocessen ontwikkeld onder het motto ‘denken’. Die ontwikkelde concepten worden in de praktijk gebracht onder het motto ‘doen’. Succesvolle concepten worden overgedragen en verspreid onder het motto ‘opschalen’. Om al deze activiteiten goed te laten verlopen, wordt een Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw voorgesteld. Verschillende marktpartijen dragen een steentje bij, terwijl de overheid in het leeuwendeel van de financiering voorziet. PEGO gaat met deze top down benadering geheel voorbij aan alle ambitieuze en vooruitstrevende plannen en activiteiten, die vele marktpartijen al aan de dag leggen. Het PEGO-plan is sterk gekleurd door een overheidsgedreven benadering, terwijl iedereen weet dat juist marktpartijen voor een echte doorbraak zorgen. Vooruitstrevende architecten, bouwers en ontwikkelaars zullen zich niet bemoedigd voelen door de wetenschap dat een ‘Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw’ met een grote zak overheidsgeld de marktwerking gaat verstoren. Het voorgestelde PEGO-programma heeft een sterk theoretisch karakter en het beoogde ‘Uitvoeringsbureau Innovatie in de Bouw’ is de zoveelste poging om langs bureaucratische weg de bouwsector te veranderen. Eerdere pogingen hebben laten zien dat dit een heilloze weg is. De kwartiermakers van PEGO hebben vele marktpartijen geconsulteerd en zich daarmee het gewenste jargon eigen gemaakt. Zij spreken op een theoretisch niveau over de vraagstukken, waarmee de bouwbranche worstelt, zonder de praktijk te kennen. De terminologie is herkenbaar, het programma is theoretisch in orde, maar een van bovenaf geregisseerde transitie zal niet het gewenste effect hebben. Voor de overheid ligt er een enorme uitdaging om vooral in haar opdrachtgevende rol uiting te geven aan de wens naar meer duurzaamheid. Er is bij architecten, bouwers en installateurs voldoende talent aanwezig om verdergaande ambities waar te maken. Het realiseren van een energiezuinige gebouwde omgeving behoeft niet veel geld te kosten, maar kan juist veel geld opleveren. De betrokken ministeries hebben externe consultants ingehuurd, die de overheid op het verkeerde been hebben gezet. Er wordt over bestaande initiatieven op het gebied van innovatie en duurzaamheid heengewalst en er wordt een zoveelste bureau opgetuigd, dat eerder energieverslindend dan energiebesparend zal werken. Het is niet te verwachten dat de overheid dit heilloze spoor nog zal verlaten. De voor het PEGO-plan benodigde pegels zijn al gebudgetteerd. Het zal ongetwijfeld veel, heel veel geld gaan kosten, waarmee de door PEGO-voorman Terlouw uitgesproken verwachting wordt waargemaakt. Als er in 2020 alleen nog maar energieneutraal wordt gebouwd, zal dit eerder ondanks dan dankzij het door PEGO voorgestelde ‘Uitvoeringsbureau Innovatie Bouw’ zijn gebeurd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels