nieuws

Database TNO bevestigt beeld van constructieve schades

bouwbreed Premium

TNO Bouw en Ondergrond heeft een eigen database met schadegevallen aan constructies. Een analyse van deze database sluit goed aan op de analyse van de recente ABC-pilot, waarbij constructiefouten anoniem werden gemeld.

Kennelijk geven beide databases een reëel beeld van de werkelijkheid. Dat
stellen ir. Gerrie Dieteren en dr.ir. Paul Waarts van TNO Bouw en Ondergrond uit
Delft. “We hebben al negen jaar een eigen database, waarin we openbaar
bekendgemaakte schadegevallen in Nederland verzamelen. De informatie komt uit de
media, voornamelijk uit Cobouw”, stelt Dieteren. De TNO-database omvat ook de
gebruiksfase. De ABC-pilot, recent uitgevoerd door Dieteren en ir. Mirjam
Nelisse van TNO Bouw en Ondergrond in opdracht van het Platform Constructieve
Veiligheid van Bouwend Nederland, niet. Beide databases omvatten wel de
ontwerpfase en de bouwfase. “Volgens onze database ligt de oorzaak van een derde
van de gevallen in de ontwerpfase, een derde in de uitvoeringsfase en een derde
in de gebruiksfase. Bij de ABC-pilot ligt de oorzaak in de helft van de gevallen
in de ontwerpfase en de helft in de uitvoeringsfase. Dat past dus goed bij
elkaar”, aldus Waarts.

Piramide

De ABC-pilot biedt een grondiger analyse, omdat meer gegevens bekend zijn en
de anonieme melder opgebeld kan worden voor nadere informatie. De TNO-database
bevat 222 schadegevallen aan constructies, gemiddeld 25 per jaar. Daar zit geen
dalende of opgaande lijn in. De gevallen in de TNO-database zijn zo ernstig, dat
zij het nieuws hebben gehaald. “Het is de top van de piramide”, schetst Waarts.
“De ABC-pilot bevat ook minder ernstige fouten, bestrijkt de top en het
middengedeelte van de piramide. De grote massa constructiefouten, de basis van
de piramide, komt noch in onze database, noch in de ABC-pilot voor. Toch kunnen
geringe fouten soms grote gevolgen hebben.” Volgens Waarts komt het veel voor,
dat constructies alleen op sterkte worden berekend en niet op de gevolgen van
(on)stijfheid. Sterkte mag niet zomaar worden aangenomen, want een constructie
kan voldoende sterk lijken, maar bij een flinke doorbuiging toch instorten.
Dieteren denkt dat studenten geen inzicht meer ontwikkelen in de werking van
krachten en momenten. “De opleidingen worden breder, maar hebben minder
diepgang. Studenten leren niet meer crossen”, stelt hij. Crossen is het met de
hand berekenen van de verdeling van krachten en momenten in een vakwerk, bij een
bepaalde belasting. Dieteren en Waarts voorspellen dat het aantal schadegevallen
aan constructies ongeveer gelijk zal blijven, zo’n 25 per jaar. Een deel daarvan
betreft vallende gevels van metselwerk, scheuren en lekken van parkeerdekken en
instortingen door het wegnemen van dragende wanden.

Doorslaande branden

De onderzoekers verwachten meer doorslaande branden, omdat de oorzaken
daarvan niet zijn weggenomen. “Het zijn een soort hypes. Valt er veel sneeuw,
dan stort een aantal daken in”, stelt Dieteren. Hij wijst erop, dat elke
constructiefout een bouwfout is, maar niet elke bouwfout een constructiefout.
Bovendien bieden zichtbare doorbuiging en scheuren vaak een waarschuwing,
voordat een constructie daadwerkelijk instort. Het valt Waarts op, dat
constructeurs niet al te secuur omgaan met normen. “Zij rekenen bijvoorbeeld
niet altijd met de zwaarste belastingen. Het komt voor, dat constructeurs een
groter risico nemen dan het risico waarop de normen zijn gebaseerd. In de
praktijk worden constructies uitgevoerd die niet geheel aan de normen voldoen.”
De onderzoekers willen de constructieve veiligheid vergroten. “Dat kan met
bimmen (werken met een bouw-informatie-model), het toepassen van ‘plug and
play’-bouwmethoden en met de snelle bouwtoets, die zo is gestructureerd dat de
toetser snel ziet of een ontwerp constructiefouten bevat. Ook zou iemand de
eindverantwoordelijkheid moeten hebben voor het deugen van de constructie”,
besluit Waarts.

Een recent rapport van TNO leert dat constructiefouten in de bouw nog steeds
veel voorkomen. Zowel bij het ontwerp als bij de uitvoering gaat het mis. Dat
beeld bestaat al decennialang. Dit is het laatste deel in de serie ‘twaalf
bouwwerken, dertien bouwfouten’.

Reageer op dit artikel