nieuws

Waterinspecteur moet met vuist op tafel slaan

bouwbreed Premium

“Ach, van mij zijn ze bang”, grapt Ed Achten wanneer hij vertelt hoe het een inspecteur van een waterleidingbedrijf zoals hij onderweg vergaat. Die komt altijd ongelegen maar weet de tegenwind vrijwel altijd te keren wanneer hij nut en noodzaak van de inspecties weet duidelijk te maken. Voorkomen van een legionellabesmetting bijvoorbeeld.

“Het draait dan allemaal om communicatie,” vindt Achten die met zijn
collega’s een deel van de 315.000 aansluitingen van waterleidingbedrijf Oasen
inspecteert. En om vakkennis waarmee hij installateurs opdraagt bijvoorbeeld een
oogdouche niet op een dode leiding aan te sluiten of een leiding voor koud water
niet te laten kruisen met een leiding voor warm water. “Een dreigende
legionella-uitbraak blijft in het eerste geval uit door weinig gebruikte
tappunten te combineren met bijvoorbeeld een uitstortgootsteen waarvan de kraan
elke dag wel een keer open gaat waardoor het water voldoende in beweging
blijft.” Om de kans op een legionellabesmetting door het tweede probleem uit de
wereld te helpen adviseert Achten een andere route voor de koudwaterleiding die
zo ver mogelijk uit de buurt blijft van de warme leidingen lus. Dat is
bijvoorbeeld het geval in het nieuwbouw appartementencomplex voor
verzorgingstehuis Driehof in Hazerswoude. Een project van de stichting Wijdezorg
naar een ontwerp van Anna Zinkweg Architect uit Wassenaar, uitgevoerd door Stout
uit Hardinxveld-Giessendam. “Aan weerszijden van de gangen liggen de leidingen
voor koud en warm water gescheiden van elkaar,” legt Achten uit. “En waar bij
een aftakking een koude leiding een warme kruist en omgekeerd voorkomt een ruime
afstand en isolatie de opwarming van het koude water.” De inspecteur ziet het
graag zo en looft en passant ook de netheid die waterinstallateur Schouten uit
Hazerswoude betracht bij de montage. Want dat zegt volgens hem iets over de
instelling van de monteur wat weer aangeeft of er later problemen zijn te
verwachten met de installatie. Als het bij de oplevering ook nog goed is mag er
water op de leidingen. “Andere waterleidingbedrijven laten dat al voor de
eindinspectie toe,” weet Achten, “maar dat kan voor de eigenaar/gebruiker soms
uitermate vervelend uitpakken.” Bijvoorbeeld wanneer er iets aan de installatie
schort en het bedrijf dat het werk uitvoerde niet meer bestaat. In het uiterste
geval kan het betekenen dat de leidingen opnieuw gelegd moeten of allerlei
beveiligingen aangebracht. “Of een paardenmiddel als ionisatie ingezet om een
dreigende legionellabesmetting te voorkomen.” De praktijk leert dat steeds meer
ontwikkelaars zo’n voldongen feit willen voorblijven en vaker uit zichzelf
langskomen met de installatieschema’s. En nodigen inspecteurs als Achten al
vroeg uit om in de bouwvergaderingen mee te praten over de waterleidingen. Voor
alle installaties volgt Oasen de koers tussen ‘bron en tap’ om de kwaliteit van
het drinkwater te bewaken. “Vroeger gingen we niet verder dan de watermeter,”
zegt Achten. “Tegenwoordig kijken we ook naar wat er na de meter komt.” De
eigenaar/gebruiker blijft altijd verantwoordelijk voor alles wat na de
watermeter volgt. Als dat aanleiding geeft tot bezorgdheid omtrent een eventuele
legionellabesmetting geeft het waterleidingbedrijf die zorg door aan de
inspectie van VROM. Verkeerd aangelegde drinkwaterinstallaties zijn bijvoorbeeld
zo’n punt van zorg. “Daar zitten we tegenwoordig veel meer bovenop.” Achten
voert met zijn collega’s bij Oasen ook inspecties uit voor de
‘interventiestrategie’ van de Vrom-Inspectie uit. “Tot eind dit jaar controleren
we onder regie van Vrom bijvoorbeeld sauna’s, zwembaden en hotels extra op de
manier waarop ze hun beheertaken uitvoeren.” Of er regelmatig monsters worden
genomen, of het resultaat ervan ergens vastligt, of een overschrijding van het
toegelaten aantal legionellabacteriën wel is gemeld. En of een installatie sinds
de laatste controle is veranderd. Soms moet zo’n wijziging weer ongedaan gemaakt
omwille van de veiligheid van het drinkwater. Die aanwijzing wil wel eens
verkeerd vallen, weet Achten “en dan moet je als inspecteur weleens met de vuist
op tafel slaan.” Daarna, zo leert de praktijk hem, volgt altijd aanpassing. ”
Met tegenzin want het kost geld, maar klaarblijkelijk toch overtuigd van het nut
en de noodzaak.” Zoals het voorblijven van een legionellabesmetting.

Reageer op dit artikel