nieuws

‘Als de boor eenmaal draait, moet hij door’

bouwbreed Premium

Kleine zakkingen zullen zich ongetwijfeld voordoen bij het boren voor de Noord-Zuidlijn. Maar zolang die binnen duidelijk afgesproken marges blijven, is het volgens hoogleraar Han Vrijling beter om door te gaan.


Hij vormt het technisch geweten van de commissie Veerman. Hoogleraar waterbouwkunde Han Vrijling van de TU Delft werkte samen met de specialisten van het projectbureau en de aannemers alle plannen nog eens goed door op zoek naar mogelijke risico’s en alternatieve oplossingen. Nieuwe lijken kwamen daarbij niet uit de kast. Maar de risico’ s werden wel structureel veel te optimistisch ingeschat. Zonder al te ingrijpende ontwerpwijzigingen, maar met een verhoogde risicopot en met de nodige realiteitszin, moet de metroverbinding volgens Vrijling succesvol voltooid kunnen worden.

“Het uitgangspunt was ongeveer dat bij het boren geen zakkingen optreden en waar toch enig gevaar dreigt, maakt compensation grouting alles onmiddellijk goedmaakt. Maar een kind begrijpt dat er altijd wel zakkingen plaatsvinden als je pal naast de palen van eeuwenoude panden een tunnel gaat graven. Geen 15 centimeter natuurlijk zoals aan de Vijzelgracht. Maar misschien wel 5 of 10 millimeter. Al heb je je proces nog zo goed in de hand.”

“Tot 10 millimeter zal in de meeste gevallen geen probleem zijn. Het gaat erom dat je je kop niet in het zand steekt, maar vooraf duidelijke afspraken maakt over wat acceptabel is en wat niet. De volgende stap is dan dat je een reparatieplan paraat hebt. Ook voor als de schade onverhoopt groter is.”

“Een stop en het daarna weer opnieuw opstarten van een tunnelboormachine brengt veel grotere gevaren met zich mee. Je kunt in de meeste gevallen maar beter doorboren en ondertussen de reparatie van de belendingen ter hand nemen. Voorkom door goede afspraken vooraf dat je twee weken tegenover elkaar in de bouwput staat en je afvraagt wie wat gaat doen. Stilstaan kost ook geld en brengt extra risico met zich mee. Het stilleggen van de bouwwerkzaamheden aan station Ceintuurbaan, waar niks aan de hand was, was bijvoorbeeld niet zonder gevaar. Niet voor niets hebben wij tussentijds een advies uitgebracht om de luchtdruk snel op te voeren en vooral niet te wachten op ons eindrapport.”

“Alles is eigenlijk wel gedaan. De risico’s werden zoals gezegd te optimistisch ingeschat, maar grote omissies hebben we niet kunnen ontdekken. Het lijkt ons verstandig dat het projectbureau en de aannemers hun risicoanalyses eens naast elkaar leggen en ze open met elkaar bespreken. Dat gebeurt tot nu toe niet, in de overtuiging dat wanneer je als projectbureau mogelijke risico’s aangeeft die door de aannemer onmiddellijk worden omarmd en te gelde worden gemaakt. Maar ook daarover kun je beter open communiceren en vooraf een plan voor opstellen. De aannemer is ook gebaat bij een goede voortgang van het project. Zijn goede naam staat op het spel. En communiceer ze vooral ook reëel naar de omgeving toe. Maak ze niet wijs dat er geen enkele risico is.”

“Vriezen aan de buitenkant van de kuip is altijd slimmer dan aan de binnenkant. Bij station Rokin stellen we ook voor om dat te gaan doen. Het is daar sowieso handig, omdat de grond binnen de kuip inmiddels droogstaat. Die moet je eerst bevochtigen om überhaupt te kunnen vriezen. Blijkbaar doet de diepwand zijn werk daar toch wel erg goed. Vriezen aan de buitenzijde brengt wel wat meer overlast voor de omgeving met zich mee. Dat wil het projectbureau de bewoners van de Vijzelgracht waarschijnlijk niet aandoen. Bovendien is Max Bögl daar al heel ver met de engineering en zijn de materialen al besteld, zodat we dat niet meer gaan omgooien. Als het toch misgaat, moeten er buiten de put injecties van gel plaatsvinden. Misschien moet de projectorganisatie daarvoor alvast de injectielansen preventief aanbrengen. Maar ja, dan moet de stoep weer open.”

“De palen die het vast moest houden, blijken inderdaad korter dan gedacht. Daar gaan de tunnelboormachines royaal onderdoor. Nu gebruiken ze het ijslichaam om de kans op een blow-out te voorkomen. Het gevaar daarop lijkt mij niet groot, aangezien de tunnelboormachines daar al heel diep zitten. Maar ik begrijp dat je het zekere voor het onzekere neemt. Zeker bij de eerste meters van het boortraject. Als daar iets misgaat, is er technisch niet zoveel aan de hand. Dan schuiven wat klinkers en wat grond in het natte Damrak. Maar er is geen hond die dan nog gelooft dat het 100 meter verderop naast de Beurs van Berlage wel goed gaat. Voor de beeldvorming zijn het de belangrijkste meters van het hele boortracé. Daar wordt de toon gezet.”

“Ik vrees van wel, ja. Het is heel onverstandig het project nu af te blazen. Dat betekent een enorme kapitaalvernietiging en je slaat als land een ongelofelijke flater. Als civieltechnicus hoef je de komende decennia dan ook niet in het buitenland aan te komen. Ik durf mijn hand er niet voor in het vuur te steken wat er gebeurt als er nog eens zakkingen van 20 centimeter optreden. Of als de Bijenkorf wegens instortingsgevaar moet worden ontruimd. Dan moet er nog een keer een commissie komen. Maar dan waarschijnlijk onder leiding van premier Balkenende.”

Reageer op dit artikel