nieuws

Ten minste medewerking aan BIM voorschrijven

bouwbreed Premium

Reeds enkele jaren pleit Alex de Maesschalck voor de noodzaak van toepassing van BIM en virtueel bouwen, integraal ontwerpen en bouwen, en voorts voor verbeteringen in de procesketen. De overheid vraagt er niet om en weet er te weinig van. De vraag is of de overheid als opdrachtgever hier niet in strijd handelt met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

In eerdere publicaties heb ik reeds aangegeven dat het niet aangaat dat een (semi) overheid, of een directie van maatschappelijke ondernemingen als scholen en ziekenhuizen, zich zouden kunnen onttrekken aan hun verantwoordelijkheid en plichten als goede bestuurders en opdrachtgevers in de wijze waarin zij opdrachten aan- en uitbesteden. Dit geldt met name voor het onjuist hanteren van de (Europese) aanbestedingsregels. Echter of dit ook zo is indien die (semi) overheid de toepassing van primitieve processen en methodes toestaat of gedoogd, is niet zonder meer duidelijk.
Wij lezen regelmatig over het niet of verkeerd toepassen door aanbestedende diensten, in de zin van de EU-richtlijn, van de aanbestedingsregels. Soms volgen hierop kortgedingprocedures, maar vaak komt men ermee weg. In deze procedures gaat het altijd om een formalistische benadering van het aanbesteden, conform geschreven regels. Waar de concept-amvb met de verwerping van de Aanbestedingswet als bedoelde nadere uitwerking daarvan ook ter ziele gaat, blijft de markt verstoken van duidelijke richtlijnen of regels met betrekking tot de zwaarte van allerlei eisen. Ook is traditioneel aanbesteden, en wel hoofdzakelijk op basis van de laagste prijs, het meest toegepast. In het vage blijft veelal wat bedoeld wordt met het implementeren van criteria voor innovatie, duurzaamheid en economisch meest voordelige inschrijving (emvi) in de aanbestedingsprocedures. Te vaak is de emvi-toepassing niet meer dan het naast de prijs vragen naar een basaal aantonen dat de inschrijver ISO 9001 gecertificeerd is en over een aantal klanttevredenheidsverklaringen beschikt. Innovatief aanbesteden komt ook nauwelijks verder dan iets dat neigt naar design 0x26 build. Onderscheid in product-, proces, of contractinnovatie wordt zelden gemaakt, laat staan gecombineerd gevraagd.

Belang

Voor het innovatief aanbesteden of vragen naar innovaties moet er een nut of belang zijn. Een aanmerkelijk belang en voordeel voor de aanbestedende dienst acht ik al gauw te bestaan en zeker bij de toepassing van BIM en virtueel bouwen. Het voorschrijven van toepassing hiervan in een aanbesteding kan aanbestedingsrechtelijk dus geen probleem vormen. Inschrijvers met niet die kennis en infrastructuur in huis, kunnen bovendien combinaties sluiten met anderen die deskundig zijn. Gezien de voordelen en meerwaarde, is het mijn stelling dat de aanbestedende diensten ten minste de medewerking aan BIM en virtueelbouwen voor zouden moeten schrijven. De voordelen tonen zich in de vorm van verbetering in kwaliteit, verkorte doorlooptijden, efficiëntie, beheersbaarheid, financieel resultaat, nut, duurzaamheid, risicomanagement, etc.

Overtreding

Ondanks dit aanmerkelijke belang is er thans geen regel of richtlijn, noch formeel beleid op grond waarvan de aanbestedende dienst aanbestedingsrechtelijk, of anderzins in overtreding is als 3D Design en virtueelbouwen als zodanig niet vereist worden. De vraag rijst dan of het niet vereisen van de toepassing, of medewerking daaraan, op zich al strijd oplevert met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Een andere vraag is of een inschrijver die zich presenteert als BIM/virtueelbouwendeskundig terwijl de aanbestedende dienst daar niet om vroeg, recht heeft op een hogere waardering. Niet op grond van de EU-richtlijn ten aanzien van selectie- en gunningscriteria, maar wellicht wél op grond van schending van de aanbestedende dienst van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De vraag daarbij is of er een belang van een burger of onderneming wordt geschonden door het niet vereisen van 3D/virtueelbouwen. Bezien vanuit de Algemene wet bestuursrecht wordt dit bepaald lastig. Naast de AWB is er in het recht een eigen regiem van abbb’s in de publiek/publieke relaties, al dan niet met mogelijk een negatieve schaduwwerking jegens de burger en de samenleving. Ik meen dat deze bestaan als ongeschreven bestuursrecht. Goed openbaar bestuur is gewoon goed bestuur, en als dat ontbreekt dan worden belangen van de samenleving en de belangen van de burgerij geschaad.
Als bij een innovatieve aanbesteding volgens een dialoogprocedure - waarbij de inschrijver de vrijheid heeft innovaties en alternatieven in te brengen - er geen meerwaarde zou worden toegekend aan de vrije inbreng van BIM/virtueelbouwen van een inschrijver, heeft die dan een geronde klacht op grond van enig abbb? Op grond van het hierboven betoogde meen ik van wel.

Bezwaar

De formele en materiële beginselen in de AWB bieden een bezwaarmiddel aan de burger in hun relatie met de overheid. Het is bedoeld om gedrag van de overheid jegens de burger te regelen. Dit laat mijns inziens onverlet dat de jurisprudentie ter zake niet tegenhoudt dat het principe van abbb’s ook moet gelden voor handelen van die overheid jegens de overheid en jegens de samenleving, of voor de ambtenaar jegens een overheidsdienst. Daar waar in de geest van een goede overheid gehandeld moet worden, omdat er niet reeds een specifieke regel, dan wel beleid bestaat, zou dit aan de orde moeten zijn.

Reageer op dit artikel