nieuws

Het duivels dilemma van een snelwegontwerp

bouwbreed

Ze roepen een duivels dilemma op, snelwegen die de stad doorklieven. Want verkeerstechniek, veiligheid, maar ook geluid en tegenwoordig fijn stof, hoe mooi kun je zo’n weg dan nog maken? In het boek De diabolische snelweg wordt een poging gedaan om die schoonheid zichtbaar te maken.

Snelwegen mogen dan deel uitmaken van onze openbare ruimte, ze maken geen deel uit van onze esthetische cultuur. Ze moeten het doen met de status van gebruiksvoorwerp en terloops waargenomen ‘omgeving’, zo valt te lezen in de inleiding.
Dat de ontwerpers van ons snelwegennet alleen maar oog hadden voor functionaliteit wordt echter bestreden door de beide auteurs van het boek, theoreticus Wim Nijenhuis en architect Wilfried van Winden.
Dat Nederland geen esthetische snelwegontwerp zou kennen, noemen de auteurs een hardnekkige mythe. Ze verwijzen daarbij naar Rijkswaterstaat-ingenieur K.E. Huizinga, die na de Tweede Wereldoorlog via ontwerpen, geschriften, lezingen, excursies en zelfs een cursus expliciet gestalte heeft gegeven aan een esthetische theorie voor de snelweg. Aan de hand van voorbeelden zoals de West-as van rijksweg A10, onderdeel van de ring rond Amsterdam, laten ze zien hoe moeilijk de opgave soms was. Ze noemen het een exemplarisch tracé, “omdat hier voor het eerste het concept van de ringweg is toegepast en omdat dit deel dwars door bestaand stedelijk gebied is aangelegd.” Voor een echte landschapsarchitectonische opgave was daardoor geen ruimte, men was al blij dat het allemaal paste. Desondanks is getracht om er een fraaie weg van te maken.
Aan fotografen Piet Rook en Rob Nagelkerke gaf het boek de ruimte om te laten zien, wat die ‘vergeten’ ontwerptraditie binnen Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer voor zichtbare resultaten heeft gehad.
Het boek is uitgebracht door de Rotterdamse uitgeverij 010.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels