nieuws

Architect ziet rol ernstig verzwakken

bouwbreed

Innovatieve contracten kunnen een bedreiging vormen voor goede architectuur. De Bond van Nederlandse Architecten is bang dat de architectonische kwaliteit naar de achtergrond verdwijnt bij innovatieve contracten en voorspelt zeperds als de contractvorm ingeburgerd raakt.

Voorzitter van de BNA Jeroen van Schooten dringt bij de ministers Vogelaar van (VROM) en Plasterk (cultuur) aan op het sterker laten wegen van architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. Minimaal 25 procent bij de EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) is nodig voor een minimale kwaliteit.
Steeds vaker besteden rijksopdrachtgevers dbfm-contracten aan, maar het ontwerp weegt nauwelijks mee en de positie van de architect verzwakt.
Voor toekomstige dbfmo-contracten pleiten de architecten voor een fase waarbij uitsluitend kwaliteit de doorslag geeft. Opdrachtgevers kunnen dit bereiken door een plafondprijs mee te geven en hogere ambities neer te zetten.

Ondeskundig

De BNA beklaagt zich verder over ondeskundige beoordelingscommissies, te veel en te vage outputspecificaties en kapitaalvernietigende ellenlange aanbestedingsprocedures.
“De schoonmaak of facilitaire dienst is na korte tijd nog te vervangen, maar een gebouw is niet na vijf jaar rijp voor de sloop”, stelt de voorzitter van de BNA retorisch. De betrokken architecten evalueerden onder leiding van Jan Doets vijf recente dbfmo-contracten van het Rijk en kwamen tot de stuitende conclusie dat de mooie ontwerpen van bijvoorbeeld het ministerie van Financiën en de IBG Groep in Groningen niet het logische gevolg zijn van de outputspecificatie van het Rijk.
Zowel de ministers Vogelaar als Plasterk ontvangen daarom een dezer dagen dringende aanbevelingen van de architecten waarin de BNA vraagt om een sterkere positie voor de architect. Vooral het feit dat de architect is gekoppeld aan het consortium en geen directe relatie meer heeft met de opdrachtgever is een gevaarlijke ontwikkeling.
“Je positie is ontzettend zwak. De architect heeft geen enkel middel in handen als een dergelijk consortium het ontwerp wil uitkleden. We begrijpen de trend om uit te besteden, maar het Rijk draagt ook verantwoording voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving.” De rol van de architect kan sterk verbeteren als de overheid een aparte fase inbouwt voor het ontwerp.
De uitgeklede rol van de architect was een van de redenen waarom oud-rijksbouwmeester Jo Coenen fel was gekant tegen pps-contracten. De huidige rijksbouwmeester is milder en ook de BNA beschouwt de contractvorm als een gegeven. “Traditionele contracten zijn eveneens tot op het bot uit te kleden. Als je ziet wat op dit moment gebeurt met het Rijksmuseum en de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken dan heeft dat zeker gevolgen voor de architectonische kwaliteit.”
Ook het feit dat kwaliteit voor 50 procent meeweegt bij de aanbesteding is geen garantie voor een goed gebouw. “In de praktijk weegt architectuur maar voor hooguit 5 procent mee bij gunning. Opdrachtgevers definiëren het begrip wel heel ruim, want kwaliteit weegt net zo goed voor de beveiliging, flexibiliteit en het managementplan.” BNA-voorzitter Van Schooten weet waar hij het over heeft, want bij twee van de vijf contracten kreeg zijn architectenbureau de opdracht. De architecten zijn ervan overtuigd dat de kwaliteit van het ontwerp pas uit de verf komt als het uiterlijk van een gebouw voor minimaal 25 procent meeweegt. Het is volgens de architect een illusie om te denken dat de uitschrijvende partij met de concurrentie gerichte dialoog ontwerpen nog fundamenteel kan bijsturen.
“De aardige ontwerpen van de afgelopen twee jaar zijn te danken aan het feit dat de betrokken consortia een succes willen maken van de contractvorm. Bij de vijf projecten is in alle gevallen gekozen voor gerenommeerde architectenbureaus met gevestigde namen, maar dat is bij een nieuwe generatie contracten allerminst gegarandeerd.” Hij moet nog zien wie de komende jaren de winst van de contractvorm opstrijkt, die uitgaat van beschikbaarheidsvergoedingen. “Ik vermoed dat financiers beter wegkomen dan de bouwers.”
Met lede ogen kijkt hij naar de ontwikkelingen in Engeland waar één referentieschool dient voor dertig vergelijkbare exemplaren. “Dan schieten de functionele eisen en efficiencyvoordelen veel te ver door ten koste van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dat moeten we in Nederland echt niet willen. Maar zonder extra maatregelen gaat het wel die kant op.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels