nieuws

‘Voorkomen bouwfouten zit niet tussen de oren’

bouwbreed

De nieuwe inspecteur-generaalBouwers en gemeenten nemen zelf te weinig verantwoordelijkheid om fouten tijdens het bouwproces te voorkomen. De VROM-Inspectie kan wel steeds zeggen wat er niet goed gaat, maar het zijn de partijen zelf die er iets aan moeten doen. “Het zit nog niet tussen de oren”, aldus inspecteur-generaal Harry Paul (46).

Wie al de uitkomsten van de bouwgerelateerde onderzoeken van de VROM-Inspectie van de afgelopen jaren op een rijtje zet, verwacht geen ontmoeting met een bijster opgewekt persoon. De inspecteur-generaal blijkt echter allerminst iemand van strenge woorden en de priemende vinger.
Paul trad per 1 februari aan als nieuwe inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie en heeft duidelijk voor ogen welke rol die onder zijn leiding moet gaan vervullen. De tijd dat de inspecteurs iedere gemeente met een bezoekje verrasten om te beoordelen hoe ze hun VROM-taken uitoefenden, is voorbij. De inspectie blijft extra aandacht besteden aan de notoire achterblijvers; gemeenten die hun zaakjes de afgelopen jaren voortdurend niet op orde bleken te hebben. Maar verder voert de dienst vooral aan de hand van thema’s gerichte acties uit. “Het hele proces in de bouwketen is absoluut een thema dat aandacht behoeft.”
Uit onderzoek is gebleken dat er bij bijna de helft van de gemeenten onvolkomenheden zijn als het gaat om toezicht op de bouw. “Dat is heel veel. Bij milieu is er bijvoorbeeld bij een op de zes gemeenten iets niet in orde.” Het verschil komt volgens Paul omdat milieuproblemen veel directer de inwoners treffen. “Een burger vindt het vervelender als er olie lekt dan wanneer er iets verkeerd gaat met de constructie van een dakkapel. Gemeenten zelf zeggen vaak dat ze geen capaciteit voor controles hebben en dat het niets oplevert, alleen maar een hoop gedoe en ellende. Het heeft bij de gemeenten absoluut te weinig prioriteit.”
Toch houdt het volgens hem zeker niet op bij de rol van de gemeenten. Zo blijkt uit onderzoek naar daken die door de sneeuw instortten immers overduidelijk dat er tijdens de bouw van de voorschriften was afgeweken. “Je mag niet alles op gemeenten schuiven. Bouwers moeten zelf meer verantwoordelijkheid nemen. Ze hebben er ook economisch belang bij. Incidenten, zoals Bos en Lommer, leveren heel veel imagoschade op voor de bouwer en voor de hele sector. Degene die bouwt en laat bouwen is verantwoordelijk. Toezicht is het sluitstuk.”

Op papier

Bos en Lommer heeft de inspectie op het spoor gezet van een andere benadering, verklaart hij. Op papier kan het allemaal prima in orde zijn maar in de praktijk kan er anders gebouwd worden. Reden waarom de inspectie nu vooral fors inzet op verbeteringen tijdens het bouwproces en daarbij ook actief de bouwsector betrekt. Tijdens de recent gehouden handhavingsweek van de inspectie (zie kader) waarbij 39 bouwplaatsen werden bezocht, is daar een begin mee gemaakt. “Om resultaat te krijgen moeten we de diepte in. Het gaat om concrete procesafspraken; hoe wordt de informatie uitgewisseld en wie is er verantwoordelijk voor het toezicht.”
Behalve het toezicht tijdens de bouw, geeft de Vrom-Inspectie aan diverse andere thema’s dit jaar speciale aandacht. Zo houdt de inspectie gemeentelijke plannen voor nieuwe bedrijventerreinen scherp in de gaten. Hetzelfde geldt voor het binnenklimaat, gericht op de ventilatie in nieuwe woningen en scholen. Ook grondtransporten vergeet de inspectie niet.
“Aan bodem is jarenlang weinig gedaan. Zaken als de afvoer van vervuilde grond krijgen extra aandacht.”
Een hardnekkig probleem, asbest, staat zeker ook weer op de agenda, belooft hij. “Het is een lastig thema, omdat het niet als een gevaar wordt gezien. Het beeld is toch een beetje alsof we op spoken zitten te jagen. Er is ook niets aan hand als je die platen gewoon voorzichtig van een dak afschroeft. Het gaat om het stof dat bij sloop vrij kan komen. Er zijn 400 tot 700 gevallen van asbestkanker per jaar. Dan is er natuurlijk wel degelijk een risico. Die normen zijn er ook niet voor niks.”

Zere plek

Gemeenten die hun taken op het gebied van asbestverwijdering verwaarlozen, kunnen rekenen op een strenge aanpak. “We gaan daarbij ook kijken na de sloop, waar gaat het heen, wordt het goed afgevoerd.”
Toch maakt Paul bij de aankondiging van de acties van de VROM-Inspectie en de verscherpte aandacht voor een aantal thema’s wel een pas op de plaats. “Wij proberen de vinger op de zere plek te leggen, maar burgers, gemeenten en andere betrokken partijen moeten het zelf belangrijk gaan vinden. Dat proces moet op gang komen Als er nu iets mis is, bestaat de reflex om er zelf meer op te gaan zitten. Het is de vraag of dat de goede reflex is.”
Voor wat de gemeenten betreft, zou het helpen als er meer informatie publiekelijk wordt gemaakt, denkt hij. “In Engeland kunnen burgers heel veel informatie opvragen over de situatie in een bepaalde gemeente. Je hebt het hier nu ook al voor wat betreft de luchtkwaliteit en bodemkwaliteit in gemeenten. Binnen de Inspectieraad zijn er wel gedachten of we niet meer veel met de beschikbare informatie moeten doen, bij voorbeeld over externe veiligheid. Dat soort gegevens kunnen een enorme invloed hebben als ze voor de burgers beschikbaar zijn.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels