nieuws

Zowel Deltawerken als klussenbus is bouw

bouwbreed

De bouwbedrijven liggen onder een spervuur van kritiek. Econoom prof. Adri Buur vraagt de criticasters toch vooral beide benen op de grond te houden. Wie zich een mening aanmeet, moet eerst begrijpen wat de deelnemers in het bouwproces drijft.Hoorn – De roep om verandering mangelt de bouwnijverheid. Specialisten smijten met cijfers, visionairs schetsen hun droombeelden. Wat econoom Adri Buur (65) betreft komen de deelnemers aan de bouwdiscussie zo snel mogelijk weer met beide benen op de grond. De hoogleraar nam recent afscheid van Universiteit Twente.

Lastige vraag. Hebben al die professoren die zich met de bouw bemoeien
eigenlijk wel verstand van de sector? Worden de congressen niet beheerst door
theoretici met oogkleppen? “Het aantal mensen met een economische kijk op de
bouw is beperkt. Gezegd wordt dat de technici het voor het zeggen hebben. De
discussie over verandering komt echter vooral uit de bedrijfskundige hoek.
Slimme mensen. Sommigen hebben aan het bepleiten en begeleiden van veranderingen
een dagtaak. Eén probleem: wat is de doelstelling? Wil je – uit het oogpunt van
de gebruiker – een zo goed mogelijk product? Of kijk je door de bril van de
bedrijven, de aannemers, onderaannemers en toeleveranciers. En gaat het om een
goede afzet en bedrijfsresultaten van deze bedrijven. De Regieraad en PSI Bouw
zijn daar niet helder in. Tja, we zoeken een optimum waar beide factoren
samenkomen. Persoonlijk vind ik zo’n antwoord een dooddoener.” Adri Buur ergert
zich aan de wijze waarop de bouw wordt beschimpt. Vooral de bedrijven zijn het
mikpunt. Telkens dezelfde niet door feiten gestaafde beelden, stokoud zijn ze,
misschien wel zo oud als de sector zelf. “De uiteenrafeling van de
procesfuncties en de rol van de opdrachtgever zijn als thema allesbehalve nieuw.
Specialisatie is kennelijk lonend. Anders gebeurde het niet. Neem dat als
uitgangspunt als je iets wilt veranderen en kijk of het wel gewenst is. Te duur
is ook zo’n kreet. Alles kan veel goedkoper. De huidige structuren zouden
onvoldoende ruimte geven voor innovatie. Met als klap op de vuurpijl de
stelling: er wordt te weinig verdiend om te kunnen innoveren,” De oud-directeur
van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, tegenwoordig actief met een
eigen adviesbureau in Hoorn, ziet waar de schoen wringt. De rode draad is voor
hem onbegrip over de economische werkelijkheid. Wie zich een mening aanmeet over
de bouw zal toch eerst moeten begrijpen wat de deelnemers in het bouwproces
drijft. “Een mooi voorbeeld: de offertekosten zouden 5 tot 10 procent van de
bouwkosten bedragen. Allemaal weggegooid geld natuurlijk! Vijf aannemers rekenen
en nodigen ieder weer vijf onderaannemers uit. Die groep van 25 vraagt wederom
vijf aanbiedingen. Zitten we al op 125. Is misschien wel eens voorgekomen, maar
is dat een probleem? Niemand verplicht je om mee te doen. Van de uitzondering
wordt een algemeen verschijnsel gemaakt.” Het EIB becijferde het gemiddelde
niveau van de offertekosten bij bouwbedrijven in het recente verleden op ruim 1
procent. Mede door de opmars van de integrale contracten verdubbelde het aandeel
recent tot ongeveer 2 procent. De professor vraagt over de schutting te kijken
bij andere sectoren van het bedrijfsleven. Offertekosten zijn te vergelijken met
reclamekosten die in andere branches worden gemaakt. Neem Unilever. Sommige
producten zijn omgeven met reclamekosten ter hoogte van wel 40 procent. Parfum,
de illusie bij uitstek. De grondstoffen vormen slechts een fractie van de
kosten. “Als toeschouwer kun je zeggen dat al die extra kosten zonde zijn.
Volgens mij maken ze gewoon onderdeel uit van de kosten van het product. Als
bouwers echt last zouden hebben van hoge aanbiedingskosten, wie zegt hen dat ze
mee moeten doen? Het maken van veel offertekosten door aan veel aanbestedingen
mee te doen om aan werk te komen, kan je ook als een aanwijzing voor
overcapaciteit zien.” Voor Buur moeten beelden – zoals de Utrechtse lector Frens
Pries hanteert – alsof de bouw wel 25 procent aan faalkosten weggooit zo snel
mogelijk verdwijnen. “Ik heb sterke twijfels aan de onderliggende analyses. Ze
zijn niet gebaseerd op het gebruikelijke economisch verkeer. Mijn indruk is dat
het kennelijk niet zo nodig is je te baseren op de feiten, omdat dat minder
aandacht trekt. Meer dan een kwart van de bouwsom gaat op aan faalkosten? Schop
dan onmiddellijk de bestuursvoorzitter weg. De cijfers kloppen niet.” Ook bij
het optreden van professor Hennes de Ridder plaatst Buur vraagtekens. Slimme
man, prima hoe hij ideeën ontwikkelt over veranderingen. Bewonderingswaardig hoe
hij geslaagd is daar aandacht voor te krijgen. Maar of zijn recept werkt? Niet
voor iedereen, mogelijk voor sommigen. “Ik ben wel de laatste die Hennes de
Ridder wil belemmeren. Als hij voor zijn plannen een markt ziet, uitstekend.
Maar houd wel rekening met de grote verschillen in de bedrijfstak. De
werkzaamheden variëren van de Deltawerken tot de klussenbus. Veel van de mensen
die zich roeren, lijken niet op de hoogte van de verschillen tussen de
burgerlijke 0x26 utiliteitsbouw en de sector grond-, water- en wegenbouw. Bij 60
procent van de b0x26u-productie vindt helemaal geen aanbesteding plaats. Hoe kun
je dan volhouden dan er een gebrek aan geld is voor innovatie? Onzin.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels